Politici als trendvolgers van erg plotselinge zwenkingen

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: Ronald Plasterk (AIVD) en wijlen Maarten van Traa (IRT). Ofwel: waarom Hollandse misstanden zolang kunnen voortwoekeren.

Tekst Tom-Jan Meeus, illustratie Ruben L. Oppenheimer

Stroperigheid – daar kan je dus echt niet meer mee aankomen. Vormloos gedoe, consequentieloos gesuf. Stroperige staat, stroperige procedures, stroperige polder. Gebruik het woord in zijn bijvoeglijke betekenis en je weet: oud denken, helemaal fout, afstand houden. Alles van vroeger is jammer.

Vandaar natuurlijk dat Achmea deze week vierduizend man op straat slingerde en boven het persbericht zette dat dit was voor „versnelling van de aanpassing in klantgerichtheid”.

Snel is niet stroperig, dus dan is het goed. „Niet doorschuiven maar aanpakken”, stond vorig jaar in de campagne op de VVD-posters langs de weg. Ook heel goed.

Maar je kon deze week moeilijk volhouden dat Edwin de Roy van Zuydewijn – zijn zaak stamt van begin deze eeuw – door de overheid slagvaardig bediend is. Al dankt die monarchie haar hele bestaansrecht natuurlijk aan doorschuiven. Daar doe je als politici weinig tegen. Het systeem creëert vanzelf prinsen die zo’n Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging (DKDB) even vragen een onderzoekje naar die nieuwe van Margarita te doen. Macht zonder tegenmacht genereert machtsmisbruik – wie dat verrast, heeft slecht opgelet.

Maar slagvaardigheid, aanpakken: overheden zijn er zelden goed in. We hadden deze week ook Ad Bos. De bouwondernemer die in 2001 een Haagse held was omdat hij volgens Kamerlid Rob van Gijzel (PvdA), nu burgemeester van Eindhoven, „de grootste fraude uit de Nederlandse geschiedenis” aan het licht bracht. Er kwam een parlementaire enquête, die kostte een minister de kop, dus die Bos had zijn waarde voor de publieke zaak wel bewezen.

Maar het Openbaar Ministerie zag in hem een kwade genius, vooral goed in omkoping van ambtenaren, dus daar gingen we weer: doorschuiven. Pas deze week kwam er formeel een einde aan zijn vervolging. Twaalf jaar na dato. Stelt u zich even voor: toen die zaak begon, werkte Rutte nog bij Unilever, en Samsom nog bij Greenpeace.

Dus politici die suggereren dat zij en de overheid snel en vernieuwend zullen zijn, geen doorschuivers maar aanpakkers: ze zeggen maar wat. Er is meer continuïteit dan het vaak lijkt.

De NOS berichtte deze week over senator Adri Duivesteijn (PvdA) die een crisis kan veroorzaken omdat hij zou overwegen tegen het Woonakkoord te stemmen; het akkoord leunt op een meerderheid van één zetel in de Eerste Kamer.

Dezelfde Duivesteijn haalde eind jaren tachtig als wethouder in de stad Den Haag vele zeges binnen dankzij toen al een coalitie die van één stem afhankelijk was. Die weet dus hoe je dat doet.

En woensdagavond dook ineens een fotootje uit het Torentje op: Rutte breed glimlachend met onder anderen Pechtold en Guy Verhofstadt. Liberale leiders van de Benelux die de Belgische federalist annex, ik citeer zekere VVD’ers, eurofiel kandideerden als voorman van de Europese Commissie. Ook dit kon je versnelling van de klantvriendelijkheid noemen: met het oog op een verwacht verlies gaan wij alvast op zoek naar nieuwe klandizie.

Maar wat meer is: Guy Verhofstadt was in 1985 (!) al minister van Financiën van België; in 1999 werd hij premier; sinds 2009 zit hij in het Europarlement. Misschien zou hij als Europees voorzitter een ware aanpakker worden, je weet het niet. Maar ook hij representeert meer continuïteit dan vernieuwing.

Het punt is niet dat politici niet zouden willen aanpakken en vernieuwen. Maar zij ervaren, behalve dat raderwerk van bureaucratische obstructie (De Roy, Bos) en bestuurlijke continuïteit (Duivesteijn, Verhofstadt), een groter beletsel: het stroperige Hollandse opinieklimaat. Het verschijnsel dat het land en zijn opinieleiders er altijd weer eindeloos over doen nieuwe feiten en inzichten te accepteren en te internaliseren, zodat veranderingen zich hier telkens laat en schoksgewijs voltrekken.

Gevolg is dat we voortdurend het ene taboe door het andere vervangen. Begin jaren tachtig ging de Bijlmerbajes open met als grondgedachte dat ook in de crimineel een fundamenteel goed mens school. Vijf jaar later begon men het eerste interregionale rechercheteam (IRT): de zware misdaad dreigde het land te overspoelen.

