KLM kreeg op Bonaire alles voor elkaar

KLM zat op rozen op Bonaire met lage kerosinebelasting en een overheid die miljoenen in de luchthaven stopte. Dankzij politicus Ramonsito Booi. Justitie onderzocht of hij smeergeld van KLM kreeg. Het onderzoek is nooit afgerond.

Ramonsito Booi (rechts) met de crew van de eerste KLM-vlucht op Bonaire na de verbouwing van het vliegveld in 2002.

Het was een prestatie van formaat. Op 2 juni 2002 kon het eerste grote passagierstoestel van KLM landen op de luchthaven van Bonaire. In krap één jaar tijd was het kleine vliegveld omgetoverd tot Bonaire International Airport. De start- en landingsbaan was verlengd en er stonden een cateringgebouw, een brandstofdepot en een vertrekhal met airco.

Leslie van Delft vertelde het in januari 2010 met gepaste trots tegen twee rechercheurs van de Rijksrecherche. Hij was de consultant die tien jaar eerder in overleg met en met instemming van KLM door het bestuurscollege van Bonaire was ingehuurd om de klus te klaren.

De rechercheurs waren naar de villa van Van Delft op Curaçao gekomen om hem als getuige te horen in een groot corruptieonderzoek. De leider van de regerende politieke partij UPB, Ramonsito Booi, en UPB-gedeputeerde Burney El Hage werden verdacht van corruptie en fraude. Feiten waarvoor ze nu terechtstaan op Bonaire. In dat onderzoek bleek dat de Criminele Inlichtingen Dienst ook informatie ontvangen had over smeergeld dat betaald zou zijn aan Booi. Het hield verband met de levering van brandstof op het vliegveld.

Van Delft was in 2001 door KLM naar Bonaire gehaald, vertelde hij. De maatschappij had er groot belang bij dat het vliegveld op tijd klaar zou zijn. KLM had namelijk problemen gekregen met de eilandsregering op Curaçao. In 2001 ging de Antilliaanse vliegmaatschappij DCA rechtstreeks op Schiphol vliegen. KLM kreeg sindsdien op Curaçao een tweederangsbehandeling. Althans, zo werd dat ervaren. Toen daar nog eens onenigheid over de kerosineprijs bijkwam – luchtvaartmaatschappijen kopen hun brandstof van de Curaçaose overheid – lonkte het bestuur van buureiland Bonaire.

Dat was een uitkomst voor KLM. De maatschappij wilde weg van Curaçao maar had dan wel een andere plek nodig voor de tussenstops van haar intercontinentale vluchten. De toenmalige MD-11 toestellen konden niet in één keer van Amsterdam naar Zuid-Amerika vliegen.

UPB-leider Ramonsito Booi haalde KLM naar Bonaire. Het eiland en Nederland investeerden 10 miljoen euro. Booi regelde lage kerosinetarieven en Leslie van Delft zorgde ervoor dat 2 juni 2002 het eerste toestel kon landen. KLM zat op rozen.

Puppets on a string

Tegenover de rechercheurs deed Van Delft ook een boekje open over de bestuurscultuur waarin hij terechtgekomen was. Hij vertelde hoe het toenmalige bestuurscollege bestond uit „poppen aan een touwtje” van UPB-leider Booi. „Die deden alleen maar wat hij zei.” Dat gold ook voor veel hoge ambtenaren en directeuren en commissarissen van overheidsbedrijven. „De belangrijkste sleutelpersonen op Bonaire waren aangesteld door Booi. Als je niet deed wat hij zei werd je de laan uitgestuurd. Er heerste een schrikbewind.”

Van Delft verklaarde tegenover de Rijksrecherche dat Booi hem op de man af gevraagd had waarom hij het spel niet meespeelde. Hij zei: „Waarom doe je niet mee, je bent een domme jongen.” In het Papiaments zou Booi toegevoegd hebben: „Jij bent een vis met een te grote bek.”

Dan was er nog de constante stroom mensen die Van Delft namens de UPB van Booi een baan moest bezorgen. De beveiliging van het vliegveld bestond uit „een vergaarbak van UPB-aanhangers die nergens anders aan de bak konden.”

Toen Van Delft contact had met een cateringbedrijf, om de vliegtuigen te voorzien, kwamen er allerlei types („de grootste onbenullen”) naar hem toe die zeiden dat ze door Booi gestuurd waren. „Die had gezegd dat ze general manager zouden worden en 4.000 gulden per maand zouden gaan verdienen.”

