De NS heeft een bord voor z’n kop

De borden met vertrektijden verdwijnen op de stations. Zo verliest de treinreiziger elk houvast, meent Reinout Labberton.

Een bulldozer aan het werk bij een kolenmijn in Kentucky. 40 procent van de uitstoot van CO2 in de VS komt door kolen. Het is de meest vervuilende energiebron. Foto AFP

Bij het station van Den Bosch hangen deze regels van de Brabantse dichter Van Sleeuwen: ‘Al reizend ervaart men het leven vreemder, overal anders, overal eender.’ De NS is hard bezig om het reizen nóg vreemder te maken: het spoorwegbedrijf kondigde vorige week aan de gele borden met vertrektijden af te schaffen.

Met grote regelmaat reis ik vanaf Utrecht Centraal. Het is een bouwput, omdat het organische cluster van terminals dat de reizigers doorlopen tussen perron en stad eindelijk wordt vervangen voor een degelijk gebouw. Utrecht Centraal is immers niet een als station herkenbaar bouwwerk, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de stations van Zwolle en Tilburg. Moderne sociologen noemen zulke nietszeggende terminals non-places. Utrecht CS is er bij uitstek één, het is geen bestemming, of een plaats voor reizigers, maar een identiteitsloze doorvoerplek voor passagiers.

Gelukkig zie ik overal op informatieborden dat er hard wordt gewerkt aan het gebouw. Er zijn meer plaatjes van bouwvakkers dan dat er bouwvakkers te zien zijn op het station. Trouwens, wie het woord ov-terminal verzonnen heeft, verdient een taalprijs. Een platina griffel bijvoorbeeld, maar dan door zijn voet.

Soit, deze informatieborden tonen afbeeldingen van de spectaculaire staal- en glasconstructie die momenteel verrijst. Van boven ziet het bouwwerk eruit als de zoveelste aangespoelde kwal in de vormentaal van de beroemde futuristische architect Santiago Calatrava, maar als reiziger zal ik vast aangenaam onder de indruk raken van de grote en lichte hal.

Voor iedereen toegankelijk

Utrecht CS wemelt dus van informatie over de bouw. Grote stickers geven aan dat er zonnecollectoren op het dak staan, hoeveel reizigers er vervoerd moeten worden en hoeveel prullenbakken de opgejutte schoonmakers dagelijks legen.

Informatie die ik liever heb, is vreemd genoeg slecht te vinden: reisinformatie. In Utrecht is het grote, herkenbare ratelbord met vertrektijden afgevoerd naar het Spoorwegmuseum. Waarom moest dit onvolprezen stationsicoon en lieu de memoire weg? Omdat ‘mensen die treintijden checkten, of onder het bord afspraken, in de weg stonden, hetgeen voor onveilige situaties kon zorgen’. Wie dit kan bedenken heeft een bord voor z’n kop.

Een reden voor het afschaffen van de borden met vertrektijden is dat ‘maar 2 à 4 procent van de reizigers de borden gebruikt voor het plannen van een reis’. Dat percentage wil ik nog wel geloven, want het gros van de reizigers bestaat immers uit op smartphones internettende forensen die wel weten waar hun trein elke dag aankomt. Ook weet ik zeker dat nog geen 2 à 4 procent van de reizigers de rolstoelvoorzieningen gebruikt op het station. Als diegene die op de borden met vertrektijden bezuinigen wil consequent is en nog een extra besparingspost zoekt: bij dezen.

Een andere reden om vertrekstaten weg te halen is omdat ze geen wijzigingen kunnen aangeven. Dit argument snijdt geen hout. Het is huichelachtig om reizigers de mogelijkheid te onthouden om de dienstregeling te verifiëren. ‘Actuele reisinformatie’ zou zomaar NS-newspeak kunnen zijn om een feitelijk vertraagde trein voor op tijd rijdend aan te geven.

De laatste reden is ‘dat het niet meer van deze tijd is’. Met een smartphone kan de reiziger zijn reis immers prima zelf plannen, en gelijk vertragingen zien. Handig, maar ook dit soort redeneringen gaat voorbij aan de essentie van openbaar vervoer: dat het voor iedereen toegankelijk en bereikbaar is, dus ook voor toeristen en mensen zonder smartphone. Met deze uitgangspunten ontving de NS vanaf de jaren zestig miljoenen aan subsidiegeld. Dit werd besteed aan fraaie, gele treinen, betrouwbare dienstregelingen, halfuurdiensten op verlieslijdende nevenlijntjes, informatie in heldere NS-huisstijl en verrijdbare invalidenhellingen.

Verplicht afhankelijk van internet

In vergelijking met omliggende landen hebben we met onze veilige, vlugge en voordelige treinen niet te klagen. Maar waar men eertijds op een groot bord een helder overzicht kon zien, en op een vertrekstaat nog het één en ander verifiëren (handig bij overstappen), moet men het binnenkort stellen met een woud van lcd-schermpjes.

Ik kon er altijd op vertrouwen dat ik op stations mijn trein wel kon vinden, en dat als ik op de bestemming aankwam, ik op een stadsplattegrond mijn verdere reisweg wel kon uitstippelen. Stadsplattegronden zie ik niet meer op stations en vertrekstaten verdwijnen. Is het vreemd dat ik wens te kunnen reizen zonder afhankelijk te moeten zijn van een smartphone, internet, een hele rimram aan reis- en routeplanners en een servicemedewerker die me wat van zijn railpocket kan voorlezen?

Het moderne station is een identiteitsloze doorvoerplek voor reizigers geworden. Zometeen maakt de afwezigheid van de vertrekstaten de vervreemding compleet.