Jagen op de nieuwe Flippo

Hij bedacht de Flippo, maar een tweede succes bleef uit. 17 jaar en 11 miljoen later is er een nieuw product: de knikker. „Ik kan die stomme schijfjes niet meer zien.”

Ondernemer Hans Zandvliet op de vervallen tennisbaan van het landgoed dat hij al jaren wil verkopen. Foto David van Dam

Hij hoopt er op enig moment in zijn leven nog vanaf te komen, zegt hij: zijn bijnaam. Flippokoning. Ondernemer Hans Zandvliet is de man achter de Flippo. Een dun plastic schijfje met een plaatje erop dat in het voorjaar van 1995 opdook in zakken chips van (toen nog) Smiths. De Flippo werd een rage. Zandvliet miljonair.

Nu zijn de Flippomiljoenen op. „Iets van 15 miljoen”, schat Zandvliet – precies weet hij het niet. „Gulden dan, hè.” Allemaal geïnvesteerd in een nieuw product: doorzichtige glazen knikkers met gekleurde figuurtjes erin. Dieren. Dinosaurussen. Voetballers tijdens het wereldkampioenschap in de zomer van 2014. De Flippokoning wil knikkerkoning worden.

In zijn kantoor in Wassenaar liggen ze uitgestald op tafel. Minstens honderd. In de kast achter zijn bureau liggen de Flipporelikwieën, netjes opgeborgen. De 55-jarige Zandvliet pakt een knikker en rolt hem over tafel. Tevreden kijkt hij het balletje gaan – het bestaan ervan is een beetje een persoonlijke triomf.

Het idee is zo simpel: knikkers met iets erin. Maar Zandvliet deed er zeventien jaar over om ze te laten produceren. In 1996 al ontstond het plan. Een jaar later vestigde hij het eerste van een reeks patenten. In totaal investeerde hij zo’n 11 miljoen euro in het product. Een private investeerder legde nog eens 4 miljoen euro in.

In al die jaren heeft Zandvliet er „nog geen euro” aan verdiend. „Er zijn wat dingetjes misgegaan”, zegt hij. Met enig gevoel voor understatement. Hij lacht er om. Sinds een paar weken liggen zijn knikkers in de winkel – Winners, heeft hij ze genoemd. Op drieduizend verkooppunten in Nederland. Hij heeft ook al orders uit Zuid-Afrika, Italië, Spanje en Frankrijk.

De productiekosten per knikker liggen op 36 cent, zeg Zandvliet. De opbrengst op een halve euro. Over een paar jaar hoopt de ondernemer een aandeel van 10 procent te hebben in de „wereldknikkermarkt”. Een markt waarin jaarlijks 3,6 miljard knikkers worden verkocht, zegt hij. Een bescheiden knikkerkoninkrijk.

Veel nieuwe rages zijn digitaal. Is knikkeren niet nogal vorige eeuw?

Zandvliet: „Nee. Mijn opa heeft geknikkerd, mijn vader, ikzelf en op het schoolplein van mijn stiefdochter van acht wordt ook nog met knikkers gespeeld. De knikker voldoet aan criteria voor succesvol speelgoed: kinderen kunnen er iets mee doen. Ze kunnen tegen elkaar spelen, met elkaar onderhandelen over waarde en er valt iets te sparen. De knikker is tijdloos. Tegelijk kan ik met deze knikkers inspelen op tijdelijke rages – het WK voetbal bijvoorbeeld – door steeds reeksen te brengen met andere figuurtjes erin. Het is een bonk met iets extra’s. Ik heb al afspraken met de licentiehouders van The Turtles en Spongebob. Die verschijnen straks ook in de knikkers.”

Waarom heeft het zo lang geduurd om zoiets eenvoudigs te produceren?

