‘Genotzucht domineert ook onze tijd’

De regisseur en artistiek leider van Toneelgroep De Appel neemt afscheid met zijn vijfde theatermarathon, Casanova. Zoon Aus Greidanus jr. speelt de hoofdrol. „Ik blijf geen tweede kapitein.”

‘Elke vierkante meter van dit gebouw ken ik. Hier was Toneelgroep De Appel bijna ten dode opgeschreven en hier brachten we tien jaar geleden met overweldigende triomf de eerste marathonvoorstelling Tantalus”, zegt artistiek leider en regisseur Aus Greidanus sr.

En nu, na veertig jaar trouw aan het Haagse gezelschap, neemt Greidanus (1950) afscheid. Hij maakte er in 1972 zijn debuut in Ibsens Peer Gynt, speelde in honderden voorstellingen waaronder de titelrol in Hamlet en tal van Griekse tragedies, en is sinds 1998 artistiek leider. „Vooral dat laatste vergt een grote verantwoordelijkheid. Stel dat die eerste marathon was mislukt, dan had ik veertig gezinnen in de ondergang meegesleurd en een verlies geleden van meer dan zeven ton.” Zijn regie van de nieuwe theatermarathon Casanova is de laatste van Greidanus als leider.

De Appel, dat is vooral het Appeltheater aan de Duinstraat in Scheveningen, een voormalige remise van de Haagse paardentram waar het gezelschap al decennialang onderdak heeft. „Deze locatie is uniek in Europa”, aldus Greidanus, „we repeteren in hetzelfde gebouw als waar we de voorstellingen brengen. Voor elk van de vijf marathons hebben we het theater ingrijpend verbouwd en naar onze hand gezet. Muren doorbreken, nieuwe muren bouwen, water erin, andere tribune. Toeschouwers denken weleens dat ‘onze’ schouwburg telkens helemaal nieuw is. Voor de voorstelling Casanova imiteren we een Venetië in het klein. Tienduizenden liters water hebben we naar binnen laten stromen; er loopt een zijkanaal door de foyer.”

Met het vertrek van oprichter en regisseur Erik Vos nam Greidanus destijds het leiderschap van De Appel aan. Die eerste jaren waren rampzalig. Geplaagd door bezuinigingen, dreigende opheffing en tegenvallende artistieke resultaten leek het of het ensemble uit het Nederlandse theaterlandschap zou verdwijnen. Greidanus: „Het leek voor de hand liggend dat ik destijds de stijl van Erik Vos door zou zetten, maar zoiets is onmogelijk. Al was ik doordrenkt van De Appel, ik wilde nieuwe wegen inslaan. Ik hoorde van het stuk Tantalus, een marathon in Engeland, en dacht meteen: ‘Dit gaan we in ons theater brengen.’ Iedereen verklaarde me voor gek, ik werd verguisd. Het werd op miraculeuze wijze onze redding. Ik vertrouwde op mijn intuïtie, ervaring en jarenlange vertrouwdheid met theater. Dat neemt niet weg dat het risico groot was. Het moest lukken. Tot slot werden we zelfs onderscheiden met een prijs voor ondernemerschap. Eerst kwam iedereen uit Den Haag en omstreken, vervolgens uit de Randstad en tot slot kwamen bussen uit heel Nederland.”

Op slag was De Appel een Haags gezelschap met landelijke uitstraling. Vanaf die eerste marathon vroeg het publiek naar een nieuwe. Na Tantalus, Odysseus, Herakles en Tuin van Holland is nu de vijfde er, geïnspireerd op het tumultueuze leven van de achttiende-eeuwse libertijn en vrouwenverleider Casanova. Zoon Aus Greidanus jr. speelt de titelrol.

Voor Greidanus sr. ontleent De Appel zijn bestaansrecht aan „het verleiden en wegvoeren van de toeschouwers in een andere werkelijkheid”. Greidanus: „We kunnen hier de Shakespeares, Tsjechovs en Pinters brengen, maar dat doen andere gezelschappen ook. Wij moeten met iets bijzonders komen, wat nergens anders bestaat. Dankzij een marathon met een diner is ons huis gastvrij en kunnen we toeschouwers onderdompelen in de wereld van het theater. Ik heb de mogelijkheden van dit ideale gebouw optimaal benut. Toch zie ik uit naar mijn afscheid. Ik ga meer tijd besteden aan schilderen. Ik blijf niet aan als tweede kapitein op een schip. Weg is weg.”

Het is ook noodzakelijk, aldus Greidanus, dat hij plaatsmaakt voor een jongere generatie. „Kijk eens naar Johan Simons, Theu Boermans, Gerardjan Rijnders en Ivo van Hove, allemaal regisseurs die tegen of in de zestig zijn. Ze maken al zo’n veertig jaar theater en weten niet van wijken. Toch hebben wij verzuimd nieuwe regisseurs op te leiden als artistiek leiders van grote gezelschappen. De generatie jongere regisseurs die nu vooraanstaand is, kiest voor een klein eigen gezelschap. Ik heb Dood Paard, MightySociety, Wunderbaum gevolgd, ik vind dat ze goed en geëngageerd theater maken. Maar ik vraag me wel af wie in de toekomst de grote zalen van de schouwburgen in ons land gaat bespelen. De jongere, vaak talentvolle regisseurs die zich hier meldden voor het leiderschap wilden het liefst iedereen ontslaan en iets nieuws en kleins beginnen. Maar daar zit niemand op te wachten, Den Haag niet en wij evenmin.”

