Paulien Cornelisse Visifoon

Eén van mijn lievelingsboeken heet Ogen van Tijgers. Het is geschreven door Tonke Dragt en het speelt in de toekomst. De mensen in het boek maken gebruik van een visifoon – een telefoon waarbij je elkaar kunt zien tijdens het gesprek. Toen ik dit als kind las, vond ik dat even futuristisch als de nederzettingen op Mars en Venus die ook in het boek voorkomen.

Nu is de visifoon er, hij heet alleen Facetime of Skype. En ik moet zeggen: ik ben er nu al klaar mee. Sinds er Skype is, ben ik het gaan waarderen dat je elkaar tijdens een telefoongesprek niet kunt zien. Wat is er fijner dan deze zin uitspreken: „Ja, oké, helder, ik zorg dat die factuur zet es em betaald wordt”, terwijl je in bed ligt als een aangespoelde walvis (figuur 1)? Ik kan de keren niet tellen dat ik wakker werd gebeld en dan meteen kon liegen dat ik zo verward klonk omdat ik „heel geconcentreerd bezig was”. Hoe meer er te zien is, hoe meer er te verbergen is. Misschien gebruik ik daarom ook steeds meer whatsapp – daar hoeven zelfs gapen niet meer onderdrukt te worden.

Bij pakjesavond was een jongetje van negen dat nog maar twee maanden geleden van zijn geloof afgebracht was, en nu al een surprise had gemaakt. Toen zijn surprise aan de beurt kwam, kon hij zijn benen niet meer stilhouden. Het was dus voor iedereen duidelijk dat hij de maker was. Zijn gedicht was grappig en iedereen moest lachen. Later vertrouwde hij me toe: „Ik lachte maar mee, anders hadden ze geweten dat ik het geschreven had.” Hij had al iets geleerd over ‘doen alsof ten bate van het grotere goed’. Volgend jaar kan hij waarschijnlijk ook stil blijven zitten. Door Sinterklaas weten we al vroeg hoe het moet voelen om een spion te zijn.

Hoewel, moderne spionnen hoeven hun benen niet meer stil te houden. Moderne spionnen zijn gewoon goed met computers en telefoonlijnen van wereldleiders.

De romantiek is weg en Sinterklaas heeft geen nut meer voor de spion in spe.

Schrijver en cabaretier Paulien Cornelisse schrijft op deze plek elke week over mensen en wat zij doen.