En straks in een theater in de buurt: Mandela, de musical

Zo’n honderd staatshoofden worden er vandaag verwacht bij de afscheidsdienst van Mandela De begrafenis is zondag pas Maar nu hebben al 220 particulieren en bedrijven zijn naam geclaimd

Verslaggever

Nelson Mandela moet nog worden begraven. Maar hij is wel al verkocht.

Voordat de oud-president donderdagavond na een lang ziekbed overleed, werd er al gevochten over zijn juridische nalatenschap. Wie mag straks geld verdienen aan het merk Mandela?

Het is het lot van iedere wereldberoemdheid die sterft. Hij wordt na zijn dood geclaimd door allerlei stichtingen die vanuit zijn naam opereren, door bedrijven die ermee adverteren, door handelaren die zijn hoofd op T-shirts afbeelden, door producenten die een film willen maken. Door eenieder die een graantje van zijn naam wil meepikken.

Zo ging het in elk geval met de vorige weldoener die overleed: Moeder Teresa. Toen zij nog leefde, was ze lid van de The Missionaries of Charity, een groep zusters uit Calcutta. Na haar dood is haar naam verbonden aan heel wat meer organisaties. In het Gelderse dorpje Ulft bijvoorbeeld, heb je de Moeder Teresa Stichting die in Roemenië armoede bestrijdt en in Nederland „voor kleine prijsjes” merkkleding verkoopt. „Uit eerbied en bewondering” voor Moeder Teresa, schrijft de stichting op haar website. De stichting heeft echter „geen enkele verbinding” met haar oorspronkelijke zusters, nabestaanden of haar geloof, staat er.

Op haar website maakt de Moeder Teresa Stichting een andere stichting zwart die uit naam van dezelfde weldoener opereert: de Mother Teresa Children’s Foundation is „een stichting die vaak (ongewenste) post verstuurt”, schrijft de club uit Ulft. De Mother Teresa Children’s Foundation wijst juist op het bestaan van andere Teresa-stichtingen waar het „geen enkele relatie” mee heeft.

Het symbool van de Holocaust, Anne Frank, wordt ook geëxploiteerd door meerdere stichtingen – die zelfs openlijk met elkaar ruziën. Het Anne Frank Fonds, uitgever van haar dagboek, heeft een conflict met de Anne Frank Stichting, exploitant van het Amsterdamse Achterhuis. Beide stichtingen spannen rechtszaken tegen elkaar aan over de vraag wie geld mag verdienen aan de nalatenschap van het Joodse meisje.

Achter Che aan

Aan het portret van de Cubaanse volksheld Che Guevara verdienen duizenden ondernemers over de hele wereld geld. Uitgerekend het hoofd van ’s werelds bekendste strijder tegen het kapitalisme wordt nu gekapitaliseerd op T-shirts, vlaggen en stropdassen. Zijn oudste dochter, Aleida Guevara, merkte ooit op dat de „alomtegenwoordige uitbuiting” van haar vaders afbeelding hem vermoedelijk zou doen lachen.

En Mandela? Zijn hoofd wordt nu al via tientallen online webshops te koop aangeboden op T-shirts, vlaggen en speldjes. Wereldwijd hebben 220 particulieren en bedrijven de naam ‘Mandela’ geclaimd, blijkt uit een check van het register door merkenrechtdeskundige Bas Kist. Ook Mandela’s koosnaam ‘Madiba’ is vastgelegd. Zelfs voor zijn gevangenisnummer 46664 zijn al rechten vergeven.

De helft van de registraties (113) komt van Zuid-Afrikaanse ondernemers. China heeft 21 registraties. Nederland heeft er ook een paar. Ene Robert J.M. van Soest claimde eind vorig jaar de merknaam Mandela, ook Bos Theaterproducties B.V. heeft alvast zijn naam vastgelegd – misschien wel voor een musical.

Dit gebeurt bij alle beroemdheden, zegt merkenexpert Bas Kist. „Zodra ze dood gaan, zijn er allemaal figuren die naar het merkenregister rennen om een claim te doen.” Kist noemt het voorbeeld van zakenman Harry Mens die twee dagen na de dood van Pim Fortuyn zijn naam als merk liet deponeren (volgens Mens zelf omdat er anders anderen mee aan de haal zouden gaan). Ook het merk Máxima werd direct geregistreerd toen haar naam in de Nederlandse pers opdook als nieuwe vriendin van Willem-Alexander. Een man uit Den Haag sprong meteen op zijn fiets om bij het merkenbureau Máxima te claimen. Mag dat zomaar?

In principe wel. Als iemand doodgaat, komt zijn merknaam min of meer vrij. Iedereen mag zo’n merknaam vastleggen. Maar je moet er vervolgens wel iets mee doen. Zo kun je de naam van een beroemdheid registreren en op je eigen spijkerbroekenmerk plakken, als dat nog niet gedaan is, of een nieuw koekje lanceren onder die naam. Tenzij de familie juridische stappen onderneemt, geldt de regel: wie er het eerst bij is, heeft het recht de naam te gebruiken voor een product of dienst.

Ondernemer Jacob Gelt Dekker ondervond dat je er veel geld mee kunt verdienen. Hij claimde de woordmerken Van Gogh en Vincent van Gogh. Toen het Van Gogh Museum 2003 tot het Vincent van Gogh Jaar wilde uitroepen, ter gelegenheid van de 150ste verjaardag van de schilder, kon dat niet zonder de rechten over te nemen van Jacob Gelt Dekker. Volgens een ingewijde heeft het museum er „flink” voor moeten betalen, hoeveel is niet bekend.

Kaskraker

De Leidse onderzoeker Caspar van Woensel, expert op het gebied van intellectueel eigendom, voorziet een grote markt voor Mandela. „De hele wereld kent hem. Plak zijn afbeelding op een shirt of kalender, en het levert geld op.” Volgens Van Woensel is bijna niet tegen te houden dat dit gebeurt. „Helden zijn na hun dood juridisch vogelvrij”, zegt hij. „Als je nog leeft, kun je je verzetten tegen commercieel gebruik van jouw beeltenis. Maar als je er niet meer bent, wordt het voor ondernemers veel makkelijker. Je hebt minder rechten, want je bent er niet meer.”

Van Woensel vindt dat merkenbureaus beroemde mensen beter moeten beschermen tegen uitbuiting. „Mandela is van ons allemaal. Iedereen heeft een bepaald gevoel bij hem, hij staat voor anti-apartheid en anti-onderdrukking. Moeten we zo iemand nu echt lenen voor een commercieel product?” Voor personen die zoals Mandela „deel uitmaken van het cultureel erfgoed”, past volgens Van Woensel geen monopolie op het merkrecht. Voor je het weet, zegt hij, krijgt zo’n naam een andere betekenis. „Für Elise is ook geclaimd als merk. Als je dat maar lang genoeg als reclametune gebruikt voor een bedrijf, kent de nieuwe generatie het lied alleen maar als reclame.”

Schrale troost voor de overleden beroemdheden: in de praktijk floppen veel producten van goudzoekers die een bekende naam aan hun product hangen. Zo bracht de man die Máxima als eerste registreerde, een parfum op de markt onder de naam van de kroonprinses. Het werd een mislukking. „Omdat het toch niet lekker aanvoelt”, zegt Bas Kist. „Serieuze ondernemers zullen nooit een Mandela-parfum lanceren. Dat voelt aan als lijkenpikkerij. Uiteindelijk koopt niemand een merk waar een luchtje aan zit.”