Kinder-

obsessies

Psychologie

Ellen de Bruin Ongeveer eenderde van alle kinderen is ergens een tijdje mee geobsedeerd. Dat kan ver gaan, zoals hijskranen en borstels.

Een paar weken geleden was het groot showbiznieuws: Kim Kardashian en Kanye West schijnen hun dochtertje North West louter zwarte, witte en crèmekleurige kleertjes aan te trekken. Géén roze. Stijlvol. Zouden ze het volhouden?

Laatst was er nieuws over de ‘roze fase’ die veel meisjes doormaken als ze een jaar of drie, vier zijn. Ongeacht de mening van de ouders wil de helft tot driekwart van de meisjes zich een tijdje lang alleen maar vertonen in zoete prinsessenkitsch. Een kleiner deel van de jongens heeft een even rigide anti-roze stoereklerenperiode.

Volgens de psychologen die dit onderzochten, begrijpen kinderen op die leeftijd dat ze zelf een meisje of jongetje zijn en zoeken ze als ware gender detectives welk gedrag erbij hoort. En krijgen ze hun zin niet, dan krijsen ze de boel bij elkaar, dus veel succes voor de ouders – dat was zo’n beetje tussen de regels door te lezen. Op een gegeven moment worden kinderen dan weer flexibeler in hun eisen.

In het wetenschappelijke artikel (in Developmental Psychology) werd ook kort verwezen naar eerder onderzoek, uit 2007, waaruit was gebleken dat ongeveer een derde van de kinderen sowieso een tijdje ergens mee geobsedeerd is. Dat ze ‘extreem intense interesses’ hebben, zoals de Amerikaanse psychologen het destijds formuleerden. En die ‘extreem intense interesses’ blijken eigenlijk veel fascinerender dan dat hele roze.

De psychologen beschrijven een jongetje van nog geen twee dat geobsedeerd was door borstels – bezems, haarborstels, kwasten, tandenborstels, hij wilde ze altijd en overal hebben. Een meisje van dezelfde leeftijd hield zó van verkleedkleren dat ze het hele gezin aanstak; die werden fanatieke re-enactors (naspelers) van de Amerikaanse burgeroorlog. Verder waren er voor de hand liggende obsessies met treintjes, autootjes en dinosaurussen – maar ook meer exotische, met bijvoorbeeld Amerikaanse presidenten, het overgieten van vloeistof van het ene bakje in het andere of doodgereden dieren.

Tweederde van de 177 ondervraagde ouders zei dat hun kind zo’n extreme interesse had (gehad). Driekwart van de kinderen met extreme interesses waren jongetjes. De onderzoekers opperden voorzichtig een mogelijk verband met autisme, dat ook meer bij jongens dan bij meisjes voorkomt. Het obsessie-artikel is sinds 2007 ook vooral aangehaald door autisme-onderzoekers. Maar het is jammer dat het in die hoek getrokken wordt, want er rijst een kinderwereld uit op waar je zó in terug wilt.

En iedereen kent het! Een rondgang langs vrienden en collega’s leverde het verhaal op van een oma die met haar hijskraan-geobsedeerde kleindochter langs alle kranen van de stad fietst, in de hoop dat er een gaat bewegen. Een borstelminnend jochie van wie de ouders regelden dat op zijn verjaardag een veegwagen door de straat kwam rijden. En obsessies van vroeger. Mensen die ooit precies konden hóren welk merk auto eraan kwam. Die alles andersom wilden zeggen, dus ‘neortic’ voor citroen. Eigenlijk hebben sommigen nog steeds een obsessie. Een voormalig lid van de NRC-hoofdredactie gaf toe nog regelmatig te denken, bij het zien van voorwerpen of apparaten: hoe zou dat in Lego moeten?

Dus als Kim Kardashian en Kanye West hun dochtertje een exotischer obsessie willen bezorgen dan roze, hebben ze wel gelijk. Misschien lezen we er ooit over in haar autobiografie, waarvan ik hevig hoop dat er ‘North by North West’ op het titelblad zal staan. Sorry. Obsessie met woordspelingen.