Kan Oranje mee in dat geweld?

Voor Louis van Gaal telt eerst fitheid, en dan fitheid. Wie de toets niet kan doorstaan, blijft thuis. Het is de enige manier.

Wesley Sneijder was de meest dynamische Nederlander op het WK 2010, met 73,28 afgelegde kilometers in zeven wedstrijden. Xavi, de kilometervreter van wereldkampioen Spanje, liep dan wel een kilometer meer per wedstrijd (80,02 km in totaal), maar qua topsnelheid moest hij met 22 km per uur het hoofd buigen voor de Nederlandse sterspeler, die in de halve finale tegen Uruguay 27,09 km per uur klokte.

Mooie cijfers. Sneijder had dan ook de vorm van zijn leven en hij is de eerste om toe te geven dat hij tegenwoordig „niet meer topvijf van Europa” is. Hij maakt, zo vertelde hij in oktober tijdens een interviewsessie, nog wel steeds „de meeste kilometers van iedereen” bij zijn Turkse club Galatasaray. Maar sinds hij bij zijn vorige club Internazionale op een zijspoor kwam, en het heilige vuur even kwijt was, werd hij steeds vaker gekweld door spierblessures. Al twee seizoenen speelt hij met tussenpozen. Het WK, dat vier dagen na zijn dertigste verjaardag begint, is voor hem onzeker.

Wordt Sneijder slachtoffer van de hedendaagse vereisten van het profvoetbal? Grandioze traptechniek, meesterlijk spelinzicht. Maar wie de fysieke toets niet kan doorstaan, blijft gewoon thuis. De ontwikkeling van de voetbalsport dwingt spelers op zoek te gaan naar hun fysieke grenzen. Het gaat om duelkracht, om handelingssnelheid in een steeds hoger speltempo. Niemand kan zich nog onttrekken aan verdedigende arbeid. Steeds meer sprints, steeds meer inspanningen per minuut, steeds minder tijd om het opgebouwde melkzuur in spieren af te breken.

Artistieke spelers van het lome soort als Robert Prosinecki (Kroatië) en Carlos Valderrama (Colombia) zijn relicten uit de jaren negentig. De 21ste eeuw, dat is Cristiano Ronaldo, Lionel Messi. In de jaren 2010 kwam daar het fysieke fenomeen Gareth Bale uit Wales bij – niet aanwezig op het WK overigens. Bale, zo schreef een Britse krant destijds, liep in de Champions League-wedstrijd tussen Tottenham Hotspur en Inter in 2010 op een totaal van twaalf kilometer liefst 719 meter op een snelheid boven de 24 km per uur. Niet gek veel onder de snelheid (28,54 km per uur) van het wereldrecord op de 800 meter.

Dat dus is modern profvoetbal, en het is terug te zien in de meest recente successen. Zie het machtsvertoon waarmee Bayern München, energiek en overweldigend, afgelopen seizoen de heerschappij van FC Barcelona in het Europese clubvoetbal doorbrak. Of het levenslustige Brazilië, dat Spanje in de finale van de Confederations Cup deze zomer in een moordend tempo afmatte. Opeens leek de Europees- en wereldkampioen een futloos collectief van ééntempospelers. Het moet, zo lijkt het, allemaal nog sneller, nog meer pressie op de tegenstanders, nog meer afjagen.

Waar staat Oranje tussen al dat geweld? Nederland opent in poule B tegen Spanje en een confrontatie met Brazilië, groepshoofd in poule A, dreigt in de achtste finales. Bondscoach Louis van Gaal was onder de indruk van het optreden van het gastland afgelopen zomer in de Confederations Cup. Het sterkte hem slechts in zijn opvatting dat voetbal tegenwoordig draait om fitheid, dan nog eens fitheid, en dan pas ervaring of het niveau van de competitie waarin een speler uitkomt. Zijn favoriete rechtsback Daryl Janmaat, die trainingen steevast op eigen initiatief afsluit met een ‘buikspierkwartier’, staat symbool voor de toewijding aan het lichaam.

Dat juist de twee dertigers in de basisploeg, Robin van Persie en Arjen Robben, wekelijks uitblinken in respectievelijk de Engelse en Duitse competitie, is een bevestiging van hun viriliteit. Zoals Sir Alex Ferguson over Van Persie schrijft in zijn autobiografie: „Een sterke kerel met een fantastische fysiek.” Al vertoont de spits van Manchester United dit seizoen voor het eerst tekenen van slijtage, en kijkt hij al een aantal weken toe. Dat kan overigens ook een voordeel zijn. Net als, hoe zuur ook, de herstelperiode van zes weken voor Robben en zijn kapot geschopte knie. Rust midden in het seizoen – al is het gedwongen – kan net het verschil zijn tussen optima forma en een uitgebluste vedette.

Onlangs zei Van Gaal dat „in mei pas de selectie gemaakt wordt” en dat er zelfs dan nog spelers zijn die kunnen afvallen omdat ze „mijn fitheidsprogramma niet halen”. De bittere smaak van het EK 2012 ligt nog vers in de mond. Oranje, de meest ervaren ploeg gerekend in het aantal interlands, mocht na drie verloren groepswedstrijden naar huis. Achteraf werd de ploeg na een intern onderzoek als niet fit genoeg beoordeeld door KNVB-directeur Bert van Oostveen. Hij baseerde zich op onderzoek van het UMC, dat een analyse maakte van de gegevens van de medische staf van Oranje.

En nu dan, Brazilië. Dit WK, zo is het beeld dat ook Van Gaal gisteren schetste, wordt er één van de slopende omstandigheden en grote afstanden. Een doemscenario is voor Nederland uitgebleven, met twee van de drie groepswedstrijden (tegen Chili en Australië) in de zuidelijke helft van Brazilië. Alleen de openingswedstrijd tegen Spanje is in het hete Salvador. Toch had Van Gaal het liever anders gezien, omdat het pad naar de halve finale via de plaatsen Fortaleza, Belo Horizonte of Salvador loopt. „We gaan steeds noordelijker, dan worden de omstandigheden steeds slechter”, zei hij tegen de NOS.

Daar, in het noorden, spreekt spelersvakbond FIFPro zelfs van „onverantwoorde risico’s voor de gezondheid”. De FIFA staat scheidsrechters toe een extra drinkpauze in te lassen, maar aan de speeltijden wordt niet getornd. Aftrap om één uur ’s middags en vier uur ’s middags – het moet allemaal kunnen bij 30 graden en een luchtvochtigheid van 80 procent. Spelers moeten er maar mee leren omgaan. In Brazilië heerst het recht van de fitste.

    • Bart Hinke