Onder zeebodem zit heel veel zoetwater

Op talloze plaatsen ter wereld bevinden zich voor de kust reusachtige voorraden zoet en brak grondwater. Winning van dit zogeheten ‘paleowater’ kan het huidige, intensieve gebruik van grondwater op land compenseren. Dat gebruik leidt op veel plekken in de wereld tot verzilting, uitdroging en inklinking van de bodem.

Dat schrijft een internationaal team hydrologen, waaronder wetenschappers van de Vrije Universiteit in Amsterdam, in een overzichtsartikel dat eind vorige week verscheen in het wetenschappelijke vakblad Nature. Ze beschrijven dat veel van dat zoete en brakke water opgeslagen zit in oudere sedimentlagen van het continentaal plat, het deel van een continent dat bedekt is door zeewater. Volgens een grove schatting gaat het om een half miljoen kubieke kilometer water. „Honderd keer meer dan de mens sinds 1900 aan grondwater heeft gewonnen”, zegt hydroloog Koos Groen desgevraagd via de telefoon.

De zoetwatervoorraden hebben zich volgens de auteurs gevormd gedurende ijstijden, toen het zeewater beduidend lager stond dan nu, en een groter deel van de continenten droog lag. Het regenwater dat in de toenmalige kuststreken viel, infiltreerde in de bodem en werd vervolgens langzaam bedekt met dicht, kleiachtig sediment. Ook kon vanaf land het grondwater in zulke perioden verder doorstromen richting zee. In warme perioden steeg de zeespiegel, en rukte het zoute water op. De huidige warme periode begon zo’n 12.000 jaar geleden.

Eind jaren zestig van de vorige eeuw werd voor het eerst zoet water gevonden in een continentaal plat. Dat gebeurde bij een boring voor de oostkust van de Verenigde Staten. „Het water spoot door de boorbuis omhoog de lucht in”, zegt Groen. Zelf heeft hij paleowater aangeboord in het continentaal plat van Suriname.

Paleowater wordt tientallen, soms wel honderden kilometers uit de kust aangetroffen.