‘China is jaloers op wat NSA kan’

De verontwaardiging in Europa over de NSA is schadelijk, aldus een internationale veiligheidsexpert

Verbijsterd kwam Thomas Rid, expert op het gebied van digitale veiligheid, drie weken geleden terug van een conferentie in Duitsland. Prominenten uit politiek en bedrijfsleven hadden daar gesproken over de onthullingen op basis van de documenten van de Amerikaanse klokkenluider Edward Snowden. Rid, een Duitser die al jaren in diverse buitenlanden woont en verbonden is aan King’s College in Londen, wist dat er in zijn vaderland grote verontwaardiging heerst over het massaal verzamelen van internet- en telefoongegevens door de Amerikaanse inlichtingendienst NSA en de Britse GCHQ. Maar toen hij uit de eerste hand hoorde hoe vooraanstaande politici en zakenlieden erover spraken, was hij met stomheid geslagen.

„Amerika werd gezien als bedreiging, niet meer als land waarmee je naar een oplossing kan zoeken. Ik vond het schokkend dat de Snowden-affaire het vertrouwen in de Verenigde Staten bij mensen op dit niveau in Duitsland zo sterk ondermijnd heeft.”

Topman René Obermann van Deutsche Telekom, vertelt Rid hoofdschuddend, pleitte voor een aanpassing van het internet, waardoor dataverkeer tussen twee punten in de EU niet meer via de VS en het Verenigd Koninkrijk geleid kan worden, maar voortaan altijd binnen continentaal Europa blijft. Er zou een ‘Schengen-routing’ en een ‘Schengen-cloud’ moeten komen, betoogde Obermann.

„Zo’n onnozel idee! Van de baas van de grootste internetaanbieder van Duitsland! Niet alleen zou onze informatie op die wijze helemaal niet veiliger worden en zouden we het werk van buitenlandse inlichtingendienst zo zelfs makkelijker maken. Maar als je een Amerikaanse website bezoekt helpt zoiets niks. Ik had gedacht dat de mensen in de zaal meewarig met hun hoofd zouden schudden, maar iedereen zat instemmend te knikken.”

De gedachte dat Europa zich op computer- en internetgebied moet afzetten tegen Amerika, en meer eigen producten moet ontwikkelen en gebruiken, is volgens Rid contraproductief. „Je moet een product beoordelen op kwaliteit, en niet op de vraag of het Amerikaans of Europees is. Anders zit je straks met inferieur materiaal.”

Rid, van wie dit voorjaar het boek Cyberwar will not take place uitkwam, is een veel gevraagd spreker. Afgelopen week sprak hij op een conferentie in Amsterdam, een week eerder was hij in Beijing. „Toen ik hoge Chinese ambtenaren en deskundigen vroeg wat de Snowden-onthullingen voor hen betekenen, zeiden ze: het laat zien hoe ver we nog achterlopen, dit zouden wij nooit kunnen.

„Maar ze vonden het prachtig toen ik zei dat Amerikaanse bedrijven in Duitsland in een vergelijkbare positie verkeren als in de VS het Chinese IT-concern Huawei [dat door het Congres van de Amerikaanse markt is geweerd, omdat het een bedreiging voor de nationale veiligheid zou zijn, red.]. Die vergelijking is overdreven, het Duitse parlement blokkeert Amerikaanse firma’s niet. Maar het diepe wantrouwen is vergelijkbaar.” En dat wantrouwen is „gif voor de wereldeconomie”.

„De VS, en ook de Britten, zullen hard moeten werken om het vertrouwen terug te winnen. De NSA moet veranderen, het is goed dat daar nu een debat over is. De NSA zál ook veranderen, want Amerika is een democratie. Deze hele affaire zal in vrije, democratische landen tot meer openheid leiden over het werk en de methodes van inlichtingendiensten. Maar autoritaire regimes zullen zich aangemoedigd voelen om hun burgers nog intensiever in de gaten te houden, want ‘kijk eens wat Amerika doet!’

„Toch zijn er sterke morele argumenten om in een democratie zo’n inlichtingendienst te hebben. Duitsland denkt dat het moreel superieur is, omdat het de lessen van de holocaust heeft geleerd en de Stasi heeft meegemaakt. Duitsers denken dat ze experts zijn over de vraag hoe regeringen kunnen ontsporen. Omdat ik zelf Duitser ben mag ik daar sarcastisch over doen. In Duitsland vergeet men dat de NSA ook dáár heeft geholpen terreuraanslagen te voorkomen. De zaken liggen niet zwart-wit. De democratische landen moeten samen de juiste balans zien te vinden tussen veiligheid en privacy.”

De media, zegt Rid, hebben een grote verantwoordelijkheid bij het naar buiten brengen van Snowdens informatie. „Er zijn enorme risico’s aan verbonden, ik vraag me af of alle betrokken media dat beseffen. Je kan grote schade aanrichten. Daarvoor moet je begrijpen hoe de inlichtingenwereld werkt. Na de Syrische gifgasaanval, deze zomer, zeiden de VS dat er 1.429 slachtoffers waren. Dit cijfer is zo precies dat je zou denken dat het via aftappen is verkregen. Maar dat is niet zo: als een Syrische generaal dat aantal heeft doorgebeld naar Assad, en het staat de volgende dag in The New York Times, dan gebruiken de Syriërs die telefoon nooit meer, dan veranderen mensen hun gedrag en is de NSA zijn bron kwijt. Het is heel moeilijk om te weten welke informatie schadelijk is. Het beste wat media kunnen doen is, vóór ze publiceren, met de autoriteiten om de tafel gaan zitten.”

Berichten dat medewerkers van de NSA en de Britse GCHQ sterk gedemoraliseerd zijn bevestigt Rid. „Ze hebben het gevoel volkomen aan hun lot te zijn overgelaten door hun politieke leiders, en ze hebben gelijk. De politiek neemt totaal geen verantwoordelijkheid voor deze praktijken.”

    • Juurd Eijsvoogel