De slag om betaalbare windmolens op zee

De molens voor het windmolenpark van Eneco voor de kust van Noordwijk worden gemaakt door het Deense Vestas. Omdat ‘wind op zee’ een vermogen kost, gaat de concurrentiestrijd in die sector om zo laag mogelijke kosten.

Op de Noordzee is veel geld te verdienen. Met het Energieakkoord dat ruim 40 partijen hebben gesloten, is definitief gekozen voor ‘wind op zee’.

In 2020 moet er voor 4500 megawatt (MW) aan windmolens voor de Nederlandse kust staan. Nu is dat slechts 228 MW; voor 700 MW zijn er plannen. Bij elkaar dus nog geen kwart. Wind op zee is cruciaal om in 2020 de beoogde 14 procent duurzame energie te halen. Windmolenproducenten, bodemonderzoekers en installatiebedrijven staan er klaar voor. Maar wind op zee is kostbaar: een windmolen met een vermogen van 3 MW op zee kost drie miljoen euro. Daardoor is stroom opgewekt op zee bijna drie keer duurder dan stroom uit een traditionele kolencentrale. Windmolens op land leveren stroom die ongeveer anderhalf keer zo duur is.

De overheid subsidieert wind op zee op voorwaarde dat de industrie de kostprijs met 40 procent verlaagt. Als dat lukt en de molens draaien, kunnen windparken op zee meeprofiteren uit de 18 miljard euro subsidie die minister Kamp (Economische Zaken, VVD) reserveert voor duurzame energie.

De industrie staat voor een lastige opgave: hoe krijg je in korte tijd de kostprijs zo drastisch omlaag? Door grotere turbines te gebruiken, zegt de een. Door nieuwe financieringsmethodes te bedenken, zegt de ander. Door slimme verbindingen aan te leggen op zee, zegt de derde. Door op al die punten iets extra’s te doen, zegt de vierde.

In Esbjerg in Denemarken is windmolenfabrikant Vestas begonnen met de eigen kostenreductie. Noodgedwongen, want het bedrijf dat Denemarken aan zijn belangrijkste exportartikel helpt, is de afgelopen jaren langs de rand van de afgrond gewankeld. Snelle groei had het bedrijf kwetsbaar gemaakt voor de economische crisis.

Vestas, samen met het Duitse Siemens marktleider, boekte in 2011 een verlies van 166 miljoen euro op een omzet van 5,8 miljard. In 2012 was het verlies zelfs 963 euro op een omzet van 7,2 miljard. Sinds kort heeft Vestas alle activiteiten op zee ondergebracht in een joint venture met Mitsubishi Heavy Industries, onderdeel van het Japanse Mitsubishi conglomeraat.

Werken op land is tien keer goedkoper dan werken op zee, heeft Vestas berekend. Daarom zet het bedrijf op een terrein op de kade windmolens zover mogelijk in elkaar. Op de kade staan torens van 68 meter hoog te wachten op vervoer naar zee, volledig ingericht. Het licht doet het, de lift doet het, de ehbo-kist zit op zijn plaats. Hij hoeft alleen maar opgetild en op het aangelegde fundament gete worden getild. Hetzelfde geldt voor de nacelle, de gondel bovenin de windmolen waarin alle techniek is samengebracht: computers die de windkracht en -richting bijhouden, de wieken in de juiste stand plaatsen en alle berekeningen uitvoeren die de windenergie met zich meebrengt.

Alle aparatuur en techniek wordt hier getest. „Als blijkt dat een onderdeel niet werkt, halen we een nieuw onderdeel uit het magazijn”, zegt operatieleider Bo Bjerregaard. „Kom je daar op zee pas achter, dan moet je helemaal terug. En als het een beetje tegenzit kan je niet meteen terug omdat er te veel wind staat”.

Ooit was Esbjerg een beroemde vissersplaats. In plaats van netten, liggen er nu windmolendelen op de kade. De vissers van vroeger lopen als duplomannetjes over de werf: vierkante poppetjes in fluorescerende veiligheidskleding. En daar houdt de associatie met lego niet op. De kant-en-klare stukjes windmolen worden op zee in enkele handelingen in elkaar gezet. In acht uur staat de molen op zijn plek. Eerst de toren, dan de nacelle, dan de drie rotorbladen die telkens in één beweging van het schip worden getild en aan de windmolen ‘geklikt’.

Dat gebeurt door een speciaal installatieschip dat de torens rechtstandig naar de plaats van bestemming vervoert en daar een zestal ‘poten’ naar de zeebodem laat zakken om stevig te staan en het installatie werk te kunnen uitvoeren. De torens en turbines die dezer dagen op de kade staan, zijn bestemd voor het windpark Northwind, voor de kust van België, op 36 uur varen van Esbjerg.

Over een jaar moeten hier de windmolens klaarstaan die het Nederlandse energiebedrijf Eneco heeft besteld voor het park Luchterduinen dat voor de kust van Noordwijk wordt aangelegd. Daar begint in de tweede helft van vorig jaar de bouw van 43 windmolens. Een project dat Eneco uitvoert in een joint venture met een andere tak van het Mitsubishi-conglomeraat: Mitsubishi Corporation.

Het besluit om Luchterduinen aan te leggen dateert nog van voor het Energieakkoord van afgelopen zomer. Toch draait het ook hier om kostenreductie. Zo zal Eneco de molens meteen op de fundering laten plaatsen, zonder het tussenstuk dat nu nog wordt gebruikt. Ook wil het bedrijf andere innovaties uitproberen die geld besparen.

De concurrentieslag op zee gaat niet meer om de vraag of je uit wind energie kunt opwekken, maar hoe je kunt bezuinigen. Wie de meeste kosten bespaart kan de komende jaren het meeste geld verdienen. En de meeste groene stroom produceren.