Arbeidsmigranten beroerd behandeld

Hongaarse schijnzelfstandigen die hier werken voor 1,65 per uur. Vrije arbeidsmigratie leidt vooral tot uitbuiting, constateert Marianne Thieme.

illustratie Ruben L. Oppenheimer

De vrije toegang van migranten vanuit Bulgarije en Roemenië tot de Nederlandse arbeidsmarkt vanaf 1 januari 2014 baart heel veel Nederlanders grote zorgen.

Op dit moment ligt het minimumloon in Bulgarije op 159 euro per maand en in Roemenië op 179 euro per maand. Ter vergelijking : het minimumloon in Nederland bedraagt 1.478 euro per maand. Het ligt daarom voor de hand dat veel Bulgaarse en Roemeense arbeiders hun geluk zullen beproeven op de Nederlandse arbeidsmarkt, waar al een nijpend tekort aan banen is.

Veel arbeiders uit Roemenië en Bulgarije zullen in Nederland geen baan kunnen vinden tegen het Nederlandse minimumloon, waarbij het gevaar aanwezig is dat ze zich zullen vestigen als schijnzelfstandigen die zichzelf tegen een uiterst laag uurtarief aanbieden. Tussen 2007 en 2010 startten al 12.600 arbeidsmigranten uit Bulgarije en Roemenië een bedrijf in Nederland. FNV Bondgenoten en de arbeidsinspectie stelden begin dit jaar vast dat er Hongaarse chauffeurs op Nederlandse vrachtwagens rijden voor 1,65 euro per uur.

Een vorm van uitbuiting die niet alleen de buitenlandse chauffeur ernstig dupeert, maar ook zorgt voor ernstige verschraling van de arbeidsvoorwaarden voor Nederlandse chauffeurs. Veel vrachtwagenchauffeurs overnachten nu al op de parkeerplaatsen bij tankstations onder mensonterende omstandigheden. Net zoals Portugese wegwerkers onder zeer schrijnende omstandigheden werken aan de aanleg van Nederlandse snelwegen tegen uiterst beroerde arbeidsvoorwaarden. Verwachtte het Centraal Planbureau in 2004 nog dat het maximumaantal Poolse arbeidsmigranten 15.000 zou bedragen, inmiddels is dat aantal gegroeid tot meer dan 200.000, waarbij het aanbod van deugdelijke huisvesting de vraag niet kan bijhouden.

Vakantieparken worden op veel plaatsen overwegend semipermanent bewoond door Poolse werknemers die veelal een aanzienlijk deel van hun salaris moeten afstaan aan hun werkgever voor huisvesting en vervoer. Hierdoor kan het wettelijk minimumloon, voor zover sprake is van een reguliere arbeidsrelatie, ernstig onder druk komen.

Sommigen noemen het toelaten van buitenlandse werknemers vanuit nieuwe EU-lidstaten ‘solidair’. De praktijk leert in veel gevallen echter het tegendeel. Vaak is er juist sprake van ernstige uitbuiting en bovendien ernstige verschraling van de voorwaarden in bestaande Nederlandse arbeidscontracten. Als vertegenwoordiger van de Partij voor de Dieren ben ik een groot voorstander van internationale samenwerking en ook van hulp aan minder ontwikkelde landen. Als enige politieke partij in Nederland bepleit de Partij voor de Dieren een budget voor ontwikkelingssamenwerking van 1 procent van het BNP. Maar solidariteit mag niet verward worden met ongelimiteerde toetreding van arbeidsmigranten en de daaruit voortvloeiende uitbuiting en verstoring van de arbeidsmarkt. De Europese afspraken daarover zijn onvoldoende doordacht en behoeven dringend bijstelling.

Het kabinet maakt zich zorgen, maar Lodewijk Asscher (PvdA), de minister van Sociale zaken en Werkgelegenheid, beperkt zich nog tot het afkondigen van Code Oranje. Dat lijkt slechts toekomstmuziek en indekken: „Misschien worden het er wel meer dan de rekenmeesters verwachten”. De drie weken die ons nog resten voor het slot van de deur gaat zullen door het kabinet benut moeten worden om ingrijpende maatregelen te treffen om problemen op de arbeidsmarkt, op de woningmarkt en het uitbuiten van arbeidskrachten serieus te voorkomen.

Marianne Thieme is fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren.

    • Marianne Thieme