Met luchtstofzuiger en maskers de smog te lijf

Aaaayiiaaa. De onvertaalbare Chinese uitdrukking voor verbazing, verontwaardiging en andere menselijke emoties valt in elk gesprek over de zeer zware luchtvervuiling die niet alleen Shanghai, maar heel oostelijk China bedekt.

Dag na dag worden in de grootste metropool van het land en nog twintig andere miljoenensteden in de Yangtze-delta de luchtvervuilingsrecords gebroken. Onafgebroken melden media ongelukken, wegafsluitingen en vele uren vertraagde (KLM-)vluchten als gevolg van de industriële smog.

Als je dan in Nederlandse media ook leest dat fijnstof een veel gevaarlijker sluipmoordenaar is dan gedacht, weet je als inwoner van Shanghai (Beijing, Nanjing of Hangzhou) dat je in een van de grootste gevarenzones van deze tijd werkt. Voor de technisch geïnteresseerden: er zijn in oostelijk China de afgelopen dagen waarden van ruim 600 microgram hele fijne fijnstof per kubieke meter lucht gemeten, met uitschieters naar 900. De aanbevolen grens van de Wereldgezondheidsorganisatie is 25 microgram per kubieke meter en dat is volgens nieuwe inzichten, zo meldde ook gisteren deze krant, nog veel te ruim.

Wat doe je er aan in autogek, onverdroten bouwend China? Hoe hou je stand in de Airpocalypse, los van onmiddellijk een lange (werk)vakantie te boeken naar een Indonesisch duikeiland. Kranten leveren nuttige tips, die erop neerkomen dat je binnen moet blijven, de ramen en deuren goed moet afsluiten en de airco moet uitzetten.

Intussen beschikken ook wij over een heel assortiment gezichtsmaskers, variërend van slappe witte lapjes tot een chique model met Burberry-ruit. Nieuwste aanwinst is een belachelijk ogend, strak zittend, neus en mond insnoerend model van Japanse makelij. Chinezen hebben een historische hekel aan Japanners, niet aan Japanse producten. Dus met een monddoek om de diep doordringende fijnstof uit de longen te weren, kun je veilig de straat op.

Gisteren was zo’n dag met een bruingele, bitter geurende lucht die – zonder masker – een nasmaak van metalen, vermengd met chemicaliën op de lippen achterliet. Zelfs met drie soorten maskers tegelijk op, voelden mijn longen aan als na het roken van zware Van Nelle. Nadeel van drie maskers heeft een voordeel: je kan dan nauwelijks ademen. De meest drastische maatregel, behalve verhuizen naar de bergen en theevelden van Moganshan , had ik veel eerder moeten nemen – de aanschaf van luchtzuiveringsapparatuur.

Dragen correspondenten in het Midden-Oosten kogelwerende vesten en helmen, journalisten in China moeten speciale maskers en de beste luchtzuiveringsapparatuur hebben. Maar ja, duur, en zou het echt helpen? Toch maar de knoop doorgehakt, want van een onzichtbare killer wordt de stoïcijn in mij zenuwachtig en de zorgzame krant betaalt mee. Gaat om een lange termijninvestering, nietwaar?

Wij bezitten nu de „Cadillac among the airpurifiers”, althans op papier, want er is een levertijd van twee weken. Dankzij een behulpzame vrouw, die net zo’n ding had gekocht, en hielp met afdingen, werd de prijs 10 procent lager. De verkoopster bleef lachen, zo druk heeft zij het nog nooit gehad.

Kopers in de witgoedwinkels vormen lange rijen. Meest gehoorde grap in onze rij: ik bel straks even met mijn aandelenmakelaar om aandelen (en dan volgen diverse namen van producent) te kopen. Luchtstofzuiger of niet, de echte hoop is gevestigd op hoge winden die de vervuiling naar zee verdrijven, naar de overburen. Niemand verwacht dat China ondanks enorme groene investeringen in de komende tien jaar voor blauwe, schone luchten zorgt, zelfs de fanatiekste communist niet.

Intussen is besloten dat de volgende stap een gang naar de dokter is, net als honderdduizenden anderen hebben wij al weken last van rauwe kelen, hoest, taai slijm en pijnlijke longen. Mijn vrouw deed dat gisteren al en kwam godzijdank met geruststellende röntgenfoto’s thuis. Nu ik nog.