Iran pokert in OPEC met Saoedi-Arabië

Het nucleaire akkoord tussen de Verenigde Naties en Iran heeft gevolgen voor de verhoudingen binnen het oliekartel OPEC.

Iran wil zijn olieproductie snel opvoeren. Dat zorgde deze week in Wenen voor spanning, vooral met aartsrivaal Saoedi-Arabië.

Foto REUTERS

Wie wil begrijpen waarom Iran met de Amerikanen is gaan onderhandelen over nucleaire inspecties, had deze week even naar Wenen moeten komen. Daar vergaderde de Organisatie van olieproducerende en -exporterende landen, de OPEC, over olieprijzen. Dat is een reguliere oefening: elke zes maanden bepalen olieministers van de twaalf OPEC-lidstaten hoeveel olie ze op de markt moeten brengen om de prijs min of meer constant rond de 100 dollar per vat te houden.

Doodsaai. Ware het niet dat Iran deze week, voor het eerst sinds jaren weer, het hoogste woord voerde.

Vóór de vergadering maakte de Iraanse olieminister Bijan Zanganeh al duidelijk dat de kaarten opnieuw geschud worden. Iran, zei hij, zal zijn olieproductie tot het maximum opvoeren, zodra het van de economische sancties af is – al „zakt de olieprijs tot 20 dollar per vat”.

Zanganeh is een door de wol geverfd politicus. Hij was eerder olieminister geweest toen hij in augustus door de nieuwe hervormingsgezinde premier Rouhani werd benoemd. Hij weet heel goed dat de sancties pas kunnen worden ingetrokken als Iran na het voorlopige akkoord van vorige maand, een permanent akkoord sluit over zijn nucleaire programma met de vijf permanente leden van de VN-Veiligheidsraad en Duitsland. Dat kan maanden duren, mócht het al lukken. Maar Zanganehs missie is duidelijk: zorgen dat alles klaarstaat voor-het-moment-dat. In Wenen had hij ook afspraken met grote multinationale oliemaatschappijen. Welke, wilde hij niet zeggen: „Veler ogen zijn op ons gericht en werken tegen ons”.

Een diplomaat in Wenen zegt: „Het water staat Iran aan de lippen. De regering wil maar één ding: van de sancties af. Dat dient twee doelen: het lot van Iraanse burgers verbeteren, en hen daarmee zó ver krijgen, dat ze nucleaire concessies accepteren.” Olie is dus, voor de Iraanse regering, evengoed economische noodzaak als politiek wisselgeld.

Saoedi-Arabië

Voor de VS en Europa twee jaar geleden hun olie-import uit Iran halveerden, was Iran na Saoedi-Arabië in volume de tweede olieproducent binnen de OPEC. Het produceerde ongeveer 2,7 miljoen vaten per dag. Nu is dat eenderde minder. Het Witte Huis schatte onlangs dat dit Iran sinds begin 2012 circa 80 miljard dollar heeft gekost. Wegens hoge verzekeringskosten importeren ook landen als India minder Iraanse olie.

Irans aartsrivaal in de regio, Saoedi-Arabië, vaart hier wel bij. De Saoedi’s kunnen daardoor relatief veel olie verkopen en voeren nu praktisch het bewind binnen de OPEC. Eenderde van de 30 miljoen vaten die OPEC-lidstaten dagelijks op de markt brengen, komt uit Saoedi-Arabië. Hoe langer de Iraanse productie kwakkelt, hoe beter ze dat in Riad vinden.

Nu de diverse conflicten in het Midden-Oosten steeds meer langs religieuze lijnen verlopen – de oorlog in Syrië, de chaos in Libië, spanningen in Libanon –, staan het sunnitische Saoedi-Arabië en het shi’itische Iran elkaar nóg meer naar het leven dan vroeger. Saoedi-Arabië is ziedend dat de Verenigde Staten stiekem gingen onderhandelen met Iran en de betrekkingen met deze ‘paria’ wil normaliseren. Zó ziedend, vrezen sommigen, dat het nu zelf aan een kernbom kan gaan werken.

‘Geen prijzenslag’

Deze geopolitieke hoogspanning beheerste de OPEC-vergadering deze week. Ze ontlaadde zich niet. Daarvoor is het te vroeg. De twaalf OPEC-landen besloten de productie komend halfjaar op 30 miljoen vaten per dag te houden. Maar iedereen weet: op de volgende vergadering, in juni, hoopt Iran een nucleair akkoord te hebben. Dan moet iedereen een stapje terugdoen om plaats te maken voor Iraanse olie.

Vooral de Saoedi’s. „Als een lidstaat terugkomt”, zei de Iraanse minister Zanganeh, „doen de anderen de deur voor hem open en vechten niet met hem.” Zijn Saoedische collega, Ali Naimi, ging niet publiekelijk op deze uitdaging in. „Er komt geen prijzenslag”, zei hij stoïcijns.

Maar als Iran binnenkort meer gaat produceren, moet de Saoedische output omlaag. Anders dalen de prijzen teveel. Ook Libië, dat sinds de machtswisseling niet op volle kracht produceert (bepaalde olievelden zijn in handen van milities), wil zijn output weer opkrikken. De olieproductie van de VS, buiten de OPEC om, neemt bovendien gestaag toe. Overproductie is dus hét issue. Dat uitgerekend Iran de Saoedi’s dat bericht komt brengen, toont hoe snel de wereld verandert.