Micro-RNA betrokken bij epilepsie

Eén enkel microRNA, miR-128, bepaalt de motoriek van muizen. Micro-RNA’s zijn korte stukjes RNA die de expressie van genen reguleren. Een tekort aan miR-128 leidt bij muizen tot hyperactiviteit en ernstige epilepsieaanvallen. Een verhoogde activiteit verkleint de kans op aanvallen juist. De onderzoekers in New York die dit ontdekten, denken dat hun werk aanknopingspunten biedt voor toekomstige behandelingen van epilepsie en de ziekte van Parkinson (Science, 6 december).

MiR-128 is vrijwel uitsluitend actief in de hersenen, maar over de invloed ervan op de hersenactiviteit was nog niet veel bekend. Wel hadden de onderzoekers eerder vastgesteld dat een tekort eraan bij muizen leidt tot een ernstige vorm van epilepsie. Bij epilepsie is sprake van abnormale prikkeling van delen van de hersenen; de prikkeldrempel is verlaagd.

Om meer over de onderliggende mechanismen te weten te komen, werkten de onderzoekers met muizen waarin ze langs genetische weg de hoeveelheid miR-128 in bepaalde hersencellen varieerden. Vervolgens gingen ze na welke genen onder invloed van dit microRNA van activiteit veranderen. Dat bleken er opvallend veel te zijn: meer dan 150. Daar zitten enkele belangrijke bij. De receptor voor GABA bijvoorbeeld, een neurotransmitter die een dempende werking op neuronen heeft, en de genen voor diverse natrium- en calciumkanalen.

    • Huup Dassen