Sekseverschil in het brein ontdekt

Medewerker wetenschap

De zenuwbanen die hersengebieden met elkaar verbinden, ontwikkelen zich vanaf de vroege adolescentie anders bij mannen dan bij vrouwen. Dit schrijven onderzoekers van de Universiteit van Pennsylvania in PNAS.

Vrouwen hebben meer verbindingen tussen beide helften van de grote hersenen, terwijl de hersenverbindingen van mannen juist sterker zijn binnen de hersenhelften. Bij de kleine hersenen (het cerebellum), die vooral automatische motorische processen coördineren, is dit precies andersom.

Voor de studie ondergingen 949 jonge mensen tussen 8 en 22 jaar een DTI-scan, die de verspreiding van watermoleculen door zenuwbanen meet. Het onderzoek is een van de eerste grote studies naar het menselijk ‘connectoom’: de routekaart van alle zenuwbanen van het brein.

Wat deze verschillen tussen mannen- en vrouwenhersenen betekenen, is nog onduidelijk. Toch trekt hoofdonderzoeker Ragini Verma vergaande conclusies. Sterkere verbindingen tussen de hersenhelften zouden het grotere ‘sociale instinct’ van vrouwen verklaren, de sterkere verbindingen tussen de helften van het cerebellum juist de mannelijke motorische vaardigheid.

Niet iedereen is het daarmee eens. Neuropsycholoog Jiska Peper onderzoekt zenuwbaanverschillen tussen de seksen bij de Universiteit Leiden. Peper: „Het lijkt mij waarschijnlijker dat dit verschil in bekabeling van de hersenen het mogelijk maakt dat mannen en vrouwen zich, ondanks hun verschillen, juist hetzelfde kunnen gedragen.” De verschillen in vaardigheden tussen de seksen worden volgens Peper sterk overschat.