De vertrekhal werd gebouwd door een aannemersbedrijf waarvan Booi medeeigenaar was, wist Van Delft. En het bedrijf Taxabon mocht van het bestuurscollege toezicht houden. Taxabon was van Norman Evertz, schoonzoon van Jaime Saleh, op dat moment gouverneur van de Nederlandse Antillen.

De Antilliaanse Rekenkamer zou later vaststellen dat bij de renovatie van het vliegveld het bestuurscollege gehandeld had in strijd met het principe van goed financieel beheer. Niet van alle uitgaven was nog vast te stellen of die rechtmatig waren geweest.

KLM deed wat terug

KLM was blij met alle hulp van Booi en zijn mensen, en deed later wat terug. Vlak vóór de eilandsraadverkiezingen in 2007 maakte de toenmalig vicepresident van KLM, de op Curaçao geboren Peter Hartman, samen met Ramonsito Booi op een persconferentie bekend dat KLM een broodnodig dialysecentrum voor nierpatiënten op Bonaire ging bekostigen. Het leverde de UPB goodwill op – en stemmen. Het dialysecentrum van KLM zou er overigens nooit komen.

Booi zelf profiteerde ook, zegt Van Delft tegen deze krant: „KLM strooide met tickets. Dat regelde Peter Hartman, een vriend van Booi.” Bij navraag door Van Delft op het KLM-kantoor op Curaçao werd, volgens Van Delft, bevestigd dat Booi en ook Burney El Hage gratis businessclasstickets konden boeken en dat die volmacht van Hartman kwam.

El Hage was president-commissaris van de luchthaven en de rechterhand van Booi. El Hage zegt in een schriftelijke reactie niets te weten van gratis businessclasstickets, enkel van gratis upgrading van tickets: „Ik heb nooit geweten dat ik, specifiek als persoon, kosteloos (business class) tickets kon aanvragen bij KLM. Ik ken het fenomeen upgrading van stoelen. Upgrading is in de zeer weinige gevallen dat het nodig was, uitsluitend gebeurd in geval van reizen met onder andere als doel vergaderingen met KLM.”

KLM deed volgens Van Delft „hard mee” aan het fêteren van de bestuurders. „De kosten die ze op dat eiland moesten betalen, waren dan ook peanuts vergeleken met wat ze op Curaçao kwijt waren.”

In het onderzoeksdossier staat dat Booi „bovenmatig” reisde. Alleen al tussen augustus 2008 en oktober 2011 stapte hij 237 keer in een vliegtuig. Dat zijn zes vluchten per maand, drie jaar lang.

Het verhaal van Van Delft wordt ondersteund door de Amsterdamse zakenman Niek Sandmann. Hij woonde op Bonaire en was tot 2010 eigenaar van vliegmaatschappij Dutch Antilles Express (DAE). Sandmann was in die jaren bevriend met Booi. „De relatie tussen Booi en Hartman was meer dan hartelijk”, zegt Sandmann. „Het was op het eiland algemeen bekend dat Booi gratis business class mocht vliegen met KLM, zijn dochters ook. Daarvoor had de KLM-vestiging op Bonaire instructie gekregen. Booi hoefde daar maar te bellen en dan lagen de tickets klaar.”

Ook Sandmann hielp Booi in die tijd, geeft hij toe: „Twee dochters van hem hebben hier jaren gewoond toen ze in Amsterdam naar school gingen. Gratis. De oudste zes jaar kost en inwoning. Een vriendendienst. Dat heb ik op de plaatselijke radio ook gezegd. Maar ik heb nooit zaken gedaan met Booi. Ik adviseerde hem op onroerendgoedgebied, maar daar bleef het bij.”

Eén cent per gallon

Uit het onderzoeksdossier blijkt dat de Rijksrecherche naar iets anders op zoek was dan gratis tickets. Van Delft en Jopie Giskus, destijds directeur van de overheidsholding BHM, waar het vliegveld onder viel, verklaarden tegen de rechercheurs dat de fee die KLM aan de luchthaven moest betalen mogelijk niet in zijn geheel bij de luchthaven terecht is gekomen.

In de luchtvaart is het gebruikelijk dat vliegmaatschappijen voor het voltanken van een vliegtuig een toeslag, een fee, betalen aan de luchthaven. Op Bonaire betaalde KLM via brandstofleverancier US Coastal een fee van 1 dollarcent per gallon (3,7 liter) bovenop de kerosineprijs.