Jaren werd premier Kok zeer hoog gewaardeerd: hij was nog niet weg of de burger was boos en omarmde Pim. Decennia was ‘Europa’ als politiek-economische entiteit een onomstreden streven, totdat er in 2005 amper nog wat van deugde. En vorig zag je het nog met Roemer en Samsom: weer zo’n plotselinge ommezwaai die massaal navolging vond.

Het probleem is dat bestuurders en Kamerleden nooit precies weten wanneer zo’n omslag zich zal voltrekken. Ze willen met hun inhoudelijke keuzes liever niet te vroeg zijn: de meeste Hollandse politici zijn nu eenmaal trendvolgers. Dus die stroperige staat en stroperige ambtenarij zijn het ware probleem niet: zij reflecteren de volksaard.

Je zag het de afgelopen week met de AIVD. Deze krant beschreef dat die veiligheidsdienst deAmerikaanse NSA uitlegt (niet andersom) hoe je deelnemers van webfora onderzoekt als zij geen verdachte zijn.

Een overheid die zware opsporingsmiddelen (inbreken) niet op specifieke individuen toepast, maar op grote groepen om verdachten te vinden: talrijke Haagse spelers (ambtenaren, kenners, Kamerleden van bijna alle partijen) begrijpen feilloos dat dit linke soep is. Ze vertrouwen het niet, en leggen sceptische verklaringen over de dienst af. Maar geven evengoed geen urgentie aan het thema: door allerlei procedureel gedoe werd het Kamerdebat over de zaak naar het nieuwe jaar verschoven.

Beslist zal meespelen dat Ronald Plasterk zich achter de AIVD opstelt. En dat de AIVD terugvecht: de onzinnige suggestie dat de dienst al in 2012 opening van zaken gaf over het inbreken en leegtrekken, haalde zelfs een enkele voorpagina.

Maar wat die politici vooral merken: kiezers kan het amper iets schelen. Sinds de moord op Van Gogh is er bijna blinde steun voor de AIVD-strijd tegen jihadisten. Ook al weten genoeg Haagse routiniers hoe die dingen werken: als dat hacken en leegtrekken van webfora effectief is, gaat zo’n dienst die methode natuurlijk vanzelf op andere onderzoekssubjecten toepassen.

Daarom viel de reactie van Kamerlid Gert-Jan Segers (ChristenUnie) zo op. Kalm type. Hij legde een verband met de enquête-Van Traa uit de jaren negentig. Frappant accuraat. Met Marcel Haenen versloeg ik die destijds, en inderdaad: ook toen vergde het geruime tijd en zelfs een twééde overheidsonderzoek om aan te tonen dat de recherche bij het opsporen van maffialeiders veel te ver ging.

Drugs doorlaten, criminele informanten zonder regie laten ‘groeien’ in een misdaadsyndicaat, met Sapman een frontstore voor cocaïnesmokkel in Latijns-Amerika beginnen. Et cetera. En rechercheurs die inmiddels tot in Limburg werkten met groei-informanten en doorlaten van drugs (soms zelfs gesmokkelde mensen): de opsporing was volledig ontspoord.

Het kostte uiteindelijk drie jaar om dit via die enquête naar buiten te brengen. En zo het opinieklimaat om te buigen: uiteindelijk was er ruime steun om de strijd tegen de zware misdaad te beteugelen.

Over enquêtes wordt vaak gezegd dat ze er zijn om ‘lessen te trekken uit het verleden’. Zo werkt het niet. Uitgerekend deze week was ik bij een hoorzitting over het kabinetsplan om de criminele burgerinfiltrant opnieuw in te voeren – het opsporingsmiddel dat na de enquête-Van Traa verboden werd. Je kreeg de indruk dat het gewoon zal gebeuren.

En een paar weken terug trof het OM een schikking van 70 miljoen euro met Rabobank inzake de Liboraffaire. Terwijl de enquête naar bouwfraude (inderdaad, die van Ad Bos) leidde tot de toezegging dat het OM nooit meer zou schikken met ondernemingen als het om beboetbare feiten van boven de 1 miljoen euro ging. Maar tien jaar later, nog voordat Bos zelf buiten vervolging was gesteld, werd die toezegging dus alweer met voeten getreden. De Kamer pruttelde even tegen, en liet het daarna gaan.

Macht kan niet zonder tegenmacht. En vooral enquêtes kunnen daarbij zinvol zijn: het zijn effectieve middelen om die tegenmacht te organiseren, zeker nu dat stroperige opinieklimaat er zo’n krachtig beletsel tegen vormt. Hetzelfde klimaat dat, door zijn trage en plotselinge zwenkingen, juist zoveel overreacties van de overheid genereert.

Bewezen moet nog worden of die AIVD-voorlichting aan de NSA staat voor een zelfde ontsporing als destijds in de IRT-affaire. Sterke aanwijzingen zijn er zeker. Destijds konden de misstanden nog jaren voortwoekeren. En de kunst van de politiek is ook, dit bewees Van Traa, het stroperige opinieklimaat soms een zetje in de goede richting te geven.

    • Tom-Jan Meeus
    • Ruben L. Oppenheimer