Nederlandse farmaceuten saboteerden introductie kankermedicijn

Het Berlaymont gebouw alwaar de europese Commissie zetelt. Foto ANP / Evert-Jan Daniels

Nederlandse dochterbedrijven van het Zwitserse farmaconcern Novartis en het Amerikaanse Johnson & Johnson hebben Nederlandse kankerpatiënten ernstig benadeeld. Door illegale kartelafspraken hielden zij de introductie van nieuwe goedkopere pijnstillers tegen kanker tegen. De Europese Commissie heeft de Amerikanen een boete van 10,8 miljoen opgelegd en de Zwitsers 5,5 miljoen euro.

Illegale afspraken in 2005 gemaakt

De organisaties spraken in juli 2005 af om de introductie van een goedkopere versie van fentanyl, een pijnstiller honderdmaal krachtiger dan morfine, te vertragen. Hiertoe betaalde Johnson & Johnson aan Novartis een maandelijkse vergoeding. Volgens Europees commissaris Joaquín Almunia moet de opgelegde boete de farmabedrijven ertoe aanzetten tweemaal na te denken voor zij zulke concurrentiebeperkende afspraken maken die voor zowel patiënten als belastingbetalers schadelijk zijn.

Prijsafspraak ten koste van kankerpatiënten

Johnson & Johnson ontwikkelde in 1960 al het middel fentanyl. Het patent hierop liep in 2005 af waardoor Novartis-dochter Sandoz zich opmaakte een generiek fentanylpleister op de markt te brengen. Maar daar zag Sandoz van af na een geheime afspraak waarin de Amerikanen maandelijks een bedrag aan Sandoz overmaakten. Dat bedrag was hoger dan Sandoz had verwacht te verdienen met de nieuwe goedkope pleister. Het akkoord werd na zeventien maanden stopgezet toen een andere partij met een generieke pleister kwam.

De Europese Commissie liet vandaag in een verklaring weten dat de prijsafspraak ten koste van patiënten en de belastingbetaler is gemaakt:

Een en ander betekende dat het akkoord de introductie van een goedkoper generiek geneesmiddel met zeventien maanden heeft vertraagd en de prijs voor fentanyl in Nederland kunstmatig hoog heeft gehouden - ten koste van patiënten en de belastingbetaler die de Nederlandse gezondheidszorg financiert

    • Jeroen Wester