Symbool Russisch imperialisme komt ten val in Oekraïne

Het neerhalen van een standbeeld van Lenin is het eerste harde anti-Russische protest in ruim twee weken.

Na ruim twee weken primair pro-Europees protest is het afgelopen weekeinde in Oekraïne nu ook tot anti-Russische actie gekomen. Gisteren is in Kiev een standbeeld van de communistische aartsvader Lenin omver geworpen. Sinds de Oekraïense regering 21 november besloot af te zien van een associatieverdrag met de Europese Unie richt het protest zich vooral op integratie in Europa als toekomstperspectief. De Majdan der Onafhankelijkheid, het centrale plein in Kiev waar demonstranten een tentenkamp hebben opgeslagen, werd niet toevallig omgedoopt in ‘Euromajdan’.

Vladimir Iljitsj Oeljanov (1870-1924), alias Lenin, die na de Oktoberrevolutie van 1917 de Sovjet-Unie vormde, staat in veel voormalige Sovjetrepublieken symbool voor het expansionisme én communisme van Rusland. Na de val van de Sovjet-Unie in 1991 werd zijn beeltenis her en der verwijderd. In Rusland zelf wordt Lenin in brede kring gezien als een vaderlandse staatsman. Dat is een van de redenen dat het Kremlin het na 1991 nooit heeft aangedurfd zijn mausoleum op het Rode Plein in Moskou te sluiten.

Het symbolische monument dat zondag door activisten van de ultranationalistische partij Vrijheid werd ontmanteld, stond op een straat met een navenant symbolische naam: de Taras Sjevtsjenko-boulevard. Taras Sjevtsjenko (1814-1861), een romantische dichter die Oekraïne zijn taal en zo een nationale identiteit gaf, is voor Oekraïners wat Lenin is voor veel Russen: een aartsvader.

Ook in de buurt van Odessa is een standbeeld van Lenin vernield. Dat gebeurde in Kotovsk, meldt de website Korrespondent. Deze locatie is opmerkelijk. Kotovsk is een spoorwegstadje in de provincie Odessa, een regio die in de negentiende eeuw door Russen is gecultiveerd en daarom Nieuw Rusland heette.

De standbeelden van Lenin werden aangepakt op dezelfde dag dat president Viktor Janoekovitsj in de Russische badplaats Sotsji overleg voerde met collega Vladimir Poetin van Rusland. De gesprekken gingen over kortingen op de gasprijs voor Oekraïne en een „groot strategisch partnerakkoord”. Concrete overeenstemming werd volgens woordvoerders van beide staatshoofden niet bereikt. Toetreding van Kiev tot de Euro-Aziatische Douane Unie, die Moskou heeft opgezet als alternatief voor de EU, is zelfs helemaal niet aan de orde geweest.

In Kiev demonstreerden gisteren voor het tweede weekeinde op rij honderdduizenden burgers tegen de regering. Hun eisen hebben zich intussen verbreed: de protestbeweging wil niet alleen het ontslag van de regering en verkiezingen maar eist ook dat de justitie de strafzaken tegen gearresteerde betogers seponeert. De rechterlijke macht doet tot nu toe precies het omgekeerde.

Een aantal overheidsgebouwen, zoals het stadhuis en het nationale cultuurcentrum, wordt ook nog steeds door de oppositie bezet gehouden. Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft de bezetters van het gemeentehuis tot morgen de tijd gegeven om het pand te verlaten.

Onduidelijk is of de politie, na het verstrijken van het ultimatum, hardhandig zal ingrijpen. Oppositieleider Vitali Klitsjko van de centrumpartij Oedar (Stoot) probeerde de te sussen. Arsenu Jatsenjoek van de grootste oppositiepartij Vaderland, een formatie van de gevangen ex-premier Joelia Timosjenko, opperde echter dat de regering deze week de noodtoestand zal afkondigen.