Giskus verklaarde hoe Ramonsito Booi persoonlijk betrokken was bij het contract dat het eiland sloot met Coastal. In het vliegtuig op weg naar het hoofdkantoor van Coastal in Amerika zou Booi tegen Giskus gezegd hebben dat de luchthaven één cent per gallon kreeg, en dat er nog één cent „ergens zweefde en dat Booi nog moest zien waar hij die parkeerde”.

Waar is die 1 cent per gallon, een kwart miljoen dollar op jaarbasis, gebleven? „Waar dat geld geparkeerd is, weet ik niet. Het is ergens neergelegd”, zei Giskus tegen de rechercheurs.

Hoe lager de fee, hoe groter het voordeel voor KLM. Uit een memo (21 mei 2001) van Ramonsito Booi blijkt dat andere maatschappijen, zoals American Eagle, een fee van 3 cent per gallon moesten betalen. Elders in de regio was een fee van 7 tot 11 cent per gallon normaal.

De verklaring van Booi dat KLM die lage fee had „afgedwongen”, geloofde Giskus niet, zei hij tegen de rechercheurs. „Eén cent is veel te laag als je ziet wat in de regio gangbaar is.” Volgens Giskus kon KLM ook weinig afdwingen. De maatschappij wilde immers weg van Curaçao. En hun vliegtuigen moesten hoe dan ook bijtanken op weg naar Zuid-Amerika. Bovendien was de concessie van 1 cent niet dekkend voor de luchthaven. Giskus: „Bonaire verliest daar heel zwaar op.”

Leslie van Delft bleef op Bonaire tot 2004. Hij vertrok een paar maanden nadat vliegvelddirecteur Kor Folkeringa moest opstappen. Folkeringa was een KLM-man, die daar neergezet was in 2003 en ook door KLM betaald werd. Van Delft: „Kor is eruit gegooid door KLM op verzoek van Booi. Want Kor boog niet voor louche zaken. Hij heeft eens UPB-gedeputeerde James Kroon uit het kantoor gezet. Kroon zat daar ’s morgens te bellen met zijn kinderen in Nederland, op kosten van het vliegveld. En Kor zette zijn handtekening gewoon niet onder dubieuze zaken. Zo wilde het bestuurscollege opeens 1 miljoen gulden lenen van de luchthaven. Kor weigerde daaraan mee te werken. Toen moest hij vertrekken. Dat ontslag heeft Peter Hartman gesteund.” Kor Folkeringa wil geen commentaar geven.

Hartman is tegenwoordig vicevoorzitter van Air France-KLM. Hij stemde in met een interview, maar trok dat weer in. Op naderhand gestelde schriftelijke vragen weigert de maatschappij antwoord te geven: „KLM herkent zich absoluut niet in de inhoud en de daaraan verbonden vragen.”

Booi begrijpt niets van de beschuldigingen, zegt hij. „KLM zou mij betaald hebben? Onzin. Die doen niet mee aan zulke spelletjes. Ik heb in één jaar een brandstofdepot en een nieuwe vertrekhal geregeld. Een normaal iemand was dat niet gelukt. Mij wel.”

Het onderzoek naar de smeergeldbetalingen is nooit afgemaakt vanwege „tijdsdruk”, aldus het Openbaar Ministerie. KLM is, voor zover bekend, nooit gehoord.

Wat was er gebeurd? Op verzoek van de verdachten, Booi en El Hage, besloot in juni 2010 rechter-commissaris Frans Veenhof – de vicepresident van de rechtbank Haarlem die anderhalf jaar op Bonaire was gestationeerd – dat het opsporingsonderzoek wegens „nodeloze vertraging” vóór 1 november 2010 klaar moest zijn. Zijn besluit wekte verbazing in gerechtelijke kringen. Niet eerder was in Nederland of op de Antillen een corruptieonderzoek zó in tijd beperkt. Veenhof, nu weer rechter in Haarlem, wil zijn besluit niet toelichten.

Het OM zag zich, naar eigen zeggen, genoodzaakt zes van de acht dossiers te sluiten. Zo werd het onderzoek naar mogelijke smeergeldbetalingen door KLM nooit afgemaakt. In een brief aan het gemeenschappelijk hof van justitie in Willemstad schreef behandelend officier van justitie Mario Angela in mei 2011 dat het besluit van de rechter-commissaris het onderzoek „de das om heeft gedaan”.

Reacties: onderzoek@nrc.nl

Voor dit artikel sprak de krant met betrokkenen. De krant beschikt over het onderzoeksdossier tegen Booi en El Hage, alsmede over documenten van informanten.

    • Joep Dohmen