Lessen voor een integer openbaar bestuur

Volgend jaar worden ruim 10.000 gemeenteraadsleden en wethouders gekozen of herkozen en recent hebben zij enkele voorbeelden kunnen zien hoe het níét moet in de politiek. Hoe politieke bestuurders of volksvertegenwoordigers het vertrouwen in het openbaar bestuur op het spel zetten door niet integer te handelen, door corrupt te zijn, door zich over te geven aan nepotisme.

Een schrijnend en, gelukkig, uniek voorbeeld vormde de voormalige Noord-Hollandse gedeputeerde Ton Hooijmaijers, inmiddels ex-VVD’er. Hij werd dinsdag door de rechtbank veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf. Uit het vonnis: „H. heeft zich (..) meerdere malen als ambtenaar laten omkopen en uit misdrijf verkregen gelden witgewassen. H. heeft vele malen – grote – geldbedragen van bedrijven ontvangen die zijn gedaan om H. gunstig te stemmen en om H. te bewegen zaken in een voor hen gunstige richting te laten lopen.”

Hooijmaijers werd verder veroordeeld wegens valsheid in geschrifte. Wat ook in deze strafzaak opviel: het totale onbegrip van de dader voor zijn straf. Hij vertoeft in een denkwereld die duidelijk niet past bij opvattingen over integer openbaar bestuur, waarin geen plaats is voor bestuurders die zich gedragen alsof een gemeente, een provincie, een waterschap hun persoonlijke eigendom zijn.

Hooijmaijers is een uitzonderlijk voorbeeld, maar niet het enige. In Amersfoort voelden deze week vier PvdA-politici (een wethouder, de fractieleider, de afdelingsvoorzitter en de beoogde lijsttrekker) zich gedwongen terug te treden. Een partijgenoot had als raadslid met zijn handen in de fractiekas gezeten en daar hadden zij onvoldoende toezicht op gehouden. In het geval van Hooijmaijers mogen zijn toenmalige collega-gedeputeerden, de commissaris van (toen) de koningin en de Provinciale Statenleden zich ook de vraag stellen hoe het kon dat hij zich onder hun ogen zo misdroeg.

Handig is het evenmin dat de PvdA in de Rotterdamse deelgemeente Feijenoord besloot de vroegere deelraadsvoorzitter op de kandidatenlijst te zetten voor de nieuw te vormen gebiedscommissie, terwijl hij eerder dit jaar aftrad na beschuldigingen van cliëntelisme. Dat raakt aan een ander probleem: vind maar eens voldoende kandidaten onder de 319.000 leden van politieke partijen (ooit waren het er meer dan 730.000), van wie maar een kleine minderheid zich voor een functie beschikbaar stelt. Het adjectief ‘eervol’ valt nog maar zelden bij het zijn van Kamerlid, Statenlid of raadslid.

Corruptieschandalen raken aan hun imago, hoewel dat meestal ten onrechte is. Niet vergeten: de meeste volksvertegenwoordigers en openbaar bestuurders verrichten hun werk wél integer; op internationale vergelijkingslijsten over politieke corruptie scoort Nederland een gunstig cijfer. Nederlandse politici verdienen de goedkope beschuldigingen van kroegpraters of het gemakzuchtige dedain van stukjesschrijvers meestal niet.

De geringe aanwas van potentiële volksvertegenwoordigers vormt een gevaar voor de democratie; des te meer reden waarom politici met hun gedrag geen aanleiding moeten geven voor het wantrouwen dat tegen hen wordt gekoesterd. Want dat er wel het een en ander mis is bleek bijvoorbeeld een jaar geleden uit een rapport van het Bureau Integriteitsbevordering Openbare Sector. Overheden leven de wettelijke regels over integriteit lang niet altijd na, was daarin een van de constateringen. Minister Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) riep integriteit daarna tot speerpunt van zijn beleid uit. In het vorige maand verschenen Jaarboek Integriteit 2013 van hetzelfde bureau schreef hij: „De overheid is een kwetsbare en dienende instantie waaraan desondanks veel macht wordt toevertrouwd. Elk reëel, of als zodanig ervaren, misbruik van die macht tast het vertrouwen in de overheid aan.”

Dat zijn ware woorden, waarvan de kracht hopelijk toeneemt naarmate ze vaker worden herhaald. In dit verband verdienen ook enkele aanbevelingen de aandacht die Transparancy International vorig jaar deed na onderzoek in Nederland. Deze anticorruptie-organisatie bepleitte spelregels voor het lobbyen, een register voor corruptiegevallen, een transparante procedure voor de benoeming van topambtenaren en aandacht voor integriteit en anticorruptie in de curricula van scholen en universiteiten. Het kunnen bijdragen zijn aan de les die voor alle lokale, regionale en nationale politici geldt: geef de rechter geen aanleiding om een vonnis over je te vellen.