72.000 kilometer, geen slaapgarantie

Oceaanzeiler is terug in de Volvo Ocean Race. „Ik wil dat de jeugd een voorbeeld heeft.”

Bouwe Bekking: „Zodra ik bang word, stop ik ermee. Dan kun je niet meer functioneren.” Foto Alex MacNaughton

Op zijn sokken kruipt hij het donkere ruim in. Alles ruikt nieuw aan het jacht, van het dek tot de bedrading, van de wc tot de hangkooien en het krappe navigatiehoekje. „You did a bloody nice job”, zegt hij tegen de bouwer.

De mast en de kiel ontbreken nog, en de boot ligt nog ongeschilderd in een loods van jachtwerf GreenMarine bij Southampton, maar oceaanzeiler Bouwe Bekking (50) heeft geduld. Na ruim vier jaar is hij terug in zijn natuurlijke habitat van carbonfibre, daggerboards en zoute zeilen: de Volvo Ocean Race. Sinds 1985, toen hij als broekie onder zijn grote held, schipper Dirk Nauta, voor het eerst uitvoer op de Philips Innovator, rondde hij de aarde zes keer. Aanvankelijk onbetaald – behoudens een videorecorder van de sponsor – later als fullprof voor een goed salaris.

Hij zag de doodsangst in de ogen van zijn bemanning toen hun boot Movistar brak in de woeste leegte rond Kaap Hoorn, evacueerde midden op de Atlantische Oceaan uit een zinkend jacht, trotseerde ijsbergen, walvisaanvaringen en bevroren voeten.

En nog is het niet genoeg voor Bekking, die volgend jaar met zeven deelnames mederecordhouder wordt. Uit de grond van zijn hart: „Deze race blijft mijn ultieme droom. Als kind had ik dat al. Angst? Zodra ik bang word stop ik ermee, dan kun je niet meer functioneren.”

Alsof hij een waarschuwing afgeeft aan de honderden sollicitanten die zich deze week bij hem meldden nadat bekend was geworden dat hij komend jaar terug gaat naar zee, onder de vlag van Team Brunel. „Iedereen wil mee”, zegt hij tijdens de inspectie van zijn boot. „Iemand schreef: ‘Ik zeil elke zomer op het Sneekermeer. Ik zou graag meedoen aan de Volvo Ocean Race.’ Maar bij Ferrari zoeken ze ook niet iemand die elke dag met een Eend van Enkhuizen naar Medemblik rijdt.”

Windkracht 10

Neem de zware storm die donderdag over de Noordzee raasde. „Ik weet wat er op de oceaan gebeurt met windkracht 10. Zelfs een zeiler die olympisch goud heeft gehaald weet dat niet. In Nederland stormt het een paar uur, dan houdt het op. Wij varen vaak met de snelheid van zo’n storm mee. Je zit er dágen in – dag en nacht. Dan moet je mentaal heel sterk zijn.”

Hij zegt het niet om geïnteresseerde avonturiers af te schrikken, want Bekking gaat de komende maanden uitvoerig op zoek naar zes bemanningsleden die met hem 72.000 kilometer willen afleggen op een oncomfortabele raceboot van een kleine twintig meter. Vier uur op, vier uur af, weken achter elkaar – met geen enkele slaapgarantie. En toch: „Die reacties zijn prachtig. Daaruit blijkt hoeveel die race nog leeft in Nederland.”

Zijn nalatenschap aan de Nederlandse zeilwereld is één van de redenen waarom Bekking in elk geval nog één keer als schipper met een Nederlandse boot de wereld rond wil. Zelf leerde hij als jochie zeilen op de IJssel, vlak bij zijn ouderlijk huis in Deventer. Maar met zijn vuurdoop in de Whitbread Round The World Race zwierf hij letterlijk uit. Leerde de oceanen kennen van Nauta, zeilde voor Duitse topteams, verhuisde naar Denemarken en werd schipper van de Spaanse Telefonica-boten.

Ondertussen zag hij de Nederlandse boten langzaam verdwijnen, ondanks de glorieuze prestaties van Conny van Rietschoten en ABN Amro. Na de kansloze ‘Marktplaatsboot’ van Delta Lloyd (2008-09) zeilde in de editie van 2011-12 geen enkele Nederlander meer mee. „Dat was een drama”, zegt Bekking. „Als we nu geen Nederlandse deelnemer zouden hebben zou het in de toekomst heel erg moeilijk worden. Ik wil dat de jeugd een voorbeeld heeft.”

Na een mislukte poging in 2011, toen Delta Lloyd op het laatst afhaakte voor de Ocean Race, heeft Bekking het tij nu wel mee. De raceorganisatie koos ervoor zelf acht identieke boten (One Design) te laten bouwen, die de zeilteams kunnen kopen voor een slordige drie miljoen euro. Voor Bekking een geschenk uit de hemel, om allerlei redenen. „Het scheelt ongeveer de helft in het budget, omdat je zelf geen boten, zeilen en masten hoeft te ontwikkelen. Bovendien vaart iedereen met hetzelfde materiaal, dus het beste zeilteam wint.”

En omdat ontwerper Farr Yacht Design één boot voor iedereen ontwierp, kon veel meer aandacht worden besteed aan de veiligheid. „Deze boten zijn een stuk steviger dan de vorige”, beaamt Bekking.

Veiligheid

Dat was hard nodig ook. De laatste edities liepen alle boten schade op. In hun strijd om de snelste boot te ontwerpen werden te veel concessies gedaan aan de veiligheid, vindt Connell Daino van bouwer GreenMarine. „Het was te ver gegaan, alle boten gingen kapot in de vorige races. Ze konden ze niet eens meer verzekeren.”

Bekking, in zijn ultieme poging de race voor het eerst te winnen, is inmiddels begonnen aan zijn lange zoektocht naar de beste bemanning, bij voorkeur van Nederlandse afkomst. Hij heeft al een aantal namen op zijn shortlist staan, onder wie Simeon Tienpont, winnaar van de America’s Cup, en navigator Wouter Verbraak, maar ook de olympische zeilers Pieter-Jan Postma en Dorian van Rijsselberghe.

Wellicht zit onder hen het nieuwe boegbeeld van het Nederlandse oceaanzeilen. Postma had afgelopen week al contact met Bekking. „Ik wil een team opbouwen voor de toekomst”, zegt Bekking. „Pieter-Jan is waanzinnig sterk, hij kan een bootje hard laten varen en hij heeft een technische achtergrond. En Dorian vind ik heel interessant. Ik ken hem niet, maar hij kan heel goed zeilen, al heeft hij geen oceaanervaring. Maar ik wil heel graag met hem praten. Ik kan gegarandeerd van hem leren.”

    • Rob Schoof