Een kind gaat hier met cola naar bed

Jonge Romavrouwen krijgen les in lezen, schrijven, en de verzorging van hun kinderen. Ze komen omdat het moet.

Romakamp aan de Beerze in Veldhoven. Foto Merlin Daleman

Ze hebben zwart haar en dragen lange zwarte rokken, hoge hakken, grote oorbellen. Ze komen elke maandag- en woensdagmorgen naar Multifunctionele Accommodatie Veldhoven Noord. Sommigen worden gebracht door hun man, anderen lopen vanaf één van de woonwagenlocaties in de stad. Ze hebben kinderen bij zich. Die heten Constantino, Hilda, Santiago. De moeders zijn 18 tot 26.

Ze zijn de eerste tien Romavrouwen die verplicht naar deze ‘dagbestedingsochtenden’ gaan, sinds september. Anders verliezen ze hun uitkering. Een nieuw gemeentelijk project.

Ze beginnen de ochtend met kinderen en begeleidsters in de kring. Samen zingen ze Happy Birthday omdat Samantha 19 is geworden. Dan gaan zij naar het lokaal en blijven hun kinderen bij begeleidsters in de speelruimte. Dat vinden ze moeilijk, ook al kunnen ze hun kinderen door het lokaalraam zien spelen. De kinderbegeleidsters spreken geen Romani. Hoe kunnen die hun kinderen troosten? En wat leren die hun kinderen allemaal over Nederland, fruit en Sinterklaas?

De eerste helft van de ochtend besteden ze aan schrijven en lezen. Ieder heeft een werkboek op eigen niveau. De één spreekt beter Nederlands dan de ander. De een heeft de basisschool afgerond, de ander niet. Juf Janny Hammink (56) beantwoordt vragen.

Ze zijn vrijwel allemaal uitgehuwelijkt tussen hun veertiende en zestiende. Hun familie ontving een bruidsschat. De 260 Roma in Veldhoven hebben twee familienamen.

Hun ouders reisden nog Europa rond. Vooral in de zomer trokken zij met grote caravans van familie naar familie. In de winter woonden ze in groepen op een standplaats in Veldhoven. Dan konden ze naar het Romaklasje van Pieter Dovens. Met een busje haalde hij kinderen in de basisschoolleeftijd op. Onderwijs voor Romakinderen was vrijblijvend, toen.

Wetten en regels maakten rondtrekken lastiger. De burgemeester ‘versteende’ hun kampen en verbood losse caravans. Dus wonen ze nu veelal het hele jaar hier. Hun kinderen gaan vanaf vijf jaar verplicht naar de basisschool. De basisschool maken ze vrijwel allemaal af. De gemeente wil dat hun kinderen ook naar de middelbare school gaan. Maar zij hebben hun twijfels.

Roma moeten Roma blijven. De gemeenschap, de familie – die staat op één. Op school komen kinderen in aanraking met ideeën die afwijken van wat Roma vinden. Op school leren kinderen meer dan hun ouders ooit hebben geleerd. Een Romameisje moet als maagd het Romahuwelijk in.

Het is pauze. Van de buitenstaander die hun vragen stelt over de dagbestedingsochtend worden ze wantrouwig, vijandig. Ze zijn geen kleine kinderen, zeggen ze. Denkt de gemeente dat ze gek zijn, ofzo? Ze komen hier alleen omdat het moet.

Sommigen gaan vroeg terug naar het lokaal om hun schrijfwerk af te maken. Hun werkboeken blijven hier. Thuis hebben ze geen papier of pen, zeggen twee van hen. En ze willen oefenen. Want het is best fijn om niet afhankelijk te zijn om een brief te lezen, of een formulier in te vullen.

Het tweede deel van de ochtend komt Lian Verschuren (56) van het consultatiebureau over opvoeding praten. Vorige week was zij er ook. Toen sprak ze over tandverzorging. Dat vonden ze interessant. Enkelen van hun kinderen hebben pijn aan hun tanden. Ze vertelden dat het niet ongebruikelijk is om kinderen met een flesje cola in bed te leggen.

Nu zeggen sommigen trots dat ze voor het eerst in hun leven een afspraak bij de tandarts hebben gemaakt. En anderen dat ze nu half cola en half water in het nachtflesje hebben gedaan.

Het einde van de ochtend. Ze gaan steeds meer grapjes maken. Het is mooi geweest. Om half twaalf nemen ze ongeduldig plaats in de kring op de kinderstoeltjes in de opvangruimte. De begeleidsters vertellen hoe goed hun kinderen hebben gespeeld. Zij vertellen wat zij hebben geleerd vandaag. Beneden staan Mercedes en Opel klaar.

Dit is de derde aflevering in een serie over de opening van de grenzen voor Bulgaren en Roemenen.

    • Esther Wittenberg