Asscher: grens te vroeg open

Minister houdt rekening met grotere toestroom van Roemenen en Bulgaren dan voorspeld

Minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken, PvdA) houdt er rekening mee dat er in 2014 veel meer Bulgaren en Roemenen naar Nederland komen dan nu wordt voorspeld. „De officiële prognoses zijn laag, maar eerdere voorspellingen klopten ook niet.” Asscher had de komst van Bulgaren en Roemenen, als dat mogelijk was geweest, willen beperken door ook nog na 1 januari 2014 vast te houden aan de eis voor een werkvergunning voor arbeidsmigranten uit deze landen. Dat zegt hij vandaag in een vraaggesprek in deze krant.

Vorige week drongen de SP en de PVV erop aan dat Nederland een vergunning zou blijven vragen van de Bulgaren en Roemenen, ook al is in de Europese Unie afgesproken dat landen maar maximaal zeven jaar na de toetreding van een nieuwe lidstaat zo’n vergunning mogen opleggen. Voor Roemenië en Bulgarije loopt die periode af op 1 januari. Nederland kan dus niet doen wat Asscher wil. „Als je een afspraak hebt met andere landen, moet je je daaraan houden”, zegt de minister.

Vandaag vergaderen de ministers van Sociale Zaken in Brussel over arbeidsmigratie. Asscher krijgt extra spreektijd om uit te leggen wat hij eerder dit jaar bedoelde met zijn waarschuwing – ‘code oranje’ – over arbeidsmigratie. Dat is in Brussel hard aangekomen en heeft volgens ingewijden veel wantrouwen gewekt. Onder het kabinet-Rutte I had Nederland al de reputatie gekregen van een steeds minder pro-Europees land.

Volgens Asscher hebben ze in Brussel lang niet over de problemen rond arbeidsmigratie willen horen: „Er is daar de neiging om je onder te verdelen: als je niet vóór het vrije verkeer bent, ben je tegen. Als je de gevolgen van zo’n principe tot sujet tabou maakt en mensen dwingt om er 100 procent vóór te zijn, gaan ze het idee van de hele EU ter discussie stellen.”

Asscher zegt dat er een „groot probleem” is met het vrije verkeer van werknemers in Europa, omdat die leidt tot een „neerwaartse spiraal in de arbeidsvoorwaarden”. Een ruime meerderheid in de Tweede Kamer steunt Asscher in zijn kritiek.

„Het lijkt hier soms net een race”, zei een Tweede Kamerlid vorige week, na de begrotingsbehandeling van het ministerie van Sociale Zaken: „Wie is er het felst tegen arbeidsmigratie?” De PVV en de SP lopen daarin voorop.

D66 probeerde onlangs – vanaf het andere, pro-Europese uiterste – tevergeefs om Asscher ook de grote voordelen te laten opnoemen van het vrije verkeer. Coalitiepartner VVD wil dat Asscher samen optrekt met de Britse premier Cameron tegen ‘uitkeringstoerisme’ vanuit Midden- en Oost-Europa.

Asscher zegt dat zijn waarschuwing hem veel heeft opgeleverd. Door de „schokreactie in Brussel” was de Europese Commissie bereid om met hem in gesprek te gaan.

In Europa zoekt Asscher steun bij landen die ook aandacht willen voor de negatieve gevolgen van het vrije verkeer, zoals Frankrijk en Duitsland. Nederland wil, zo zeggen Brusselse bronnen, Europese maatregelen om fraude met detacheringsformulieren te voorkomen, Europees geld om integratie van Oost-Europeanen te bevorderen, en het uitwisselen van loongegevens makkelijker maken.

Ook in Oost-Europa begrijpen regeringen volgens Asscher dat het niet de bedoeling is dat hun burgers worden uitgebuit. In Polen heeft hij met zijn collega afgesproken dat er via de kerk informatie wordt gegeven over de Nederlandse arbeidsmarkt.

Grote steden maken zich ook zorgen om arbeidsmigranten. Den Haag en Rotterdam hebben het kabinet laten weten dat ze alleen nog burgerservicenummers (BSN) aan migranten willen verstrekken als onderzocht is of hun huisvesting aan de eisen voldoet. Nu worden een BSN nog zonder die controles verstrekt.