Hyperbolen van Dorrestijn zijn zeer komisch

„Wie van vrolijkheid houdt”, sombert Hans Dorrestijn, „kan beter een abonnement nemen op het Concertgebouworkest.” Terwijl het ook bij Dorrestijn zelf vrolijk toeven kan zijn. Hij is weliswaar ooit betiteld als de meest pessimistische aller cabaretiers, de meester van het misantropisch malheur, maar vindt voortdurend zulke komische hyperbolen voor het levensleed dat zijn optreden hoogst lachwekkend is. Ook weer in Goeie Genade, zijn nieuwe theaterprogramma nadat hij in zijn vorige, zes jaar geleden, had gezegd dat dat zijn laatste was.

Een geoefende podiumpersoonlijkheid zal de klaaglijk klinkende dichter-zanger nooit worden. Hij leest zijn verhaaltjes en verbindende teksten goeddeels voor van de A4’tjes die op de piano liggen. Ook zijn vocale en pianistische vaardigheden reiken niet tot in de hemel. Maar wat bij Dorrestijn bovenal telt, is de tekst. En die is hier vitaler dan ooit, ook in de nummers die hij al eerder zong. Vaak komt zijn humor uit een hinderlaag – als onverwachte wending met aforistisch resultaat. Over de geneugten van het huwelijk bijvoorbeeld: „Als je getrouwd bent, heb je tenminste nog iemand om tegen te zeggen dat je zo eenzaam bent.” Het is dus maar goed dat hij op zijn 73ste negeert dat hij ooit was gestopt.

Henk van Gelder

    • Henk van Gelder