GroenLinks en D66 bepalen toekomst van studiebeurs

De minister wil de basisbeurs voor masterstudenten kwijt. Is er wisselgeld voor de Kamer?

Alles is nog mogelijk. Woensdag vergadert de Tweede Kamer over de invoering van een sociaal leenstelsel in de masterfase. Het is vrijwel zeker dat het wetsvoorstel van minister Bussemaker (Onderwijs, PvdA) niet ongeschonden de eindstreep haalt, maar onduidelijk is nog wat er zal veranderen. Het kabinet heeft de steun van oppositiepartijen nodig om ervoor te zorgen dat de plannen niet stranden in de senaat, waar het geen meerderheid heeft.

1 Wat staat er in het wetsvoorstel van het kabinet?

Studenten die na hun bachelor nog een master willen gaan doen – en dat zijn in het wetenschappelijk onderwijs bijna alle studenten – ontvangen tijdens de masterfase van hun studie straks geen basisbeurs meer. Dat geld moet vanaf collegejaar 2014/2015 geleend worden. De schuld wordt later naar draagkracht afgelost.

Studenten met minder kapitaalkrachtige ouders houden wel recht op een aanvullende beurs. De invoering van het leenstelsel in de masterfase plus het doorvoeren van enkele ‘vereenvoudigingen’ levert op termijn jaarlijks 133 miljoen euro op.

2 Waarom wil het kabinet de basisbeurs afschaffen?

Met het herfstakkoord is 600 miljoen euro vrij gespeeld voor het onderwijs, maar meer komt er niet. Minister Bussemaker wil het geld dat nu via de studiefinanciering aan inkomensondersteuning wordt besteed liever uitgeven aan verbetering van het onderwijs. Aanvankelijk zou in 2014 ook de basisbeurs in de bachelorfase worden afgeschaft, maar het was snel duidelijk dat voor dit plan nooit voldoende steun in de Eerste Kamer zou zijn. Daarom is invoering van deze maatregel uitgesteld tot het studiejaar 2015/2016. Een sociaal leenstelsel in de bachelorfase levert op termijn 843 miljoen euro per jaar op.

3 Welke bezwaren leven er tegen de plannen van het kabinet?

Studentenorganisaties maken zich zorgen over de toegankelijkheid van het hoger onderwijs. Zij zijn bang dat vooral jongeren uit armere gezinnen zich door het vooruitzicht op een hoge schuld van een studie laten weerhouden. De analyse van de studenten wordt ondersteund door de Vereniging Hogescholen. Zij berekende dat bij de invoering van het leenstelsel 15.000 jongeren van een opleiding in het hoger beroepsonderwijs zullen afzien.

Vooral meerjarige masters, die relatief vaak vooromen bij technische studies, zouden minder aantrekkelijk worden. Minister Bussemaker komt aan deze zorg tegemoet door studenten per extra masterjaar duizend euro schuld kwijt te schelden. Dat is onvoldoende, menen critici.

4 Wat moet Bussemaker doen om voldoende steun in beide Kamers van het parlement te krijgen?

De wensenlijst van de diverse partijen is lang. De PvdA, haar eigen partij, heeft laten doorschemeren dat ze er niet afwijzend tegenover staat om ook de invoering van het leenstelsel in de masterfase uit te stellen tot 2015.

Cruciaal in het debat is de opstelling van D66 en GroenLinks, partijen die in principe voor een leenstelsel zijn. D66 wil meer geld voor onderwijs. De vraag is of de 600 miljoen uit het Herfstakkoord volstaat. GroenLinks wil in ruil voor haar steun onder meer een lager collegegeld en behoud van de OV-jaarkaart, die het kabinet in zijn huidige vorm wil schaffen.

Tijdens een hoorzitting in de Kamer vorige week opperde hoogleraar economie Bas Jacobs een alternatief plan om afgestudeerden een vast percentage van hun salaris te laten betalen om hun studieschuld af te lossen. Dat zou mensen met een laag inkomen beter ontzien. Een deel van de Kamer leek van dit idee gecharmeerd.

    • Bart Funnekotter