Ik heb een grote bek. Altijd gehad

Hij was provinciebestuurder in Noord-Holland en kampioen ritselen. Deze week werd Ton Hooijmaijers veroordeeld tot drie jaar cel wegens corruptie, valsheid in geschrifte en witwassen. Hij is zich van geen kwaad bewust.

‘Wouter Bos heeft letterlijk tegen zijn ambtenaren gezegd: dat is die vent met die grote muil.’ Foto Olivier Middendorp

Ton Hooijmaijers (52) krijgt de wijnkaart en laat er als een kenner zijn blik overheen glijden. Het is dinsdag, iets na zessen. De voormalig provinciebestuurder is, op uitnodiging van NRC, net met zijn advocaat gaan zitten in het Italiaanse restaurant Bellini in Amsterdam. Hij is vier uur daarvoor door de Haarlemse rechtbank veroordeeld tot drie jaar cel wegens omkoping, valsheid in geschrifte en witwassen. Zijn celstraf is nog niet begonnen, in afwachting van het hoger beroep.

„Ik ben wel toe aan een goed glas”, verzucht de ex-politicus. Zoveel goede wijn drinkt hij niet meer. Drie jaar geleden viel Justitie bij hem binnen. In de jaren die volgden is zijn gehele wijnvoorraad erdoorheen gegaan. De toestroom van flessen wijn die hij gewend was, hield ineens op. „Relatiegeschenken en kerstpakketten; dat is het eerste dat stopt als je uit de gratie raakt.”

Gevraagd naar zijn gemoedstoestand zegt hij: „Slecht.” Zijn grootste ergernis betreft de rechtbank, die een koppeling legt tussen zijn betaalde adviezen aan bedrijven en de zaken die hij met hen deed, soms pas jaren later, als provinciebestuurder. „Er ís geen dubieuze relatie tussen die twee rollen. Deze rechtbank heeft totaal geen kennis van het politieke bedrijf. Echt nul.”

Hooijmaijers heeft zijn keuze gemaakt. „Ik zal jullie niet op kosten jagen”, zegt hij. Het wordt een Barolo, 79,95 euro per fles, uit 2007. „Een goed jaar.” Onder leiding van Hooijmaijers won de VVD dat jaar de Statenverkiezingen in Noord-Holland.

Een menukaart heeft hij niet nodig. „Wat voor vlees heb je?” De kalfsentrecote klinkt goed. „Maar wel met een rand vet. Er komen nog beroerde dagen aan.”

Dit is de Ton Hooijmaijers die iedereen kent. De praatjesmaker, die overal verstand van heeft en ongevraagd zijn mening geeft. „Ja, ik heb een grote bek. Altijd gehad.” Een ritselaar? Niets mis mee, zegt Hooijmaijers. „Die zijn nodig. Ze zijn de haarlemmerolie van de maatschappij. Ze brengen mensen bij elkaar.”

Maar achter zijn bravoure gaat een gebroken man schuil. De eerste tranen komen na een uur, als zijn gezin ter sprake komt. Dan herpakt hij zich. Zo gaat het de rest van het gesprek. Hij is afwisselend boos, strijdvaardig en emotioneel. Hier zit een man die oprecht niet begrijpt waarom hij is veroordeeld.

Na thuiskomst van de rechtbank heeft hij zijn drie kinderen geroepen. Hij moest ze toch uitleggen wat er was gebeurd. Op school moet de juf beslissen wie straf krijgt als er iets is gebeurd in de klas wat niet mag, heeft hij ze verteld. „En dan krijg je soms de schuld van iets wat je niet hebt gedaan. Dat is niet leuk want je weet dat je het écht niet hebt gedaan. Maar de juf weet niet wie ze moet geloven omdat ze er niet bij is geweest. Als je dan toch de schuld krijgt, ben je heel erg boos. Dat is papa nu ook.”

Het is januari 2005. Hooijmaijers begint vol energie als provinciebestuurder. Als verantwoordelijke voor ruimtelijke ordening, grondbeleid en financiën werkt hij zich een slag in de rondte. Vijf dagen in de week van ’s ochtends acht „tot zeker middernacht”. „Op zaterdag had ik altijd wel ergens een opening. Nam ik een van de kinderen mee.” Op zondag was er ook altijd wel een evenement waar hij naartoe ging. Dan nam hij één van de andere kinderen mee.

Op het provinciehuis moeten ze nogal aan de VVD’er wennen. Tegen zijn ambtenaren zegt hij dat ze zich niet moeten gedragen als een dood vogeltje. Hooijmaijers wil actie. „Ik zag meteen dat ik niet toe kon met één secretaresse en één chauffeur, want die had werktijden.” Hij kijkt er vies bij. „Moest ik hemel en aarde bewegen om meer ondersteuning te krijgen.”

Zijn missie? „De overheid moet een serviceloket zijn voor het bedrijfsleven. En ik wilde de provincie op de kaart zetten.” Tot dat moment was de provincie een hindermacht, waar projecten werden tegengehouden, in plaats van voortgestuwd. „Ik heb er alles aan gedaan om dat te veranderen. Om de wereld te verbeteren.”

Een groep ambtenaren die zich bezighoudt met de omstreden verplaatsing van een vliegveld, een kwestie die al 25 jaar sleept, sluit hij op in zijn werkkamer. „Ik zei: ik heb nieuws voor jullie. We gaan hier niet weg voordat het probleem is opgelost.” Hooijmaijers maakt zich er niet populair mee, weet hij. „Niemand was blij met mijn komst. Echt he-le-maal niemand.”

