Slachtoffer van de innovatiedrift

De Ford Mondeo staat voor een degelijk, verdwenen Nederland, vindt Bas van Putten. Wat is daar eigenlijk mis mee?

Een uitstekende manier om meewarigheid op te wekken, is in de kroeg met jonge kansrijken over de Ford Mondeo te beginnen. Vinden ze niks, de mannen met hun Audi’s en hybride Volvo’s. Dat is het gezinsding van hun vaders die zich na een leven buffelen in een fatsoenlijke betrekking met een Rolex in het vutmoeras lieten jagen. Audi-zoon, slok bier: „Die ouwe had de guts niet.”

Een Mondeo is niet premium, geen lustobject. Zijn kredietbeoordelaars zijn niet ontvankelijk voor kwaliteiten die de grote Ford met zijn enorme binnenruimte en voortreffelijke rijgedrag in hoge mate biedt. Ze meten prestige. Bovendien, zullen de kenners mokken, is de Mondeo dringend aan vervanging toe.

Ook dat nog. Hij is al zes jaar op de markt. Dan heet een auto achterhaald. Het journaille komt namens Jan Publiek met harde eisen. Betere graphics voor de infotainmentschermen, meer multimediagefröbel, een ‘hoogwaardiger’ afwerking, schonere motoren. Van die verlangens is alleen het laatste redelijk, de rest is muggenzifterij. Zeker in deze klasse is de auto uitontwikkeld. Hij wordt al jaren niet veel beter meer.

Graphics! Zo marginaal is progressie, zo destructief de prestatiedruk waarmee makers, media en consumenten elkaar in de gordijnen jagen. Over de redelijke, niet heel gecompliceerde eisen die je aan goed vervoer zou mogen stellen gaat het nooit. Alles moet nieuw! Continu spuugt de auto-industrie nieuwe producten uit – nog veiliger, nog zuiniger, nog hoogwaardiger, nog geavanceerder – die de techniek van gisteren devalueren tot vergane glorie. In die rat race van technologische dagkoersen wordt het bedrijfsleven zijn eigen inflatie-instrument. Gezien hoe hard je nieuwe auto en je smartphone worden afgeschreven? De schuld ligt op de vrije markt bij ons allemaal.

De Mondeo is dus officieel afgeserveerd. Des te spijtiger voor Ford dat zijn opvolger, die in Amerika al wordt verkocht onder de naam Fusion, pas volgend jaar naar Europa komt. Tot zolang moet de klant de oude blijven willen. Dat wordt vechten. Het D-segment, de hogere middenklasse, lijdt zwaar onder de crisis. Net als de Citroën C5, VW Passat, Toyota Avensis en Renault Laguna gaan Mondeo’s niet als warme broden. Ford probeert de veteraan op de been te houden door hem met een kerstpakket vol extra’s in de uitverkoop te gooien. De gratis opties van het actiemodel, de Platinum ECOnetic Lease, zijn samen meer waard dan de afscheids-Rolex van je vader. Ruim 8.600 euro had Ford in minder zwarte tijden berekend voor ‘premium navigatie’ en ‘premium audio’, elektrisch schuifdak, xenonverlichting, leer in combinatie met alcantara, verwarmbare stoelen, parkeersensoren, 17 inch-velgen en de keyless entry voor instappen met je sleutel op zak.

100 euro

Ford heeft niet eens stiekem aan de basisprijs gemorreld. Hij is maar 100 euro duurder dan het Titanium-model waarop hij gebaseerd is. De diesel en de handgeschakelde benzineversie kosten allebei 33.000, de alleen met automaat beschikbare tweeliter EcoBoost benzine rond de 41.000 euro. Voor de station geldt een meerprijs van 1.500 euro. Dat is heel weinig voor heel veel.

Deze oldtimer glanst met tijdloze kerncompetenties. De vijfdeurs Mondeo is een enorme auto – bijna 4 meter 80 – met een bagageruimte van 540 liter en tussen voorstoelen en achterbank zo’n kloof dat kindervoetjes niet de kans krijgen in je rugleuning te prikken. Ter voorkoming van dat onheil kocht ik toen mijn veelvraten nog klein waren een Superb, de grootste Skoda. Dat had nu, tot genoegen, deze kunnen worden.

Ford heeft me de tweeliter met automaat geleend, een viercilinder turbomotor met 203 pk die het met een topsnelheid van 232 en zeer snelle turbosprints tot BMW-achtige prestaties brengt. Op dat niveau stuurt hij ook en misschien wel prettiger dan sommige BMW’s, minder synthetisch. Er is zoveel koppel dat de zes versnellingen de vrijkomende krachten even vlot verwerken als de achtversnellingsbakken die we momenteel schijnen te moeten willen. En de veiligheid? Hij haalt vijf sterren in de Euro NCAP-crashtest. De kwaliteit voldoet. Wat ‘premium’ betekent vind ik altijd moeilijk te bepalen, maar ik hoor niks rammelen. Anarchistisch recalcitrant val ik voor een topfit museumstuk dat symbool staat voor een degelijk, verdwenen Nederland. Ik geloof dat ik hem even sympathiek vind als de man die je blij kon maken met een vuthorloge. Die wist nog wat tevredenheid betekende.

    • Bas van Putten