Voor het laatst zijn aanwezigheid voelen

Tot verbazing van veel Zuid-Afrikanen geldt vandaag niet als nationale vrije dag.

Het is zomer in Zuid-Afrika, maar vandaag is het grauw, koud en regenachtig. Misschien daarom stonden er nog geen lange rijen toen de poorten van het First National Bank Stadium in Johannesburg vanochtend vroeg om zes uur open gingen voor de herdenkingsbijeenkomst van Mandela.

„Zuid-Afrikanen komen altijd te laat”, lachte een van de duizenden stewards die de bezoekers moest controleren bij het hek. Hij opende de koelbox van een bezoeker en graaide door de gekookte eieren, broodjes kaas en gehaktballen. Langzaam druppelden de bezoekers binnen.

Er was nog een reden waarom sommigen niet naar het stadion waren gekomen: ze moesten gewoon naar hun werk. Tot verbazing van veel Zuid-Afrikanen is vandaag niet uitgeroepen tot nationale vrije dag. Bovendien waren ze bang gemaakt: het zou bijna onmogelijk zijn om een plekje te bemachtigen.

De 25-jarige Michael Dlamini had vrij genomen en was om twee uur vannacht opgestaan uit vrees dat hij anders geen stoel had. Het kartonnen bord met de foto van Mandela dat hij droeg, was al deels kapot gegaan door de regen. „Ik wil zijn aanwezigheid nog een keer voelen. Hij heeft zo’n grote invloed gehad.”

Mandela, vader van de natie, had al lang geen politieke invloed meer. Toch had Dlamini de laatste jaren nog steeds het gevoel dat Mandela met het land meekeek.

Het First National Bank Stadium was de laatste plek waar Mandela in het openbaar verscheen. Tijdens het WK voetbal in 2010 werd hij in een golfkarretje over de middenstip gereden. In hetzelfde stadion hield hij in 1990 een toespraak vlak na zijn vrijlating, na 27 jaar gevangenschap. Een herdenking hier was dus gepast.

Het publiek juichte terwijl de wereldleiders het stadion binnenstroomden. Het hardste applaus was er voor Graça Machel, de weduwe van Mandela, die de afgelopen maanden aan zijn ziektebed zat. Ook de laatste blanke president van Zuid-Afrika, F.W. de Klerk, hoorde gegil bij zijn binnenkomst. Maar er klonk boegeroep toen de huidige president Zuma werd gepresenteerd. Waar Mandela het morele kompas was, krijgt Zuma te maken met het ene na het andere schandaal. Juist in deze week van reflectie meent een deel van Zuid-Afrika dat het land teveel is afgegleden, als het gaat om leiderschap.

De bezoekers spraken vooral hun hoop uit dat Mandela’s overlijden een keerpunt is en dat er werk wordt gemaakt van zijn ideaal van een gelijke samenleving. „We willen dat geloven”, benadrukte de 19-jarige Thandi Lebo, geboren na de Apartheid. „Hiermee kan het toch niet afgelopen zijn?”

Op de lijst van sprekers stonden veel buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders. Maar er was ook ruimte voor persoonlijker woorden, van Mandela’s kleinkinderen en van Andrew Mlangeni. Hij was met Mandela een van de verdachten van het Rivonia-proces in 1964 en zat samen met hem gevangen op Robbeneiland. „Laten we niet huilen”, zei hij eerder deze week. „Mandela had dat niet gewild. Ik stel voor dat we zijn leven vieren.” Dat deed het publiek. Dansend werd Mandela’s naam gescandeerd. „Ik wil dat hij het helemaal daarboven hoort”, zei een oude vrouw met haar blik omhoog. „De grauwe wolken houden ons niet tegen.”