Büch herleeft in gelaagde musical

Foto Roy Beusker

Het kleine blonde jongetje staat op uit zijn grafkist en speelt een verduiveld stukje luchtgitaar, bij de stampende rock van de vijfmansband die De kleine blonde dood begeleidt. Dat is een raak en toepasselijk openingsbeeld van de musical naar het beroemde boek van Boudewijn Büch, en bovendien zet het de intrige meteen op scherp.

Het zoontje van de man die Boudewijn heet en die zo graag de vader wilde zijn, is dood. Maar omdat in het theater alles kan, vraagt het joch zijn vader nu de oren van het hoofd over zijn korte bestaan – inclusief die ene nacht met de juffrouw van school die prompt zwanger was geworden. Zo stapt Boudewijn op aandringen van zijn zoon terug in de tijd die hij achter zich heeft, om ook weer tegenover zijn eigen door de oorlog getraumatiseerde vader te komen staan. Ondanks het feit dat die man allang dood is; hij is „nog doder dan de dodo”.

Het script van Dick van den Heuvel is een gelaagde vertelling met een grote rol voor de liedteksten die hij samen met Sjoerd Kuyper schreef, in een aan Büch refererend idioom. „En de wind die ik zaai / is altijd wind tegen”, zingt deze Boudewijn op de gespierde rock van componist Ad van Dijk. En: „Het verleden is gestorven / en de toekomst brengt de dood.”

Het is zijn zwartgallige levensinstelling die, naar hij meent, is veroorzaakt door de liefdeloosheid van zijn vader. Maar die in een jongensachtig soort geluk verandert zodra hij een zoontje blijkt te hebben.

William Spaaij speelt deze Boudewijn-rol met flair, energie en inleving en zelfs even met de motoriek van het Büch-idool Mick Jagger. Hij oogt als een onvolwassen romanticus, die nog geen flauw idee heeft wat er ooit van hem moet worden.

Met veel beheersing vertolkt Frans van Deursen de oude vader, die toch ook een paar zachte kanten laat zien. En naast hen staan Margreet Boersbroek als moederlijke arts en Marjolein Teepen als de verloederende schooljuffrouw die zich in één nummer zodanig overschreeuwt dat er geen woord meer van te verstaan is. Net als in de omstandig gechoreografeerde neukscène, die natuurlijk wellustig is bedoeld, maar vooral overbodig is – we hadden al begrepen dat er tijdens die hitsige ontmoeting een kind was verwekt.

In de verder vooral genuanceerde regie van Peter de Baan is De kleine blonde dood een kleine, met zichtbare zorg gemaakte musical. Maar meeslepend is de voorstelling zelden. Dat kan misschien ook moeilijk met zulke beschadigde personages.

De meeste aandacht ging gisteravond, tijdens de première, in elk geval naar de piepjonge Stijn van der Plas, een van de vier jongens die gedurende de komende tournee het dode kind spelen. Hij bleek een acteur met grote zeggingskracht en voortreffelijke timing te zijn. En volkomen opgewassen tegen zijn oudere collega’s.

    • Henk van Gelder