„Zo simpel is het niet. Knikkers zijn van glas. Dat heeft een versmeltingstemperatuur van 1.500 graden. De figuurtjes moeten daar tegen kunnen en bovendien goed in het midden blijven zitten. Dat bleek ingewikkeld. Ik probeerde het eerst met Philips. Allemaal dure technici. Die moeten dat kunnen, dacht ik. Maar ze konden het niet. Toen werd ik ziek, een hartklepinfectie. Ik was drie jaar uit de running. Eenmaal beter ging ik door met de knikker. In een Vietnamese glasfabriek vond ik iemand die ze wel kon maken. De fabriek die ik daar liet neerzetten, overstroomde – weer pech. Nu laat ik ze met die Vietnamese techniek produceren in een fabriek in Tsjechië.”

Een hoop gedoe voor een knikker. Waarom moest en zou dit product er komen?

„Dat hoor ik vaker. Mensen zeiden tegen me: ben je nog steeds met die knikkers bezig? Ben je gek? Maar ik dacht bij mezelf: dit is te zot voor woorden – we vliegen naar de maan en een knikker met een poppetje erin kunnen we niet maken. Ik heb vertrouwen in dit product. En nu is het er eindelijk. De fabriek in Tsjechië loopt, ik werk aan extra productiecapaciteit in andere fabrieken, ik heb afnemers en deals met licentiehouders van animatiefiguren om erin te stoppen. Het draait. En bijkomend voordeel is: ik heb geen concurrentie.”

Zandvliet’s bedrijf Magic Marble is op dit moment inderdaad de enige die knikkers met figuurtjes erin produceert en verkoopt. Maar er dreigt wel degelijk concurrentie. Het eveneens Nederlandse bedrijf Serious Marbles wil precies hetzelfde product op de markt brengen. Directeur Menno Kenter ziet ook een grote toekomst voor de knikker.

Volgens Zandvliet is Kenter er „met zijn idee vandoor gegaan”. Kenter laat in een reactie weten dat hij rechten op patenten van Zandvliet kocht – niet voor de techniek die Zandvliet nú gebruikt. Zandvliet houdt vol dat die rechten al vervallen zijn.

De twee voerden afgelopen jaren een knikkerwedloop. Wie zou er als eerste in slagen om het product op de markt te brengen? Het werd Zandvliet. Serious Marbles ging deze zomer failliet vanwege een gebrek aan investeerders voor het perfectioneren van een machine in een Franse fabriek die de knikkers moet gaan produceren. Maar de dreiging is nog niet over. Serious Marbles werkt aan een doorstart, blijkt uit het laatste faillissementsverslag.

Wat als uw concurrent straks ook de markt betreedt?

Zandvliet: „Ik kan nu 15 miljoen knikkers per jaar maken. Dat is weinig. Ik moest mijn Italiaanse distributeurs al teleurstellen omdat ik nog niet genoeg kan produceren – mijn probleem is nu eerder gebrek aan productiecapaciteit dan gebrek aan vraag. De markt is veel groter dan wat ik kan maken. Een concurrent in de markt maakt me dus niet bang.”

Stel dat kinderen de knikkers toch niet zo leuk vinden als u. Wat dan?

„Dat gebeurt niet.”

Dat weet u niet. Kan zomaar wel gebeuren.

„Dat geloof ik niet. Ik krijg nu meer vraag dan ik kan produceren en ik heb vertrouwen dat dat zo blijft. Ik blijf knikkeren.”

Mensen associëren u na al die jaren nog steeds met de Flippo. Hoe belangrijk is het om ook een ander succes te hebben?

„Ik heb inderdaad een Flippo-stempel op mijn hoofd. Nog altijd. Daar word ik soms moe van: beginnen ze wéér over de Flippo. Ik kan die stomme schijfjes niet meer zien. Geld is niet mijn drijfveer. Of ik mijn investering van 11 miljoen euro terugverdien, vind ik niet zo vreselijk belangrijk. Ik wil vooral een populair product maken. Succes voor de knikker. Ik wil over de Flippo heen.”