Containerscanner, een hachelijk cadeau

Nederland gaf scanners om Palestijnse export te stimuleren. Maar Israël moet ze bedienen.

Het was een gul, maar discutabel cadeau van Nederland aan de Palestijnen: twee scanners om de inhoud van vrachtwagens te controleren. Kosten: zo’n 5 miljoen. De berekende winst voor de Palestijnen was ook niet mis: de scanners zouden de Palestijnse export met een derde kunnen vergroten. Zonder die geavanceerde scanners staan dozen aardbeien, uitgeladen voor controle, uren te verpieteren in de zon.

Maar Israël, dat de Palestijnse gebieden bezet houdt, zou deze scanners bedienen. En het controleren van de goederen is primair voor de veiligheid van Israël. Het cadeau lijkt dus op een instrument om de bezetting voor beide partijen draaglijk, en zo in stand te houden. „Het idee is weerzinwekkend”, zei de voormalige Palestijnse president Salam Fayyad onlangs tegen deze krant. Hij accepteerde de gift toch, want het zou het dagelijks leven van de Palestijnen mogelijk iets verbeteren. En Nederland bedoelde het goed.

De scanners passen precies in het Nederlandse beleid van ‘evenwichtigheid’. Nederland laat zich graag voorstaan op zijn inzet voor en goede banden met beide partijen. Daardoor denkt Nederland een rol, of een rolletje, te kunnen spelen in het vredesproces – waarin veiligheid en economie belangrijke thema’s zijn. En ook andere Europese landen zien dat zo. Nederland is vaak geprezen om zijn scanners. Vooral om het feit dat Nederland ze cadeau deed in nauw overleg met beide partijen, soms zelfs rond één tafel.

In juni 2012 tekende toenmalig minister Rosenthal (Buitenlandse Zaken, VVD) een intentieverklaring op de plek waar een scanner moest komen te staan: op de grens tussen de bezette Palestijnse Westelijke Jordaanoever en Jordanië. „Het is heel belangrijk voor Nederland om te zien dat Israëliërs en Palestijnen hier samen zijn”, sprak Rosenthal. „Wat kunnen we ons op dit moment meer wensen?”

De aanwezige Palestijnen zaten zichtbaar bedrukt te luisteren. Zij wensen vurig dat Israël zich uit de Westelijke Jordaanoever terugtrekt.

Ruim een jaar later is er ook voor Nederland nog veel te wensen over. De scanner bij de grens met Jordanië staat er nog steeds niet. Israël heeft de weg naar de beoogde locatie niet aangelegd. De scanner op de grens van de Gazastrook en Israël werkt intussen wel, de kant van Gaza op. Maar Israël weigert vooralsnog export van Gaza, via Israël, naar de Westelijke Jordaanoever toe te staan. En daarvoor had Nederland die scanner juist bedoeld.

Het afgelopen weekeinde ging premier Rutte, op bezoek in Israël en Palestina, dus niet naar de scanner bij Gaza om die feestelijk te openen. Nederland had immers duidelijke afspraken met Israël gemaakt over het gebruik van de scanner, sprak Rutte ferm. „Op schrift.”

Gisteravond zei hij echter tegen de Nederlandse pers dat hij bij de Israëlische autoriteiten niet met de vuist op tafel zou slaan of een deadline zou stellen. Volgens Israël laat het zijn beleid niet dicteren.

„Israël bepaalt. En Nederland had het kunnen weten”, zegt een Palestijnse woordvoerder. „De Amerikanen hebben financieel bijgedragen aan verschillende controleposten, om de doorstroom te bevorderen. Maar Israël bedient die naar eigen believen.” Vaak is maar een van de vele poortjes open, zodat het wachten voor de Palestijnen toch lang duurt.

Misschien wist Nederland dit ook al wel. Rosenthal werd vorig jaar door een Israëlische generaal verwelkomd op de grens tussen Jordanië en de Palestijnse Westelijke Jordaanoever. „Welkom in Israël”, sprak de generaal in bezet gebied. De Nederlandse delegatie zweeg.

    • Leonie van Nierop