Inval bij oud-premier van Curaçao

Gerrit Schotte wordt vijftig keer genoemd in register van ongebruikelijke transacties.

De Curaçaose en Nederlandse recherche zijn gisteren het woonhuis, het partijkantoor, een tweetal bedrijfspanden en de parlementaire werkkamer van Gerrit Schotte binnengevallen. Zij waren op zoek naar bewijs van het witwassen van geld en valsheid in geschrifte. De voormalige premier van Curaçao is de hoofdrolspeler in deze zaak. Hij is niet gearresteerd.

In een verklaring meldt het Openbaar Ministerie dat de invallen het gevolg zijn van twee aangiften die in september 2012 zijn gedaan en waarbij het vermoeden is geuit dat „een persoon, G.F.S., zich schuldig heeft gemaakt aan voornoemde overtredingen”. Daarbij is, zoals het persbericht meldt, „informatie verstrekt die betrekking heeft op zogenaamde Meldingen Ongebruikelijke Transacties, MOT-meldingen”.

De eerste aangifte kwam daags na de val van het kabinet-Schotte, dat toen echter van geen wijken wilde weten. In de periode tot aan de verkiezingen van 19 oktober verscheen er zoveel belastend materiaal over Schotte in de media, dat het OM aankondigde alle „politiek gemotiveerde” aangiften voor onbepaalde tijd te laten rusten.

De ex-premier wordt vijftig keer genoemd in het register dat wordt bijgehouden bij het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties. Het betreft cash stortingen op rekeningen van Schotte gedurende de periode dat hij gedeputeerde was: in totaal 350.000 euro.

De tweede aangifte ging over de betrokkenheid van de Siciliaanse maffiabaas Francesco Corallo bij partijfinanciering van de Movementu Futuro Kòrsou, de MFK-partij van Schotte.

Francesco Corallo is een vriend van Schotte en bekend op Sint Maarten en Curaçao als de grote man achter de Atlantis Casino groep. Corallo maakte in de zomer van 2010 forse bedragen (bijna 300.000 dollar) over van zijn bedrijf naar de rekening van Schottes vriendin, Cecely van der Dijs, en naar de rekening van Schottes bedrijf No Brand Ltd.

Corallo kwam pas in oktober 2011 in beeld. Toen lekte een brief van Schotte aan de Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken. De voormalige premier vroeg daarin om een verklaring van goed gedrag voor Corallo; hij wilde de casinohouder een belangrijke functie geven bij de centrale bank.

De Italiaanse minister liet weten antwoord te zullen geven via de gebruikelijke diplomatieke kanalen: de Koninkrijksambassade in Rome. Eind mei kreeg Schotte antwoord van ambassadeur Alphonsus Stoelinga. Die stelde – ook al in een uitgelekte brief – dat Corallo helemaal niet zo ‘schoon’ was als Schotte beweerde. Weliswaar waren er van Corallo geen strafrechtelijke veroordelingen bekend, maar uit informatie van de Italiaanse politie en inlichtingendienst werd duidelijk dat Corallo betrokken was bij internationale drugshandel en witwassen van geld; Corallo was volgens Nederland een belangrijk persoon binnen de Siciliaanse maffia. Bovendien werd hij gezocht door Interpol.

    • Dick Drayer