Alles in huis voor een winterse klassieker

Frozen heeft alles in huis om uit te groeien tot een echte Disneyklassieker, die elk jaar in de Kersttijd weer een keer voorbij komt. Een film vol puur plezier, maar met een opmerkelijk donker randje, zeker voor Disney.

Frozenbevat alles wat de kijker van een Disneyfilm verwacht, maar net even anders: prinsessen, een duister kasteel en allerlei andere traditionele sprookjeselementen. Ook het gebruik van liedjes mag neotraditioneel heten, vooral de eerste helft is Frozen bijna een musical, al zijn de nummers kort en goed gedoseerd. Maar belangrijker nog zijn juist de vernieuwende aspecten van de film: voortreffelijk gebruik van de digitale animatie en 3D om maximaal te kunnen verzinken in het verhaal. Het regisseursduo Chris Buck en Jennifer Lee, die ook het scenario scheef, maakte het sprookje van de IJskoningin tot een verhaal van twee zussen: tragische Elsa, die leeft met de vloek dat ongewild alles wat ze aanraakt verandert in ijs, en haar dappere, avontuurlijke zusje Anna.

De film is op een prettige manier inconsistent van stijl, waardoor bijna art-decoachtige abstracte ijspatronen, een Sneeuwman die uit een heel andere film lijkt te zijn weggelopen, en trollen uit weer een ander sprookje elkaar voor de voeten lopen. Maar het werkt. En ook de losse, episodische verhaalstructuur zorgt voor de nodige verrassingen.

Hoe typisch Disney de film in bepaalde opzichten ook is, Frozen is geen lopendebandwerk en oogt niet als al de 53ste animatiefilm van Disney sinds Sneeuwwitje en de zeven dwergen (1937). Frozen is zo fris dat het wel de debuutfilm van de studio lijkt.

    • Peter de Bruijn