De keuze van De Appel voor Casanova is ingegeven door het loflied op het theaterspel dat de voorstelling gaat worden. „Bovendien brengen we een eerbetoon aan Erik Vos”, aldus Greidanus, „want twintig jaar geleden zette hij het Appeltheater al onder water met Trilogie van het zomerverblijf door Goldoni. Deze Italiaanse toneelauteur schreef stukken waarin de moeder van Casanova optrad. Zijn vader was violist. Met het theater was hij meer dan vertrouwd. In die tijd bevond de hofcultuur zich op een hoogtepunt. Alleen al in Venetië waren er meer dan 150 theaters. De adel en aristocratie verveelden zich dood, daarom had je in Frankrijk zelfs een minister van Vermaak. De gulzige Casanova joeg vrouwen, genot, geluk en geld na, zijn leven lang, en hij wilde alles meteen. Hij is niet zozeer immoreel als wel amoreel. Hij stond buiten de wet. Hij reisde kriskras door Europa en was te gast op alle belangrijke hoven, waar hij met list en bedrog de vorsten en adellijke dames fortuinen wist af te troggelen. Met elke vrouw die hij kon krijgen deelde hij het bed.

„Ik zie tal van parallellen tussen Casanova’s tijd en de onze. Ook onze wereld is vervuld van kortstondige genotzucht. Wij verkopen zeepbellen. Kijk naar elk televisieprogramma: iedereen wil beroemd worden, of je nu kok bent of zanger. Casanova’s motto: ‘Ik wil alles en wil het meteen’ is helemaal op onze tijd van toepassing. We lenen van banken tot die omvallen en vervolgens vinden we het heel gewoon dat de bevolking voor die failliete banken moet opdraaien. We zijn ervan overtuigd dat we recht hebben op geluk en dat we daartoe alle gelegenheid moeten krijgen. Ik vraag me af wat mensen over een eeuw zouden denken als ze erachter komen hoe onverschillig wij omgaan met vluchtelingen in lekke bootjes uit Afrika, die we rustig laten verdrinken. We sluiten ons af van de buitenwereld.”

Hoewel de exuberante stijl van Casanova in het verlengde ligt van de eerdere marathons is er een duidelijk verschil. Tantalus, Odysseus en Herakles zijn Griekse tragedies waarin de taal een beslissende rol speelt. In Casanova overheerst het barokke beeld. Greidanus noemt het een „elizabethaanse uitvoering, zoals Shakespeare die bracht op een voor- en achtertoneel plus een balkon”. En, voegt hij eraan toe, „meer heb ik niet nodig. Het kostuumatelier heeft 150 kostuums gemaakt. Die geven aan waar we ons in het verhaal bevinden; of het nu Genua is, Londen, Venetië, Amsterdam of Zürich. Ik gebruik geen decorstukken die dat oproepen. Op deze manier appelleer ik aan de verbeelding van de toeschouwer.”

Er is nog een verschil tussen de personages Casanova en Odysseus of Herakles: de eerste kent geen catharsis of zelfinzicht, zoals de Griekse helden. Casanova vertegenwoordigt geen tragedie. Of, zoals Greidanus jr. het noemt tussen de repetities door: „Casanova is een suikertaart. Er is geen echte dramatische lijn. Hij gaat wel ten onder, maar dat berokkent hem geen spijt of berouw. Hij aanvaardt het als de consequentie van zijn levensstijl.”

Er is een scène die Greidanus sr. nauw aan het hart ligt en waarin hij een politiek statement maakt over de kunstbezuinigingen van de laatste tijd. Het doelt op De fabel van de krekel en de mier van La Fontaine die Casanova bijwoont aan het hof van Madame de Pompadour. In dit sprookje weigert een arbeidzame mier een krekel te bedanken die een zomer lang voor hem zingt. De fabel symboliseert het tekort aan waardering voor de kunstenaar.

Greidanus: „Ik neem het CDA en VVD kwalijk dat zij in het gedoogakkoord met de PVV de kunsten in het verdomhoekje hebben geplaatst. Deze scène is een sneer naar die kwalijke overeenkomst. Afgezien van de korting op subsidies hebben deze partijen ook bijgedragen aan het scheppen van een argwanende sfeer, waarin kunstenaars als profiteurs worden afgeserveerd.

„Gelukkig begint het tij te keren en ziet men in dat kunst maatschappelijk onmisbaar is, juist ook voor jonge mensen om hen weerbaar te maken. Kunst maakt het onmogelijke mogelijk. Dat laten we ook met deze Casanova zien: een decadente man die danst op de rand van de vulkaan, en zijn ondergang niet onder ogen wil zien. Maar wij, het publiek, doen dat wel.”

Casanova door Toneelgroep De Appel. Regie: Aus Greidanus sr. Première: 14/12 Appeltheater, Scheveningen. Te zien t/m 31/5. toneelgroepdeappel.nl