Is er leven na een moord?

Marieke Liem interviewde in de VS 75 moordenaars die lang in de cel zaten Na vier tot zeven jaar maakten ze vaak een transformatie door Maar velen kampen na zo’n zware straf met psychische klachten

De isoleerkamers in de gevangenis op Alcatraz. Foto corbis

redacteur psychologie

Dzhokhar Tsarnaev was 19 toen hij samen met zijn broer bommen legde tijdens de marathon van Boston, ruim een half jaar geleden. Een paar dagen later werd hij opgepakt op nog geen kilometer afstand van het huis van Marieke Liem.

Liem werkte toen aan Harvard University in Boston, waar ze onderzoek deed naar de levensloop van moordenaars. Bij de bomaanslagen tijdens de marathon kwamen drie mensen om het leven. Enigszins gelaten zegt Liem nu over hun moordenaar: „Het publiek heeft hem al veroordeeld. Hij kan alleen nog maar levenslang of de doodstraf krijgen.” Hoe zou het dan moeten? „Het is nog maar een jóngetje. Enig inlevingsvermogen in zijn beweegredenen zou op zijn plaats zijn.”

Liem, 30 jaar, is net terug in Nederland. De komende tijd wil ze hier het onderzoek gaan herhalen dat ze de afgelopen tweeënhalf jaar in de VS heeft gedaan: mensen interviewen die een lange gevangenisstraf hebben uitgezeten voor moord. Hoe gaat het daarna met hen, kunnen ze wel weer opnieuw in de samenleving functioneren?

Moordenaars zijn mensen

Moord wordt zo vaak gesensationaliseerd, zegt Liem. „Dan wordt het iets mythisch. Ik vraag me af of dat terecht is. Het idee van de moordenaar als de man in de bosjes die zit te wachten... Dat komt nauwelijks voor, maar we dénken dat het veel voorkomt.” Terwijl de meeste moorden worden gepleegd bij berovingen, in het criminele circuit of in huiselijke kring.

In 2010 promoveerde Liem op mensen – meestal blanke mannen – die eerst een of meer moorden plegen en daarna de hand aan zichzelf slaan; overwegend gezinsdrama’s. Nu gaat haar nieuwe onderzoek weer over moordenaars. Hoe kwam ze daarop? „Tijdens mijn bachelor – forensische psychologie en criminologie aan het University College in Utrecht – deed ik onderzoek naar kinderdoding, dossieronderzoek. En toen kreeg ik een telefoontje van een familielid van iemand die zijn kinderen en zijn vrouw gedood had en daarna zelfmoord had gepleegd. Dat familielid zat erg met vragen – hoe heeft het zover kunnen komen, waarom hebben we het niet zien aankomen.  Toen kreeg het verschijnsel een menselijk gezicht, in plaats van alleen maar dossiers en aantallen. Ik heb ook foto’s gezien van die man, met kinderen en een vrouw – een familie.”

De abstracte ‘moordenaar’ werd zo een mens, voor haar. Misschien komt het ook door haar eerdere onderzoek, zegt ze, dat ze de 71 mannen en 4 vrouwen die ze in de VS interviewde nooit als ‘onmenselijk’ of als ‘gevaarlijke criminelen’ heeft gezien.

Moordenaars moorden één keer

Het waren, zegt ze, „vooral mensen met vrienden die slimmere ideeën hadden dan zij. Mensen die overtuigd werden om mee te gaan naar een beroving, ze hoefden alleen maar even buiten te wachten. Of die terugkwamen van de oorlog in Vietnam, geld nodig hadden, en een vrouw zagen lopen met een handtasje. Bijna 90 procent had een vuurwapen. Soms ging het per ongeluk af, soms was het ‘hij of ik’. De helft had niet eens zelf de trekker overgehaald – bij hen was het second degree murder.”

De geïnterviewden hadden gemiddeld 25 tot 30 jaar gezeten voor een in de jaren 70 of 80 in de VS gepleegde moord. Ongeveer de helft was weer opnieuw in de gevangenis beland, meestal vanwege een klein vergrijp: drugsgebruik, dealen, de voorwaarden van de vrijlating en supervisie niet respecteren. Moordenaars zijn van alle criminelen degenen die het minst recidiveren, weet Liem. „Ongeveer de helft komt opnieuw in aanraking met justitie en slechts een half tot één procent pleegt nog eens een moord.”

Liem hield open interviews met ‘haar’ moordenaars, van zo’n vier tot zes uur. „Meestal vroeg ik: kun je me iets vertellen over je leven voor, tijdens en na de gevangenis?” Wat ze zelf de belangrijkste bevinding vindt: „Allemaal zeggen ze dat ze in de gevangenis een persoonlijke transformatie hebben doorgemaakt, meestal na zo’n vier tot zeven jaar. De persoon die ze waren, dat was iemand zonder normbesef, die geen rekening hield met anderen en alleen maar aan drugs en criminaliteit dacht. Maar nú zien ze zichzelf als getransformeerde mensen die echt iets kunnen betekenen voor de samenleving.”

En wat is de oorzaak van die ommezwaai? „Die is heel verschillend. Sommigen hebben het echt over een spirituele ontwaking, alsof God tegen hen praat. Soms in de context van solitary confinement: een paar dagen tot een paar jaar in isolatie verblijven. Toen zij in de gevangenis zaten, werd dat nog vaker toegepast. In die cellen, zeker in die tijd, daar is niets! Geen matras, alleen een gat in de grond om je behoefte te doen. Sommigen liepen daar jarenlang naakt. Dat is vaak een trigger.”

„Anderen hebben een oudere mentor, een medegevangene die hen inspireert om een bepaalde weg op te gaan. Of ze besluiten dat ze gewoon moe zijn van het leven. Dan is het meer een gradueel proces. Bij sommigen is het de teleurstelling die ze zien in de ogen van familieleden die op bezoek komen.”

Zijn lange straffen nuttig?

Als alle geïnterviewden zo’n omwenteling meemaken, kun je dan concluderen dat lange gevangenisstraffen helpen? „De vraag is of er decennia nodig zijn om die verandering te bewerkstelligen.”

Bovendien, zegt Liem, blijkt uit onderzoek dat ze eerder dit jaar met een collega publiceerde (in International Journal of Law and Psychiatry), dat mensen die gemiddeld 19 jaar in een Amerikaanse gevangenis hadden doorgebracht, kampen met ernstige psychische problemen, die ze vóór hun detentie niet hadden. Een soort posttraumatische stress-stoornis – nachtmerries, herbeleven, angsten – gecombineerd met een totaal gevoel van ontheemding en verwarring. De onderzoekers noemden het scala aan klachten samen het post-incarceration syndrome.

Zulke extreme straffen kennen we in Nederland niet. Reden genoeg voor Liem om haar onderzoek in Nederland te gaan herhalen. „Dan ga ik kijken naar mensen die in de jaren 70 en 80 veroordeeld zijn tot een termijn van zeven tot twaalf jaar gevangenisstraf. Wat wij hier nog steeds zien als lang.” Die zijn dus sinds de jaren 90 weer op vrije voeten. „Stel dat je een moord begaat op je twintigste en je komt vrij als je 27 bent, dan heb je in principe nog een heel leven voor je. Dan kun je de pilaren van sociale controle – werk, woning, wijf, en ik zet er ook graag een k van kind bij – nog opbouwen.”

    • Ellen de Bruin