Weer een probleem opgelost!

De USB-kabel kun je maar op één manier in het gat steken Een grote frustratie waar nu eindelijk een einde aan komt

medewerker technologie

Een „gruwelijke misdaad”, zoals technologienieuwssite ExtremeTech het noemt, is wat overdreven. Maar irritant zijn ze, die mislukte pogingen om een USB-kabel in je computer te steken omdat je hem verkeerd om houdt. Anders dan een rond stekkertje van een hoofdtelefoon past de rechthoekige USB-connector maar op één manier. Met aan de bovenkant het logootje van USB – een drietand met een driehoekje, rondje en vierkantje. Met slaperige ogen kan dat nog weleens misgaan.

Dit luxeprobleem is binnen enkele jaren voorbij. Vorige week kondigde de organisatie achter de stekkerstandaard een nieuwe generatie USB-stekkers aan: de USB Type-C. Deze wordt dunner dan de huidige USB-connector en werkt óók ondersteboven, zo belooft de USB Promoter Group, waar technologiebedrijven als Intel, Microsoft en HP aan deelnemen.

Er zijn inmiddels talloze apparaten die we aansluiten op de computer of laptop. Telefoons, tablets, camera’s, maar ook muis, toetsenbord en printer. Halverwege de jaren 90 had die randapparatuur elk zijn eigen soort stekker. Je kon niet zomaar de muis in een ander gaatje steken. Vanaf 1994 werkten zeven bedrijven samen aan één type stekker om randapparatuur aan de computer aan te sluiten: USB, Universal Serial Bus. In de eerste jaren na de officiële introductie in 1996 was overigens nog allerminst zeker dat USB de standaard zou worden. Omdat lang niet alle producenten het gebruikten werd USB ook Useless Serial Bus genoemd.

Maar na de eeuwwisseling ging het hard. Nu zijn we niet anders gewend dan deze gemakkelijke vorm van apparaatverbinding. Een voordeel is dat een USB-kabel in je computer kunt steken zonder dat je die opnieuw hoeft op te starten – iets waar begin jaren negentig nog rekening mee gehouden moest worden.

Briljant, frustrerend stekkertje

Wat USB ook heel handig maakt, is dat er niet alleen informatie mee kan worden verstuurd, maar ook energie. Daardoor kun je je telefoon of tablet opladen bij elke computer. Met de Type-C kan dat nog sneller, zeggen de ontwerpers.

Een vrij briljant stekkertje dus – behalve dan dat de huidige USB-stekker op een bepaalde manier in de computer gestoken moet worden.

Waar komt die dagelijks terugkerende frustratie vandaan? Dat heeft te maken met de vier pinnetjes in de stekker. Elk heeft zijn eigen functie, zo legt programmeur Benjamin David Lunt per e-mail uit. Hij schreef een handboek over USB. „Ik weet zeker dat de USB-IF [de organisatie die de USB-specificaties beheert] een aanpassing had kunnen maken zodat de pinnetjes inwisselbaar waren geweest. Maar in 1994 waren de microcontrollers en andere chips die daarvoor nodig zijn nog niet zo goedkoop als tegenwoordig.” Het ongemak kwam dus voort uit een kostenbesparing.

De organisatie achter USB wil komende zomer de specificaties te publiceren, zodat fabrikanten weten hoe ze de USB-stekker moeten maken. Een nadeel: er zal een overgangsperiode zijn waarin nog niet al je apparaten met de nieuwste USB-versie werken. Zit je alsnog met een adapter te pielen.

En welke „gruwelijke misdaden” moeten daarna worden opgelost? Misschien kunnen alle mobiele telefoonfabrikanten dezelfde opladers gaan gebruiken? De telecomboeren hebben wel beloofd om hun best te doen voor een universele oplader, maar wilden een Europese afspraak hierover onlangs niet verlengen. Vooralsnog maar opladen via USB, dus.

    • Peter Teffer