Wat nou, uitruilen? Eén groot compromis!

Het is de karikatuur van de formatie: de coalitie sloot tijdens de formatie geen compromissen zoals normale kabinetten dat doen, maar ruilde dossiers uit. Dus de VVD kreeg voor 80 procent zijn zin op het ene dossier, en de PvdA voor 80 procent op het andere. Bemiddelaar Wouter Bos bedacht een ingenieus kaartsysteem en klaar was kees.

Het bleek voor veel commentatoren een gruwel. Want een kabinet dat uitruilt heeft geen ziel. Of: het verenigt het slechtste van twee werelden. Mij leek het een pragmatische manier van onderhandelen over de sociaal-economische dossiers die al decennia door taboeverklaringen van wisselende partijen hopeloos vast zaten.

Hoe je Rutte II ook wil typeren, wie kijkt naar de grote sociaal-economische hervormingen die het kabinet de afgelopen week naar de Tweede Kamer stuurde, ziet één groot compromis – tussen VVD en PvdA, tussen links en rechts. De hervormingen gaan over al die overbekende taboes: ons behoorlijk vreemde ontslagrecht, de lange duur van de werkloosheidsuitkering WW, de explosief gegroeide Wajong-uitkering voor jonge arbeidsongeschikten, de lage bescherming van werknemers met tijdelijke contracten ten opzichte van werknemers met vaste contracten.

Er gaat ontzettend veel veranderen door de Wet werk en zekerheid van PvdA’er Lodewijk Asscher en de Participatiewet van partijgenoot Jetta Klijnsma. Flexwerkers worden meer beschermd. De ontslagvergoeding wordt lager voor de ene helft van de werknemers, en hoger voor de andere helft. De WW wordt verkort van 38 naar 24 maanden maximaal. Wajongers worden herkeurd en alleen volledig arbeidsongeschikten behouden hun uitkering. Sociale werkplaatsen worden langzaam opgeheven. En nog veel meer.

Laten we er één cruciale vraag uitpikken: gaat de arbeidsmarkt beter werken door al deze hervormingen? Met andere woorden: zorgt het kabinet ervoor dat werknemers sneller de baan vinden die het best bij hen past? Ik kan er maar één, niet erg columnistisch antwoord op geven: dat is onduidelijk.

Positief is bijvoorbeeld dat de ongelijke behandeling van ontslagen werknemers verdwijnt; bij grote bedrijven wordt nu doorgaans ontslagen via de kantonrechter, werknemers krijgen een gouden handdruk mee. Kleine bedrijven ontslaan via het UVW, daar krijgen werknemers niets mee.

Ook positief is dat de ontslagvergoeding sterk daalt voor mensen die lang bij dezelfde werkgever werken (max één jaarsalaris). Dat zorgt in de huidige situatie voor een gouden kooi, want blijven zitten waar je zit wordt feitelijk beloond, wisselen van werkgever bestraft. Vooral oudere werknemers zijn daardoor kwetsbaar voor ontslag, want hun vaardigheden zijn afgesteld op die ene werkgever. Nog een mooi plan: een werkgever, die investeert in scholing van zijn personeel, mag een lagere ontslagvergoeding betalen.

Maar er is ook veel negatief. Kleine bedrijven moeten nu voor het eerst ontslagvergoedingen betalen. Dat kan ze huiverig maken mensen aan te nemen, en dat is slecht voor hun groei en voor de economie als geheel. Hetzelfde geldt voor flexwerkers; betere bescherming prima, maar bedrijven hébben andere opties dan flexwerkers aannemen, noteert de Raad van State terecht. Ze kunnen hun bedrijfsprocessen automatiseren, uitbesteden, verplaatsen, of bestaand personeel meer laten werken.

Hoe al deze plussen en minnen uiteindelijk optellen voor de arbeidsmarkt en de economie hangt af van de praktische uitwerking van de wet, alsook van het Sociaal Akkoord. Daar staat nog van alles zorgwekkends in dat nog niet in deze wetten is verwerkt. Maar voorlopig overheerst de gedachte dat dit kabinet erin slaagt hervormingen door te voeren die al die voorgaande kabinetten niet aandurfden.

Marike Stellinga schrijft op deze plek elke zaterdag over politiek en economie

    • Marike Stellinga