Kattenoorlog

Ik woon al jaren in een flat in de Iraanse hoofdstad Teheran, een wooncomplex met 4 torens van 26 verdiepingen. Om me heen in de flat wonen oude vrouwtjes, werkloze jongeren die nooit uit huis zijn gegaan en vaders die het ook allemaal niet meer weten.

Alles ging relatief goed in deze bijenkorf, waar iedereen buitenshuis beleefd is en binnenshuis zichzelf kan zijn, totdat de katteninvasie begon.

In een niet zo ver verleden, laten we zeggen rond 2001 toen ik in dit land kwam wonen, waren veel Iraniërs doodsbang voor katten en honden. Volgens hun versie van de islam zijn honden onrein en katten maken de goudgerande Perzische meubeltjes maar vies met al hun haren.

Maar Iran is veranderd. Mensen zijn gaan reizen, kijken Amerikaanse series op hun satelliettelevisie en willen graag dezelfde middenklasselevens leiden als in het Westen. Het ideaal is opleiding, auto, vakantie en geen gezeur van staat of geestelijken.

Mijn wooncomplex is een afspiegeling van die participatiemaatschappij. Buren zorgen voor elkaar en ouderen tolereren de luide feestjes van jongeren omdat niemand de politie wil bellen. Dat zou de status quo verstoren.

Het denken over honden en katten is meeveranderd. Met als gevolg dat er Franse bulldogs en Duitse Schnauzers door de gemeenschappelijke tuinen van het complex hollen en talloze straatkatten er hun territorium hebben gevonden.

In het kader van voor-elkaar-zorgen gooien de buren de hele dag door kippenbotjes en andere voedselresten uit het raam van hun keukens naar de hongerige katten, die al urenlang smekend omhoog kijken in verwachting van wat er nu weer uit de lucht zal komen vallen.

Blijkbaar deed dit hebben andere katten in de buurt hier lucht van gekregen, want ieder jaar zijn er meer bijgekomen. Enkele van de jongeren in de flat raakten verblind door dierenliefde en begonnen de katten op geregelde tijden te voederen. Ze brachten zieke katten het complex binnen en plaatsen zelfs foto’s op Facebook van hun favoriete straatkatten.

Mijn vrouw, die ooit ook bang voor katten was, komt bijna niet meer aan haar werk toe omdat ze de hele dag met brokjes in de weer is. Als het regent stuurt ze mij erop uit en kijkt dan vanaf het balkon of ik niet stiekem een kat in de verte oversla.

Er zijn echter ook buren die nog steeds niet van katten houden. Mevrouw Mohammadi heeft zelfs een fobie en is daarvoor naar een therapeut geweest. „Meneer Thomas”, vertelde ze me. „Mijn kind speelt beneden en er zijn wel dertig katten, als hij valt durf ik hem niet te gaan helpen.”

Toen er vorige week ineens drie dode katten in de regen lagen, was de rust in het complex voorbij. „Vergiftigd!”, was het oordeel van velen. De kattenliefhebbers hielden boze vergaderingen in de lobby, terwijl de kattenhaters langs de deuren gingen met petities tegen de katten.

Of het mijn Nederlandse hang naar compromis is weet ik niet, maar al snel werd ik benoemd tot bemiddelaar tussen beide partijen. Mevrouw Mohammdi belt me nu drie keer per dag als ze weer een nieuwe kat heeft gespot. De kattenliefhebbers nodigen me uit voor ‘voeder-evenementen’, waar ze eten koken en uitdelen aan straatkatten in de hele buurt.

De meningen liggen nog ver uiteen, en omdat het koud is houden de katten zich rustig. Ik vrees echter voor een explosie in de lente, als de katten kittens krijgen en de kinderen weer buiten gaan spelen.

    • Thomas Erdbrink