Krulpeterselie en Dikke Willem

Ronald Hoeben wil na decennia verhalen over Hotel Bakker in Vorden zelf wel eens bij het instituut eten. Hij prikt de mythe door.

Bijzonder

Hotel Bakker in Vorden was voor mij als Akerkhof in Groningen op een Monopolykaartje: het klinkt vertrouwd maar je bent er nog nooit geweest. De verbaasde vraag ‘heb je nog nooit bij Hotel Bakker gegeten?’ krijg ik een paar keer per jaar en dat al decennia, dus de verwachtingen waren tot mythische proporties aangezwollen.

Niemand heeft het ooit over slapen bij Hotel Bakker, men roemt de ruime porties die je in het restaurant geserveerd krijgt en de hoeveelheid wild op de kaart. We gaan dus wild eten. Wild is in ons land vaak beschermd of de jacht erop is aan regels gebonden, maar restaurants sjoemelen nogal eens op de kaart: niet alles wat wild heet, is ook wild.

Aan tafel

Ik vind Hotel Bakker bij binnenkomst direct al leuk: in het klassieke pand draaft het personeel door de gang, de ontvangst is hartelijk. Of we eerst willen borrelen in de lounge, een flinke zaal met rieten stoelen en hertengeweien aan de muur. Nee, we stoten direct door naar de eetzaal, een tijdcapsule waar het nog 1972 is. Behang met paarden, lambriseringen, kroonluchters, zware houten stoelen, met wit linnen gedekte tafels. De dames van de bediening hebben een wit schortje, een karafje water is hier ijswater in een zilveren kan.

De ‘wildspecialiteiten’ beslaan de hele rechterkant van de menukaart, op links een klassiek oud-Hollands aanbod van garnalencocktail, slakken, schnitzels en biefstuk. Eerste dissonant is dat Hotel Bakker stokbrood van Euroshopper-kwaliteit serveert, gesecondeerd door bakjes smeersel in de kleuren rood, groen en geel. Boter durf ik het niet te noemen.

Op het bord

Ons wildfestijn begint met herfstsalade (13,25 euro) met winterkoude plakjes gerookte reeham en vijgenchutney, een tritsje bessen en een toef krulpeterselie. De ‘wildproeverij’ (14,50 euro) biedt een herfstsalade en een bakje bospaddenstoelenragout waar nogal wat roux in verwerkt lijkt – een klassieke verdikker van boter en meel die in de keuken als Dikke Willem bekendstaat – en een bonsai plakje eendenpaté dat zich verschuilt onder een partje mandarijn. En krulpeterselie.

De hoofdgerechten komen in Van der Valkstijl: omringd met rechauds vol smaakvrije spruiten, met spek ingerolde lofjes, witte kool met mierikswortel en krulpeterselie, gebakken aardappelen en appelmoes. Dit alles ter opluistering van fazant Metternich met zuurkool, aardappelpuree en een halve stoofpeer (24,75 euro) en in ‘een sinaasappelsaus’ gesmoorde eend (22,50 euro). En krulpeterselie.

Fazant met zuurkool is mijn favoriete winter-ensemble, maar het is wel een heel droog half boskippetje dat onder de doffe dikke sauslaag bivakkeert. De zuurkool-met-het-worstje biedt weinig troost, ook al omdat de zuurkool van zijn frisse zuur ontdaan is door een romige toevoeging. Ik verdenk Dikke Willem.

De halve eend is iets minder droog, maar het is nog steeds geen gerecht om voor om te rijden.

Meer uit nieuwsgierigheid vragen we de dessertkaart, waarop Dame Blanche en griesmeelpudding prijken. Het wentelteefje van suikerbrood (9,50 euro) mist helaas het krokante korstje dat wentelteefjes bestaansrecht geeft.

De rekening

We betalen inclusief vier glazen wijn en twee koffie 116,85 euro. De kwaliteit zit bij hotel Bakker louter in de bediening.

    • Ronald Hoeben