Heeft u wel eens een politicus omgekocht?

Ton Hooijmaijers, de voormalige VVD-bestuurder van Noord-Holland, zei na zijn veroordeling tot drie jaar cel wegens fraude en valsheid in geschrifte afgelopen zaterdag in een interview in deze krant: „Deze rechtbank heeft totaal geen kennis van het politieke bedrijf. Echt nul.”

Zakenman Joep van den Nieuwenhuyzen zei eerder dit jaar na zijn veroordeling tot 2,5 jaar cel wegens omkoping en faillissementsfraude dat de Fabeltjeskrant meer waarheid bevatte dan zijn strafdossier en dat hij soms het idee had dat hij in de rechtbank „een college economie voor gevorderden” stond te geven.

En ze hadden het nog niet eens begrepen ook.

Rechters zijn, kortom, domoren.

Hooijmaijers en Van den Nieuwenhuyzen hebben meer gemeen dan een klinkende veroordeling wegens vergelijkbare vormen van witteboordencriminaliteit en een neerbuigende houding ten opzichte van de rechtbank, de officieren van justitie en de rechercheurs van de FIOD, de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst.

Zij werkten beiden op het snijvlak van politiek bestuur en bedrijfsleven. Hooijmaijers is een ondernemer die via de Amsterdamse stadspolitiek in het provinciaal bestuur terechtkwam. Daar nam hij financiën én ruimtelijke ordening onder zijn hoede. Ruimtelijke ordening is bij uitstek het terrein van (voor)kennis en informatie waar projectontwikkelaars, beleggers en grondspeculanten op jagen. Bijna nergens is de kans zo groot dat het aanknopen en onderhouden van zakelijke relaties via geschenken en uitnodigingen voor feesten en partijen overgaat in smeren en fêteren en vervolgens in steekpenningen en omkoping. Het vastgoed is een ondoorzichtige markt.

Van den Nieuwenhuyzen had zich gespecialiseerd in de defensiesector, een bedrijfstak die afhankelijk is van overheidsopdrachten. Ook dat is een kleine wereld, met aanzienlijke onderlinge afhankelijkheid om die ene grote order te krijgen. Of die ene extra financiering. Zoals die keer dat Van den Nieuwenhuyzen bijna tien jaar geleden bij het hoofdkantoor van de Rabobank op de stoep stond voor geld. Hij werd vergezeld door een heuse generaal-majoor. In uniform. Als dat geen indruk maakt op bankmensen die over je krediet beslissen...

Ook indrukwekkende zakelijke relaties in de ondoorzichtige defensiesector kunnen gemakkelijk ontsporen. Om aan garanties voor financieringen te komen kocht Van den Nieuwenhuyzen de directeur van het Havenbedrijf Rotterdam om. Die kreeg acht maanden.

In hun vonnissen merkten beide rechtbanken onafhankelijk van elkaar op dat de verdachten geen blijk hadden gegeven van inzicht in het ontoelaatbare van hun handelen. Dat rekenen de rechters hun duidelijk aan.

De mediaschijnwerpers op prominente veroordelingen, zoals nu van Hooijmaijers, laten een andere aspect van de witteboordenstrafzaken onderbelicht. Als de hoofdpersonen geen blijk geven van inzicht in het ontoelaatbare van hun handelen, hoe zit het dan met die tientallen zakenrelaties die geld overmaakten voor Hooijmaijers adviezen? Zij beseften toch wel dat zij ongebruikelijke, soms aanzienlijke en wellicht strafbare betalingen deden aan een politicus?

Het netwerk van zijn gulle gevers roept ten minste twee vragen op. Over de afloop. Krijgen zij straks een schikking aangeboden van justitie? Zaak gesloten.

En vraag twee: is het eigenlijk wel zo ongebruikelijk om een politicus, een ambtenaar of een andere zakenman geld toe te stoppen in de verwachting dat jouw belangen bij hem in goede handen zijn? Bewijzen dat het gebruikelijk is kan ik niet. Maar een zaak als die van Hooijmaijers vreet niet alleen aan de integriteit van het openbaar bestuur, maar ook aan die van ondernemers en bedrijfsleven.

Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze column over economische ontwikkelingen.