Kabinet wil geen maximum aantal leerlingen per klas

Kinderen in de klas tijdens de eerste schooldag van dit jaar, op basisschool Het Bossche Broek in Den Bosch. Foto ANP / Robin van Lonkhuijsen

Het kabinet is niet van plan om een maximum te stellen aan de omvang van schoolklassen. Dat blijkt uit een brief die staatssecretaris van Onderwijs Sander Dekker (VVD) vandaag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Hij vindt dat niet de grootte, maar de kwaliteit van de leraar en de schoolleider leidend moet zijn. Een ervaren leerkracht met gemotiveerde leerlingen kan nu eenmaal een grotere klas aan dan een docent die net begint in een chaotische klas. En scholen met grote klassen zorgen ook voor extra begeleiding, bijvoorbeeld in de vorm van onderwijsassistenten.

Actiegroep overhandigt morgen burgerinitiatief

Dekker gaat hiermee in tegen de wens van de actiegroep Leraren in Actie. Die overhandigt morgen een burgerinitiatief aan de Tweede Kamer, waarin wordt gepleit om wel een maximum te stellen aan het aantal leerlingen per klas. Volgens de actiegroep zijn door de bezuinigingen de klassen de afgelopen jaren steeds groter geworden. Met het burgerinitiatief wil Leraren in Actie het onderwerp op de politieke agenda zetten.

Vorige maand bleek ook dat acht op de tien middelbare scholieren willen dat de overheid een grens stelt aan het aantal leerlingen per klas. Dekker zei toen ook niets te zien in een wettelijk maximum. “Ik wil scholen juist aanmoedigen om te innoveren met lesvormen”, zei hij.

Gemiddelde klas heeft 23,3 leerlingen

Dekker schrijft verder in zijn brief dat de gemiddelde schoolklas in het basisonderwijs dit jaar uit 23,3 leerlingen bestaat. In het voortgezet onderwijs varieert de groepsgrootte van 21 leerlingen in het vmbo tot 27 bij de havo. De afgelopen jaren fluctueerde de gemiddelde groepsgrootte van 24,3 in 1994 tot 22,2 in 2003. Vorig jaar bedroeg het aantal leerlingen per klas in het basisonderwijs 22,8.

Volgens Dekker verschilt de omvang van de klassen erg, zowel tussen basisscholen als binnen de school. Ongeveer 65 procent van alle groepen in het basisonderwijs telt minder dan 26 leerlingen en in zes procent van de gevallen zijn de klassen groter dan dertig leerlingen. Bij grote scholen zijn de klassen vaak ook groter.

Scholen krijgen verder voldoende geld om tot klassen van “acceptabele omvang” te kunnen samenstellen, al vraagt dit soms wel om “scherpe keuzes”, schrijft Dekker. De komende tijd komt daar nog wat geld bij.

“Daarmee komen er meer mogelijkheden om de werkdruk aanvaardbaar te houden en alle leerlingen de aandacht te blijven geven die zij verdienen.”

Onderwijsbond wil oplossing voor ‘megaklassen’

De Algemene Onderwijsbond vindt dat Dekker moet ophouden met “gegoochel met gemiddelden”. De bond zegt dagelijks mails en telefoontjes binnen te krijgen van leraren die moeten werken met “megaklassen”. Door het probleem te bagatelliseren doet Dekker ouders, scholieren en onderwijspersoneel tekort, reageert AOb-voorzitter Walter Dresscher.

Dresscher vindt dat Dekker de verantwoordelijkheid afschuift op scholen.

“Dat is gek, want onderwijs is nog altijd een publieke zaak. Mijn oproep aan hem is simpel: kijk niet langer de andere kant op.” De AOb-voorzitter vraagt zich verder af met welke cijfers Dekker rekent.

“Het onderliggende cijferwerk van OCW hebben we ondanks herhaald verzoek nooit van het ministerie gekregen, dus we kunnen er slechts naar raden.”

Dreschers hoop is gevestigd op de Tweede Kamer. (Novum)