Filmkat

Een kater, een rooie nog wel, als een intrigerend nevenpersonage in een speelfilm – je moet maar durven. De gebroeders Coen durfden het in hun nieuwe speelfilm Inside Llewyn Davis. De hoofdpersoon is een wanhopig naar erkenning zoekende folkzanger, die op zeker moment tegen wil en dank met deze kat wordt opgescheept.

Je ziet meteen dat hij weinig van katten weet. Hij geeft het dier steeds melk, waar katten diarree van kunnen krijgen. Ook beseft hij niet dat huiskatten die binnen moeten blijven, een curieuze radar hebben voor deuren en ramen die een seconde geleden geopend zijn. Je loopt argeloos naar buiten, laat de deur even aanstaan – weg kat.

Verder onderneemt de zanger uitstapjes met zijn kat die interessant zijn voor de film, maar niet aanbevelenswaardig in het dagelijks leven. Hij neemt de metro in New York, terwijl hij de kat tegen zijn borst gedrukt houdt. Geen kattenliefhebber zou het hem na willen doen. Er werd bij de opnamen met vijf katten gewerkt en een ervan krabde hoofdrolspeler Oscar Isaac in het gezicht; hij zat toen met een lijntje aan Isaac vast, terwijl ze zich door het drukke stadshart haastten. Ik ken katten die Isaac voor minder hadden toegetakeld.

Uiteindelijk valt de zanger als nieuwbakken kattenman volledig door de mand als hij moet kiezen tussen zichzelf en zijn kat. Hij laat zijn kat ’s nachts in een onherbergzame omgeving achter in een auto met een slapende idioot. Hij trekt verder – zijn gitaar achterna terwijl de kat hem hulpeloos aankijkt. Op dat moment wisten we zeker dat de gebroeders Coen met deze folkzanger een antipathiek filmpersonage wilden neerzetten.

Maar waarom kozen zij een kat om ons dat duidelijk te maken? Dat blijft nogal vaag. Joel Coen heeft erover gezegd: „De film heeft geen echte plot. Daar maakten we ons op zeker moment zorgen over en daarom gooiden we er die kat in.”

Om te beginnen: er wordt niet met katten gegooid. Maar verder: bedoelt hij dat de kat structuur en continuïteit aan de film moet geven? Of heeft hij ook nog een allegorische bijbedoeling gehad en de kat daarom Ulysses genoemd? (Dat klinkt heel wat erudieter dan Joep, zoals wij onze rode kater noemden.) De kat zou dan een soort baken zijn geweest op de odyssee van de zanger door Amerika. Zelf kwam ik nog op een andere mogelijkheid. Misschien wilden de gebroeders Coen, al of niet bewust, laten zien dat kat en mens elkaars spiegelbeeld zijn: in de kern solitaire wezens, altijd en in de eerste plaats op zoek naar voedsel, of het nu in de vorm van kattenbrokjes is of van erkenning. Eigen belang eerst!

Naarmate de zanger in de film gefrustreerder raakt, gaat hij meer blazen en krabben; zo neemt hij een vrouwelijke collega uiterst beledigend te grazen. Folkzangers kunnen ook bijzonder klaaglijk zingen, net als katten die iets van je willen. Het kan bijna geen toeval zijn dat er een liedjeszanger was die zich Cat Stevens noemde.

De film is zeer losjes gebaseerd op het leven van Dave Van Ronk, een nooit helemaal doorgebroken Amerikaanse folkzanger; begrijpelijk, want hij had geen bijzondere stem en weinig charisma. Lijdzaam moest hij toezien hoe collega Bob Dylan wereldberoemd werd. Op zijn vergeten elpee Inside Dave Van Ronk uit 1963 zien we de zanger in een deuropening staan. Links van hem, in de hoek: een kat.

Vijftig jaar later zijn ze, tegen alle verwachtingen in, toch nog onsterfelijk geworden.