Voor altijd jong

Bernard Hulsman grasduint door de stapel nieuw binnengekomen boeken en geeft zijn eerste indruk.

Op internet, het universum van het eeuwige heden, blijven gebouwen jong. Foto’s van vlak na oplevering worden op architectuursites als Dezeen geplaatst, waar ze altijd blijven staan, zodat de gebouwen er nieuw en perfect blijven uitzien. Zo is het ook met Casa Poli, een betonnen vakantiehuis aan de Chileense kust van Von Ellrichhausen architects. Een jaar of tien geleden werd het, ook al dankzij internet, op slag beroemd in architectuurkringen. Sindsdien circuleert het in permanent frisse staat op internet.

De Nederlandse fotograaf Jeroen Lok verbleef in 2012 een week in Casa Poli. De foto’s die hij er maakte, heeft hij nu bijeengebracht in Casa Poli [1], een boek van de jonge Nederlands-Canadese uitgeverij The Architecture Observer.

De minimalistische betonnen kubus met vierkante ramen blijkt niet mooi oud te worden. Het toch al grimmige huis lijkt nu op een naar Chili verplaatst relict van de Atlantikwall.

Lok heeft ook de omgeving in beeld gebracht. Anders dan de internetfoto’s laten zien staat Casa Poli niet op een verlaten rots, maar rukken de zelfbouwhuisjes in de omgeving op.

In tegenstelling tot Casa Poli wordt het oeuvre van Etty Hillesum (1914-1943) in de loop der jaren steeds verder geperfectioneerd. Vlak na WO II hadden uitgevers geen belangstelling voor de dagboeken en brieven die de in 1943 in Auschwitz vermoorde Hillesum in de oorlog had geschreven. Ze vonden haar werk ‘te filosofisch’ en ‘wijdlopig’. Pas in 1981 werden haar dagboeken en brieven onder de titel Het verstoorde leven uitgegeven. Vijf jaar later verscheen haar verzameld werk.

Voor de zesde editie van Hillesums Het Werk [2], die aan de vooravond van haar 100ste geboortedag op 15 januari 2014 verschijnt, zijn al haar handgeschreven dagboeken en brieven opnieuw getranscribeerd en werd het notenapparaat herzien. Ook is een nieuwe brief toegevoegd.

In 1946 raakte Nederland in Indonesië verwikkeld in een oorlog die lange tijd eufemistisch ‘politionele acties’ werd genoemd. Maar Annegriet Wietsma en Stef Scagliola hebben het gewoon over oorlog in Liefde in tijden van oorlog [3], hun boek over de door Nederlandse soldaten verwekte kinderen in Indonesië.

Liefde in tijden van oorlog is het resultaat van het internetproject Oorlogsliefdekind.nl. Hier konden kinderen moeders en vaders, desgewenst anoniem, hun verhaal doen. In 2010 maakte Annegriet Wietsma al de documentaire Tuan papa over de soldatenkinderen over wie hun Nederlandse vaders na hun terugkeer in Nederland zelden of nooit spraken.

Liefde in tijden van oorlog is een levendig verslag van de ervaringen van de Nederlandse vaders en hun Indonesische geliefden en kinderen. Het boek eindigt met de zoektochten van Indonesische kinderen naar hun Nederlandse vaders, onder meer via het tv-programma Spoorloos. In 1997 duiken hierin twee Indonesische mannen op, een 50-jarige tweeling die op zoek is naar hun vader. Als het tv-kijkende Groningse echtpaar Van der Laan ze ziet, kijkt de vrouw, Grietje, haar man Jochum, aan en zegt: ‘Dat konden wel een paar jongens van jou wezen.’

Anders dan bij veel andere stellen leidt de ontdekking van de Indonesische zonen niet tot een huwelijkscrisis. Jochum heeft nooit geweten dat hij in Indonesië twee zonen had en zijn vrouw tilt er niet al te zwaar aan.

Journalist Pepijn Vloemans maakte wel een crisis door, schrijft hij in Survivalgids voor het consumptieparadijs [4]. Het lezen van How Much is Enough van vader en zoon Skidelsky verstoorde zijn wereldbeeld. Tot dan toe dacht Vloemans dat het temmen van verlangens de manier was om gelukkig te worden. Maar de Skidelsky’s brachten hem tot het inzicht dat dit een romantische opvatting is.

Het is onvermijdelijk dat landen als China en India de consumptiemaatschappij omarmen. Alleen de perfectionering van groene technologieën kan het consumptieparadijs redden, zo besluit hij zijn nogal rammelende essay dat, anders dan de titel doet vermoeden, geen handige tips bevat.

Veel grondiger dan Vloemans analyse is die van de chirurgen Frank IJpma en Thomas van Gulik. In Amsterdamse anatomische lessen ontleed [5]onderwerpen ze negen 17de- en 18de-eeuwse schilderijen van anatomische lessen, waaronder twee van Rembrandt, aan een nauwgezet onderzoek. Dit leidt niet alleen tot gedetailleerde beschrijvingen van de ontwikkeling van het chirurgijnsvak, maar ook laten ze aan de hand van vele kleurenillustraties zien wat de schilders nu precies afbeeldden en of ze dit op correctie wijze deden.