Undercover in de vleesindustrie- Rolling Stone ging mee

Screenshot uit undercoverfilmpje HSUS

Dieren die lijden onder de onverzadigbare vleesconsumptie van de mens kunnen rekenen op een almaar groeiend leger dierenwelzijnsstrijders. In de Verenigde Staten bestaat die troepenmacht naast bijvoorbeeld PETA ook uit de Humane Society of the United States (HSUS), die mensen undercover stuurt in de bio-industrie. Tijdschrift Rolling Stone volgde een aantal van de infiltranten die in de vleesindustrie zijn gaan werken om vast te leggen hoe het er daar aan toegaat.

Een eerste opvallend detail is de vormgeving van het stuk, dat als een waar horrorverhaal opent met een bloederige letter. Ook aan de titel van het stuk - In The Belly of the Beast - af te lezen, hebben we te maken met een thriller.

Werken bij ‘de vijand’

Een van de hoofdrolspelers is Sarah. Dat is niet haar echte naam. Zij werkt voor de HSUS undercover bij een megastal in Wyoming. Negen uur per dag zwoegt zij in een stinkende stal tussen de zwangere biggen, met als doel het onrecht te laten zien dat deze dieren wordt aangedaan. Samen met onder anderen Juan (ook een pseudoniem) maakt zij filmpjes van de dagelijkse gang van zaken in de grote vleesbedrijven. Maar een groot gevaar dreigt…

Op het YouTube-kanaal van HSUS staat bijvoorbeeld dit filmpje (wees gewaarschuwd: de beelden zijn gruwelijk)

In many cases, these findings trigger arrests and/or shutdowns of processing plants, though the real heat put to the offending firms is the demand for change from their scandalized clients – fast-food giants and big-box retailers.

In deze multimediale longread, die echt een beetje leest als een horrorverhaal, zijn een aantal van de filmpjes van HSUS verwerkt. En allerlei cijfers over het aantal varkens, kippen, kalkoenen en runderen dat per jaar wordt geslacht in de VS. In zekere zin lijkt dit stuk dan ook op een schoolvoorbeeld van “campagne-journalistiek”. De vraag is of dat erg is.

Oordeel zelf en lees het hele verhaal van Paul Solotaroff bij Rolling Stone (7039 woorden, ongeveer 32 minuten leestijd).

    • Laura Klompenhouwer