Akkoord over bankenunie binnen bereik

De EU-landen zijn dichtbij een akkoord over de ontmanteling van banken in nood.

Er komt een Europees liqui- datiefonds probleembanken.

„Ik kan lekker slapen”, zei Jeroen Dijsselbloem vannacht na veertien uur vergaderen met collega-ministers van Financiën. Over verdere hervormingen om een volgende eurocrisis te voorkomen waren weliswaar geen knopen doorgehakt, maar „we zijn heel dichtbij compromissen”, zei de Nederlandse minister. Tijdens een extra vergadering volgende week moeten die worden gesloten.

Centraal stond gisteren de vraag hoe lidstaten moeten omspringen met banken in nood. Er eindeloos belastinggeld in pompen, zoals tijdens de financiële crisis – dat wil niemand meer. Ook niet langer gewenst: de ongezonde wedstrijd tussen lidstaten om ‘eigen’ banken te stutten, ten koste van elkaar. Een ‘bankenunie’ en een trits crisismechanismen moet dit nationale egoïsme indammen.

Maar hoever? Een bankenunie waarin iedereen altijd voor honderd procent solidair is met elkaar, is met name voor Duitsland onbespreekbaar. Er moet in het systeem een belangrijke dosis nationale verantwoordelijkheid blijven, al is het maar om in eigen land geen draagvlak te verspelen: het gaat hier immers om een ingrijpende hervorming, waarbij lidstaten veel macht over hun financiële sector afstaan aan Europa.

Als voorzitter van de groep eurolanden toog Dijsselbloem afgelopen vrijdag voor geheim overleg naar Berlijn om de Duitsers tot compromissen te verleiden. Gisteren bleek dat aardig te zijn gelukt. „Er is een fundament voor politieke overeenstemming”, klonk het uit de mond van zijn Duitse collega Wolfgang Schäuble, die zich in de afgelopen maanden behoorlijk onwrikbaar opstelde in dit dossier.

Nee, Duitsland was gisteren niet het grootste probleem. De voorstellen die ter tafel kwamen zijn vervat in drie zeer complexe en en lijvige wetteksten, waarover ministers tegelijkertijd discussieerden. „Dat is nog nooit eerder voorgekomen”, zei Europees commissaris Michel Barnier (Interne markt) na afloop. Dat volgende week een extra vergadering nodig is, vond hij dan ook niet meer dan normaal. „Ik heb er vertrouwen in dat we er dan uitkomen.” Barnier prees Dijsselbloem voor diens „zeer pro-actieve rol”.

Hoe dat compromis er uit zal zien is nog niet helemaal duidelijk, maar de richting waarin het gaat is dat wel. Er komt een nieuw Europees, dus niet-nationaal agentschap dat, waarschijnlijk vanaf 2016, verantwoordelijk wordt voor het netjes ‘begraven’ van banken die niet meer te redden zijn – ‘resolutie’ in jargon. Snelheid is daarbij essentieel: alleen door een dode bank snel en efficiënt te ontmantelen valt paniek in de kiem te smoren.

De Europese wetgeving vereist echter dat iemand politieke verantwoordelijkheid draagt voor de potentieel ingrijpende acties van die ‘resolutie-autoriteit’. De Europese Commissie is hiervoor de meest logische kandidaat, maar dat ligt moeilijk in Duitsland, dat liever niet teveel macht overdraagt aan Brussel. Het compromis voorziet daarom in een belangrijke rol voor de lidstaten. Barnier noemde deze „mengelmoes van verantwoordelijkheden” weliswaar „erg gecompliceerd”, maar Schäuble kan ermee leven.

Ook ziet het er naar uit dat het fonds van het agentschap – resolutie kost bakken met geld – in eerste instantie zal bestaan uit nationale ‘compartimenten’. Als een Spaanse bank omvalt, wordt het Spaanse, door Spaanse banken zelf gevulde compartiment eerst aangesproken. Is dat niet vol genoeg, dan kan onder strenge voorwaarden gebruik worden gemaakt van de andere nationale spaarvarkentjes in het fonds. Over tien jaar vallen die schotten weg en is sprake van een waarlijk Europees fonds. Ook deze vondst van Dijsselbloem kan rekenen op Duitse instemming.

Niet Schäuble maakte zich gisteren boos, maar Dijsselbloem zelf, toen al in juni gemaakte afspraken toch weer ter discussie werden gesteld. Het ging daarbij om de zogenoemde bail in: het principe dat bij een crisis eerst beleggers in de betrokken banken zelf moeten betalen en pas in allerlaatste instantie een beroep op belastinggeld kan worden gedaan. Het Europees Parlement vindt dat te streng: het zou in geval van een ‘systeemcrisis’ eerder willen overgaan tot de inzet van publieke middelen.

Sommige lidstaten hadden hier gisteren wel oren naar. Dijsselbloem viel hier geïrriteerd tegen uit. „We hebben hier destijds twee nachten over onderhandeld.” Zijn Zweedse collega Anders Borg, die specifiek door Dijsselbloem werd aangesproken, voelde zich gebruuskeerd: „De toon van Jeroen zojuist was hoogst ongepast. Maar omdat het laat is, negeer ik dit.”

„Nee, ik was niet boos”, zei Dijsselbloem later. „Ik deed een poging om een zeer strenge indruk te maken. Als je echt de risico’s wilt weghalen bij de belastingbetaler heb je in Europa één set strakke spelregels nodig over het laten meebetalen van beleggers. Nu zie je dat toch weer wordt nagedacht over uitzonderingen en flexibiliteit. Als we dat toestaan dan worden die spelregels onderuit gehaald.”

Uiteindelijk kreeg Dijsselbloem naar eigen zeggen zijn zin. Volgens hem was het belangrijk om dit signaal nu af te geven, want vandaag beginnen onderhandelingen met het Europees Parlement over onder meer deze ‘bail in’-regels. Dijsselbloem: „We moeten op dit punt duidelijk nee zeggen tegen het Parlement.”