Laat niet alleen geld maar ook inzicht na

Een testament, ja, dat hebben we nog wel. Maar wij zijn meer dan de de som van onze bankrekeningen. Laat niet alleen materie maar ook liefde, wijsheid en humor na. Minne Buwalda pleit voor een geestelijke nalatenschap.

foto thinkstock

Veel mensen hebben een testament. Maar bestaat het saldo van ons leven in wezen niet uit veel meer dan alleen de som van bankrekeningen en eigendommen? Zijn de waarden en wijsheid die we doorgeven meestal niet belangrijker dan tastbare erfstukken? En zouden we daarom ook niet meer aandacht en energie moeten steken in onze geestelijke nalatenschap?

Onze belangrijkste levenservaringen, en de lessen die daaruit te trekken zijn, worden van generatie op generatie doorgegeven. Vroeger gebeurde dat vooral mondeling, maar die vorm van overlevering vindt steeds minder plaats, omdat generaties tegenwoordig steeds vaker hun eigen weg gaan. En omdat we voortdurend in beslag worden genomen door overvolle agenda’s en aandacht trekkende media.

Toch hebben ouderen veel kennis en ervaring in huis, existentiële kennis. We krijgen in ons leven allemaal te maken met liefde en strijd, met de geboorte en dood van naasten, met opoffering en eigenbelang, succes en tegenslag. Hoe we daarop reageren, hangt mede af van de voorbeelden die we in ons leven kregen.

Die voorbeelden horen ook te komen van oudere generaties. Gun je nabestaanden daarom, naast eventuele materiële zaken, ook een geestelijke nalatenschap. Laat ze, via jouw verhalen en inzichten, weten hoe het jou is vergaan, en wat volgens jou waardevol is in dit leven. Wat zou koste wat kost moeten worden vermeden, en wat juist innig gekoesterd? Wanneer is een strijd het waard om te worden gevochten? Wanneer is een offer het waard om te worden gebracht? Wanneer is een droom belangrijk genoeg om hoog gehouden te worden? Welke familie-eigenschappen zijn het waard om door te geven, en voor welke wil je toekomstige familieleden juist waarschuwen?

Nederlanders hebben geen gebrek aan autobiografische ambities. Naar verluidt zijn een miljoen landgenoten op de een of andere manier bezig met het schrijven van hun levensverhaal of familiegeschiedenis. Zij richten zich daarbij meestal op literair succes of op historische objectiviteit, en er valt veel voor te zeggen om zo’n literair of historisch perspectief in te ruilen voor een zingevingsperspectief. Vat je levensverhaal kortom op als een nalatenschap, en niet als literatuur of geschiedschrijving. Vorm is niet waar het om draait bij een geestelijke nalatenschap.

In beginsel kan zo’n nalatenschap door iedereen worden opgesteld, terwijl het schrijven van een literaire autobiografie of familiegeschiedenis is voorbehouden aan schrijvers. Ook historische objectiviteit is niet waar het om gaat, ook al betekent dat niet dat je vrijelijk een loopje kunt nemen met de historische werkelijkheid. Bij een nalatenschap gaat het om waarachtigheid in plaats van objectiviteit.

Een geschreven of op andere wijze geregistreerde nalatenschap is een prima optie. De nabestaanden kunnen je verhaal dan te zijner tijd, wanneer het hen uitkomt, tot zich nemen. Wanneer we een waarachtig en invoelend beeld van onszelf neerzetten in autobiografische beschrijvingen, wanneer we de weg van onze familie via eerlijke verhalen kunnen verklaren aan nazaten, dan zijn die verhalen het ook zonder literaire kwaliteiten waard om verspreid te worden. Vooral liefde, wijsheid en humor zouden zoveel mogelijk doorgegeven moeten worden.

Aan de slag dus 50-plussers, laat jullie licht schijnen, ook wanneer de jonkies daar op dit moment niet naar vragen. Dergelijke interesse komt met de tijd wel, wanneer ze zelf wat meer levenservaring hebben opgedaan.

    • Minne Buwalda