Mager handelsakkoord op Bali is nog altijd beter dan niets

De Doha-ronde is gered – of wat er nog van over was. Zaterdagochtend vroeg bereikten de landen die zijn aangesloten bij de wereldhandelsorganisatie WTO op Bali een akkoord over het terugbrengen van bureaucratie bij douanehandelingen en het subsidiëren van binnenlandse voedselprogramma’s. Met name dat eerste, waarbij de procedures voor export en import wereldwijd worden verlicht, is goed voor de wereldhandel en de welvaart. Maar het over de hele linie verder slechten van handelsbarrières en het verlagen van invoertarieven voor goederen en diensten is er niet van gekomen.

In 2001, na de aanslagen in New York en Washington, werd de Doha-ronde opgestart, mede als signaal van onaangetaste internationale lotsverbondenheid. De agenda was destijds ambitieus en veelomvattend. Maar de wereld is veranderd en dat weerspiegelt zich in het feit dat er twaalf jaar over is gedaan om slechts tot een klein deelakkoord te komen. De macht van Europa en de VS is afgenomen. Opkomende landen spelen een steeds grotere rol in de wereldeconomie, en dus ook in het overleg. Het is hun assertiviteit die akkoorden – vroeger voornamelijk een deal tussen de EU en de VS – extra complex maakt. Maar, en dat moet gezegd, ook onderlinge fricties tussen de opkomende landen zelf staan wereld omspannende akkoorden steeds vaker in de weg.

Bij het vrijmaken van de wereldhandel wordt dan ook steeds vaker het accent gelegd op regionale akkoorden. Over twee van de belangrijkste wordt nu onderhandeld: het Transpacific Partnership tussen de landen die grenzen aan de Stille Oceaan en het Transatlantic Trade and Investment Partnership tussen Noord-Amerika en Europa. Dat is enerzijds jammer. De wereldhandel is sinds de Tweede Wereldoorlog in grote stappen vrijgemaakt door wereldwijde akkoorden, waarbij juist het principe dat gunstige voorwaarden tussen twee landen meteen ook voor alle landen gelden, een krachtig middel is gebleken. Bij regionale overeenkomsten dreigt juist fragmentatie.

Toch moet, anderzijds, het realisme hier prevaleren: als dit de enige manier is om door middel van handelsbevordering een grotere algemene welvaart te creëren, dan zij dat zo.

De overeenkomst op Bali heeft wat dat betreft ook een bredere betekenis. De WTO zelf, als symbool voor het multilaterale karakter van de handelspolitiek, dreigde de afgelopen jaren in een snel tempo te marginaliseren. Dat gevaar is nu voorlopig geweken. Maar dat betekent niet dat een betekenisvolle rol van deze organisatie in de toekomst nu verzekerd is. De trend gaat naar regionale akkoorden. Dat is spijtig, maar het is een weerspiegeling van de multipolaire wereld die om ons heen ontstaat.