‘Wat hebben we aan training? We willen echte hulp’

Voorafgaand aan ‘Genève’ leerde de Syrische oppositie vorige week in Nederland hoe ze moet onderhandelen.

Aanbiedingen zoals deze stromen binnen bij de Syrische Nationale Coalitie. Op uitnodiging van Nederland waren afgelopen week 17 leden van de internationaal erkende oppositie tegen president Bashar al-Assad in Den Haag voor een training in diplomatiek onderhandelen. „Alle westerse landen willen ons onderwijzen. Wij kunnen permanent op cursus met al dit soort aanbiedingen van onze internationale vrienden. Maar wat hebben we eraan?”, vraagt Badr Jamous zich af. „Wat we nodig hebben is geld om de mensen te helpen die sterven in Syrië. Wat we nodig hebben zijn ambassades om onze zaak te bepleiten. Wat we nodig hebben is druk van onze ‘vrienden’ om Assad weg te krijgen.”

Jamous is de tweede man in dit verbond van de Syrische oppositie. Hij is net als zijn medestanders zwaar gefrustreerd over de onwil en onmacht van de internationale gemeenschap om de burgeroorlog in Syrië te beëindigen. Toch ging hij in op de uitnodiging om zich vorige week bij instituut Clingendael voor te bereiden op vredesonderhandelingen, volgende maand gepland in Genève. Binnen zijn coalitie is daar weinig vertrouwen in – een deel van de club zou het liefst niet eens naar Zwitserland gaan. „Maar we moeten blijven praten: met het regime, andere oppositiegroepen, andere landen en met de slachtoffers in Syrië die denken dat we ze in de steek laten.”

Jamous was recent nog, stiekem, in Aleppo. Mensen klaagden dat ze niets hebben aan die mooie internationaal erkende oppositieclub van hem. Daarom, denkt Jamous, stappen sommige strijders over naar meer extremistische organisaties dan het Vrije Syrische Leger. Al is het aantal mensen dat vecht voor fundamentalisch-islamitische groeperingen volgens hem veel kleiner dan het beeld daarvan. „Assad voert een zeer effectieve propagandacampagne dat het in Syrië gaat tussen hem en Al-Qaeda.”

Daarnaast is het Assad gelukt zijn internationale legitimiteit te herwinnen. „Toen Obama na een gifaanval dreigde te bombarderen, was Assad even bang. Maar toen de Amerikanen terugkrabbelden werd duidelijk dat ze nooit geweld zullen gebruiken. Assad kan dus blijven doden.”

Voor de Syrische leider lijkt er dus geen enkele prikkel om iets weg te geven in Genève. „Wij vrezen dat de internationale gemeenschap ons zal vragen om decennia te blijven onderhandelen, zoals Israël en de Palestijnen, zonder dat er ooit iets verandert.”

Terwijl de Jamous in Den Haag onderhandelingstechnieken leerde, werd verderop in de stad, bij de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW), met afgevaardigden van het regime gesproken over de vernietiging van Syrië’s chemische wapens. Weer een teken van Assads internationale erkenning, zegt Jamous. Ooit hoopt hij Assad terug te zien hier in Den Haag „op de enige plek waar hij hoort: de internationale rechtbank.”