Mens

Column

Bas Heijne

Was Nelson Mandela de laatste humanistische held? In de commentaren op zijn overlijden, dweperig en iets minder dweperig, klinken de grote woorden vreemd losgezongen: morele leider, inspirerende vrijheidsstrijder, Ons Betere Ik, stralend licht, groot hart, zoon, vader, heilige, held. Is er nog een mens op deze aarde waarover in zulke termen gesproken kan worden? Naast ontzag klinkt in de loftuitingen onmiskenbaar weemoed door, alsof met de man ook iets anders verloren gaat. Alsof tegelijk met de 95-jarige Zuid-Afrikaan een heel wereldbeeld ten grave wordt gedragen.

Welk wereldbeeld? De overtuiging dat je mensen hun onderlinge geschillen kunnen laten overstijgen door een beroep te doen op hun gedeelde menselijkheid, de notie dat diepe wonden alleen kunnen helen door verzoening en vergiffenis, het geloof, kortom, in het goede in de mens (wat iets anders is dan het geloof dat de mens goed is). Je kunt inderdaad niet beweren dat dit gedachtegoed bezig is aan een triomftocht over de wereld.

We willen erin geloven, maar geloven we het nog?

In veel commentaren wordt Mandela voorgesteld als een man hors categorie, een lichtend voorbeeld voor ons allen, maar van een moreel kaliber dat voor de meesten van ons onhaalbaar is. De Volkskrant, afgelopen vrijdag: „Een van ons, zoals hij het zelf graag deed voorkomen, maar toch net iets groter dan wij allemaal.”

Het probleem met humanisme is dat het zo gemakkelijk rooskleurig kan worden. Geef elkaar een hand en samen zingen we voor een betere wereld. Anders gezegd: kitsch. Iets dat met de mond wordt beleden, maar op geen enkele manier meer zijn beslag in de werkelijkheid krijgt.

Mandela dankt zijn heiligenstatus aan het feit dat hij van zijn humanisme werkelijk politiek heeft gemaakt. Maar wie eerlijk is, moet erkennen dat in Nederland een heftige reactie aan de gang is tegen alles waar hij voor staat. Geen politicus hier die de samenleving met hartstocht voorstelt als een gemeenschap waarin mensen wederzijds van elkaar afhankelijk zijn. Op benoemen volgt hier nooit verzoenen. Onmogelijk om hier boven de partijen te staan. Wie waagt het tegenstellingen te overbruggen door een beroep op onze goede wil?

Er is bar weinig elan voor mensenrechten. VNO-voorzitter Wientjes vorige week: „Nederland moet een toontje lager zingen”. Als we uit de crisis willen komen, aldus Wientjes, moeten we iedere poging tot ethiek in het buitenlandbeleid verder vergeten. Niet omdat zulk idealisme onhaalbaar is, maar omdat het bedrijven geld kost. Er klonk geen protest. En er is nauwelijks draagvlak voor ontwikkelingshulp. Er is geen vitaal geloof in een pluriforme samenleving.

Als Mandela werkelijk een voorbeeld voor ons allen is, dan is er ergens iets wanhopig misgegaan.

De tegengeluiden zijn weinig assertief, meestal bangig en bedeesd. Er zijn genoeg organisaties vanuit humanistische principes handelen, maar ze bevinden zich al jaren in het defensief. Bij de recente actie voor de slachtoffers van de orkaan op Filippijnen gaf ruim tweederde van de Nederlanders aan niks te geven, omdat het geld toch niet goed terecht zou komen. Toen de populaire zanger Nick van Nick en Simon zijn fans opriep massaal het goede doel te steunen, werd hij overstelpt door haatmail – alsof het in Nederland geen crisis was! Nick moet zich het leed van Volendam aantrekken, niet dat van de wereld.

Deze week lekte het nieuws uit dat de huidige paus, Franciscus, ’s nachts gekleed als gewoon priester in Rome aalmoezen uitdeelt aan dakloze mannen en vrouwen. Het Vaticaan ontkende, maar volgens de nieuwsbron hebben wachters van de Zwitserse garde het bericht bevestigd. Eerder al waste en kuste de paus voeten van ontheemde immigranten en knuffelde hij op het plein van het Vaticaan een ernstig mismaakte man. Afgelopen maandag sprak hij tegen bisschoppen zijn zorg uit over het groeiend aantal armen in Nederland - „een land dat in menig opzichten rijk is”.

Katholieke kitsch? Sentimenteel symbolisme? Wordt de wereld hier beter van? Ook ik ben doordrongen van scepsis, vervuld van argwaan jegens dit soort gebaren. Toch is deze paus er in korte tijd in geslaagd een eenvoudig soort goedertierenheid uit te dragen, dat bij zijn voorgangers ontbrak.

Het humanisme moet altijd laveren tussen de mens zoals hij is en de mens zoals hij wil zijn. Wie het eerste uit het oog verliest, wordt sentimenteel. Wie enkel nog maar het eerste ziet, wordt cynisch. Dat laatste lijkt me het grootste kwaad.