Volcker komt binnen door de keukendeur

Morgen is het een grote dag voor Europese banken. Dan wordt, na bijna vier jaar noeste arbeid, in de Amerikaanse hoofdstad Washington Amerikaanse wetgeving ingevoerd voor de Amerikaanse financiële sector. Het gaat om de Volcker-rule. Dat is een verbod op handel voor eigen rekening en risico op de financiële markten, voor banken die werken met publieksgeld. Kort gezegd: óf je bent een zakenbank die geld aantrekt op de markt, en je doet maar. Of je bent een algemene bank die (mede) werkt met door het publiek toevertrouwd geld, en dan is handelen voor eigen risico in de dealingroom verboden.

Zo moet worden vermeden dat er gegokt wordt op – uiteindelijk – kosten van de samenleving. In die zin betreft het hier een terugkeer van de zogenoemde Glass-Steagall Act uit 1933, waarin algemene banken en zakenbanken strikt werden gescheiden. Pas in de jaren negentig van de vorige eeuw werd die scheiding weer ongedaan gemaakt. En toeval of niet, dat valt samen met de explosieve expansie van de banksector die later de wereld bijna op de knieën bracht.

De Volcker-rule is veel minder rechtlijnig dan de Glass-Steagall Act van toen. Banken zijn ingewikkelder geworden, en de vraag naar financiële oplossingen is dat ook. Mag je als bank straks handelen op de financiële markten in opdracht van je klanten? Ja. Mag je handelen als je producten hebt gemaakt voor je klanten die zulke handel noodzaken? Denk het wel. Mag je handelen als je eerst producten hebt gemaakt met als achterliggend doel te kunnen blijven handelen, en daar vervolgens pas klanten bij zoekt? Ingewikkeld.

De Amerikaanse bankenlobby heeft er alles aan gedaan om de zaak te vertragen, af te zwakken en te verwateren. Maar toen kwam JP Morgans reuzenverlies van een miljard of zes, door de London Whale, en verkruimelde de weerstand. Die wordt nu bewaard voor als de wetgeving is ingevoerd. Een golf aan juridische procedures wordt verwacht. Niet door individuele banken zelf – die kijken wel uit – maar door hun bedrijfschappen, belangengroepen en de Kamer van Koophandel.

Maar waarom is de invoering van deze Amerikaanse regels ook een grote gebeurtenis voor Europese banken? Dat kan je zien aankomen. Amerikaanse wetgeving is doorgaans aan de expansieve kant. Van de boycot van Iran tot het maken van apps, Europese bedrijven zijn in de praktijk maar al te vaak aan de Amerikaanse regels gebonden. Ook als zij weinig tot niets in de VS zelf doen.

Voor de financiële sector geldt dat nog sterker. Heel veel Amerikaanse regels zijn in Europa in de praktijk gewoon van toepassing. Jongste voorbeeld: de Rabo kreeg in de Libor-zaak megaboetes uit de VS, terwijl zij geen Amerikaanse bank is en de overtredingen voornamelijk in Londen (en zo bleek later ook Utrecht) plaatsvonden. Extraterritoriale werking, noem je dat. En de VS hebben er een ruime traditie in.

Nu is het scheiden van algemeen en zakenbankieren op het Europese continent nooit een uitgangspunt geweest. Pas na de crisis wordt er gepraat over bijvoorbeeld het plaatsen van een hekwerk, binnen een bank, rond het consumentendeel. Maar die discussie over de hervorming van de structuur van banken, op basis van het zogenoemde Liikanen-rapport, is in Europa nog niet afgerond. De kans groeit dat er een waterig, en laat, compromis uit komt. Komt Volcker dan in de tussentijd straks toch gewoon binnen via de achterdeur? De eurocommissaris voor de bankensector, Michel Barnier, waarschuwde er eerder dit jaar al voor. Europese banken die internationaal werken zullen straks aan totaal verschillende regimes moeten voldoen. Onmogelijk. Tenzij je dan maar meteen voor het zwaarste regime kiest. En dat is made in the USA.

Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze column over economische ontwikkelingen.