Breek eens uit die etnische bubbel

Het bedrijfsleven staat te springen om hoogopgeleide allochtonen. Zij moeten alleen wel hun kansen pakken, betoogt Zihni Özdil.

Een bulldozer aan het werk bij een kolenmijn in Kentucky. 40 procent van de uitstoot van CO2 in de VS komt door kolen. Het is de meest vervuilende energiebron. Foto AFP

We weten al tientallen jaren dat er op Nederlandse arbeidsmarkt sprake is van structurele discriminatie. Onderzoek na onderzoek bevestigt dat, zoals het SCP-rapport met de veelzeggende titel Liever Mark dan Mohammed? uit 2008 en de vervolgonderzoeken van hetzelfde instituut.

Keer op keer blijkt dat Nederlanders met een niet-westerse afkomst, vooral mannen, met dezelfde kwalificaties significant minder kans maken om uitgenodigd te worden voor een sollicitatiegesprek. Mede hierdoor is er onder ‘niet-westerse allochtonen’ een drie keer zo hoge werkloosheid. In sommige wijken bedraagt de allochtone jeugdwerkloosheid inmiddels zelfs 40 procent.

Maar er wordt vaak een belangrijk punt vergeten in de discussie over discriminatie op de werkvloer: deze vindt vooral plaats in het lagere- en middensegment van de arbeidsmarkt. Uit dezelfde onderzoeken blijkt dat voor hogeropgeleide allochtonen en autochtonen de kans om uitgenodigd te worden voor een sollicitatiegesprek nagenoeg gelijk is.

Zo steken grote advocatenkantoren en financiële instellingen ontzettend veel energie in pogingen om divers talent te werven. Dat is ook wel nodig als je internationaal opereert. Maar ondanks alle headhunters en zoektochten kunnen ze maar heel weinig geschikte kandidaten vinden. Waarom? Omdat veel hoogopgeleide allochtonen tijdens hun studie grote ambities hebben, maar geen werk maken van de noodzakelijke socialisatie.

Als je geen activiteiten ontplooit naast je studie ‘omdat ze bij hun borrels alcohol drinken’ en je opsluit in je eigen etnische bubbel maak je geen kans. Dat geldt net zo goed voor de heikneuter uit Brabant die geen netwerk opbouwt en zich de corporate culture niet eigen maakt tijdens de studie.

Met een (islamitische) zwartekousen-mentaliteit kun je niet gedijen in de zakelijke top. Als je tijdens je studie enkel actief bent bij een etnische studentenclub waar je je bezig houdt met iftardiners en Istanbulreizen bouw je niet de nodige netwerken op en leer je de instrumenten niet aan om bij Allen & Overy of Loyens & Loeff aan de slag te kunnen gaan.

Voor allochtone studenten is het dus een kwestie van de ogen open doen en begrijpen dat een relevant netwerk opbouwen en de zakelijke cultuur aanleren cruciaal zijn. Dat is ook hetgeen al die headhunters in het hogere segment frustreert; ze willen dolgraag allochtonen, maar er zijn er te weinig met de benodigde competenties.

Kortom, als je bij Goldman Sachs aan de slag wilt moet je bij het corps gaan. Als je journalist wil worden bij de NRC moet je leren schrijven bij je faculteitsblad. Dan drink je maar een colaatje bij de borrels.

Pak werkgevers keihard aan

Maar voor lageropgeleide allochtone jongeren is het niet zo makkelijk. Zoals aangetoond hebben zij dezelfde competenties als blanke sollicitanten, maar worden toch gediscrimineerd op de arbeidsmarkt.

Uit enquêtes blijkt dat 80 procent van de autochtone Nederlanders een witte buurt prefereert en dat circa 40 procent het ‘heel erg’ zou vinden als hun kind met een allochtone partner zou thuiskomen. Het is dus geen toeval dat discriminatie het hardnekkigst is in banen met klantcontact: de autochtone werkgever weet dat zijn klanten liever geen allochtoon achter de balie zien. Met andere woorden: er is een ‘de facto apartheidsstelsel’ in Nederland zoals het ministerie van Binnenlandse Zaken het formuleerde in 2009 (Polarisatie & radicalisering in Nederland).

Wat is de oplossing? Hoe maken we korte metten met deze apartheidsmentaliteit?

Het probleem is dat vooral linksige types het integratiebeleid baseren op ‘het vieren van verschillen’. Het is onmogelijk om hen ervan te overtuigen dat het tegengaan van segregatie niet meteen assimilatie betekent. Als het aan deze geitenwollensokken ligt, blijven we in Nederland doorgaan met het faciliteren van Nederlandse afdelingen van foute nationalistische of religieuze clubjes uit het buitenland om ‘de integratie te bevorderen’.

We moeten daarom per direct stoppen met al die subsidies naar ‘diversiteitsbureaus’ en andere onzinnige clubjes die over de rug van allochtone jongeren geld vangen om wezenloze ‘trainingen’ en projectjes op te zetten. We subsidiëren namelijk al jarenlang projectjes en het heeft absoluut niet geholpen.

Wat wel zou werken is het keihard aanpakken van discriminerende werkgevers. Naming and shaming en fikse boetes zijn middelen die daarbij gepast zijn. Het huidige kabinet is zo dol op lik-op-stukbeleid als het gaat om bijstandsmoeders, dus zero tolerance voor discriminatie op de arbeidsmarkt moet geen enkel probleem zijn.