Raad voor Cultuur wil adviseren om cultuuraanbod te beperken

Generale repetitie van de debuutvoorstelling van de Junior Company van het Nationale Ballet, in theater De Vest vorige maand. Foto ANP / Robin van Lonkhuijsen

De Raad voor Cultuur komt binnen een paar maanden met een advies hoe het subsidiestelsel aangepast zou kunnen worden om het overaanbod in de cultuursector te bestrijden. Dat stelt Joop Daalmeijer, voorzitter van de raad, in een reactie op een opiniestuk dat de Amsterdamse schouwburgdirecteur Melle Daamen zaterdag op persoonlijke titel in NRC Handelsblad schreef.

‘Kunnen we het Nationale Ballet niet opheffen?’

Daamen, zelf lid van de Raad voor Cultuur, vindt dat er bij de laatste bezuinigingsronde te weinig keuzes zijn gemaakt, terwijl de culturele sector kampt met teruglopende bezoekersaantallen en vergrijzing. “Moeten wij, gezien de globalisering vasthouden aan het in eigen huis hebben van alle kunstsectoren, zoals opera, ballet, film, op het hoogste niveau?”, zo stelde Daamen. Daamen stelt de vraag of in Nederland vastgehouden moet worden aan de klassieke ballettraditie met het Nationale Ballet en de lange, zware en dure balletopleiding die ervoor nodig is. Klassiek ballet kan ook worden ingevlogen uit Parijs of St Petersburg.

‘Nog twee in plaats van vier dansgezelschappen subsidiëren’

“Het gaat Melle als cultureel ondernemer niet snel genoeg”, stelt Daalmeijer.

“De minister heeft gezegd in de volgende subsidieperiode het huidige subsidiestelsel te handhaven. Pas over zes jaar kun je het veranderen. Maar het aantal instellingen dat structureel voor vier jaar door het Rijk wordt gesubsidieerd zou omlaag kunnen. Je kunt je voorstellen dat je nog twee in plaats van vier dansgezelschappen structureel subsidieert. De andere twee zouden voor projecten subsidie kunnen aanvragen bij het Fonds Podiumkunsten, dat dan meer middelen moet krijgen.”

‘Als klein land hebben we juist zoveel kwaliteit in huis’

“De vraag die Daamen stelt is hoe groot je als Nederland eigenlijk wilt zijn”, reageert Jet de Ranitz, voorzitter van belangenorganisatie Kunsten ’92.

“Hij zegt dat we een klein land zijn dat geen producties op wereldschaal zou moeten brengen. Ik vind het juist bijzonder dat we als klein land zoveel kwaliteit in huis hebben en dat kunnen laten zien. Als je als Nederland een creatieve economie wilt hebben, moet je dat ook tonen.”

Directeur Henriëtte Post van het Fonds Podiumkunsten noemt in een opiniestuk Daamens voorstel om minder voorstellingen te maken om meer diepgang te krijgen “prikkelend”.

Lees het opiniestuk van Henriëtte Post vanmiddag in NRC Handelsblad.

    • Daan van Lent