Niet dat het hem veel kan schelen. VVD-stemmers zitten overal, behalve op het provinciehuis. Voor de verkiezingscampagne van 2007 krijgt hij slechts 18.000 euro van zijn partij. „Daarop zei ik: dan regel ik het geld zelf wel.” Hooijmaijers boort zijn rijke netwerk aan. „Ik heb zorgvuldig gekeken of het mensen waren die iets van de provincie wilden. Alleen als dat niet zo was, benaderde ik ze. Dan was er altijd wel iets waarover ik ze kon adviseren.”

Wat waren dat voor adviezen?

„Van alles. Van iemands relatie met zijn vrouw tot de aanschaf van een keuken en van de inkoop van materiaal tot de invulling van een leegstaand kantoorgebouw. Ik ben goed in algemene kennis. Alleen van vastgoed en public affairs weet ik werkelijk vrij veel.”

Hoe kwam het tot een betaling?

„Na mijn advies zei ik: normaal gesproken had ik je hier een rekening voor gestuurd. Dat begrijp je wel. Maar omdat dat nu niet kan vraag ik je of Arnold van de Kamp, een goede vriend van mij, een rekening mag sturen ten bate van mijn campagnepotje dat hij beheert.”

Is dat gênant om te vragen?

„Tuurlijk, want ik bedel om geld voor de campagne omdat ik maar een fooi van mijn partij krijg.”

Kenden die mensen geen twijfel om u te betalen?

„Nou, alleen in de zin dat ze bang waren dat vervolgens ook de PvdA en het CDA langs zouden komen.”

Waarom verhulde u die werkzaamheden door ze via Van de Kamp te laten lopen?

„Het feit dat Van de Kamp de pot beheerde, geeft juist aan dat ik de zaken gescheiden hield. Het geld was puur voor een eventuele campagne.”

Maar hij stuurt een factuur voor advies dat u heeft gegeven. Dat klopt toch niet?

„Waarom niet? Ik werkte toch met hem?”

Ze betalen hem, terwijl hij er niet voor heeft gewerkt.

„Alle partijen werken zo, alleen hebben ze er een aparte stichting voor. Dat had ik niet want dat kost al snel 30.000 euro, bijna een derde van wat ik nodig had voor mijn campagne. Oerstom! En de enige fout die ik heb gemaakt. Verder zie ik er, nog steeds, geen enkel kwaad in. Maar blijkbaar ben ik gek.”

Waarom zette u de afspraken met Van de Kamp niet op papier?

„Ik had een contract met hem opgevat als een belediging, een totaal gebrek aan vertrouwen. Zo werk ik niet. Ik heb zelden of nooit contracten gehad. Ik ga uit van vertrouwen.”

Van de Kamp voelt zich anders „belazerd” door u en uw sponsoren. „Ik heb er niets van geweten”, zegt hij.

„Omdat ik tegen hem zei: je krijgt er geen problemen mee. Nou, wel dus. Voor hem vind ik het heel vervelend. Die man was een goede vriend van me. Ik heb hem getrouwd.”

Hooijmaijers wint de verkiezingen en ontvangt de complimenten van tal van partijprominenten. De overwinning is óók het moment waarop hij zich „in woord en daad onaantastbaar gaat gedragen”, zo stelt de commissie Schoon Schip eind 2012 in hun rapport over de bestuurscultuur op het provinciehuis. Hooijmaijers ziet het anders. Met een stevig mandaat kon hij eindelijk echt aan de slag, ondanks alle linkse tegenwerking op het provinciehuis. Publiek, privaat, het kapitaal en goede doelen: bij Hooijmaijers komen die jaren alle lijnen samen. „Ik ben een verbinder”, zegt hij. „En daar ben ik trots op.”

Eén van de lijnen waar de rechter hem voor heeft veroordeeld, is zijn adviseurschap bij Thijs Evers, een consultant. Hooijmaijers wordt in 2006 diens algemeen adviseur, naast zijn werk als provinciebestuurder. „Ik ontmoette Evers toevallig, tijdens een vakantie in Griekenland. Daar vertelde hij over zijn verzekeringsbedrijf en hun internationale ambities. Dus ik zei: dat moet je zus en zo aanpakken. Daarop vroeg hij of ik geen adviseur bij hem wilde worden. Met de clausule dat ik geen betaald advies zou geven over zaken die de provincie als orgaan betroffen.”

Een half jaar later houdt de samenwerking op. Weer een half jaar daarna treffen de mannen elkaar opnieuw. „Bij toeval.”

De provincie is onder zijn leiding op zoek naar een nieuwe huisbankier. Evers staat Fortis bij, dat de strijd wint. Dubieus? „Dat heeft werkelijk niets met mij te maken. Ik was geen adviseur meer bij Evers.”

Is het uw tweede natuur om in de adviesstand te schieten?

„Ja. Ik strooi met adviezen, altijd en overal. Ook bij de rijksrecherche toen ik daar werd ondervraagd. Ik zie snel wat er niet goed loopt.”

Wat is uw kunde?

„Ik heb verstand van intermenselijke relaties en hoe je iets gedaan krijgt bij derden, omdat ik me verplaats in een ander. En een nee is voor mij nooit een nee, maar altijd een misschien. Met die gave sprokkelde ik wat geld bijeen voor mijn campagne.”

Achteraf is de overgang van het huisbankierschap van ING naar Fortis voor Hooijmaijers het moment dat alle weerstand tegen hem in bestuurlijk Nederland samenbalt. „De ING heeft Borghouts [die toen commissaris van de Koningin was] gemeld dat het slecht met me zou aflopen als we afscheid van ze zouden nemen als huisbankier.” Hooijmaijers was er niet van onder de indruk. „In de politiek word je zo vaak bedreigd.”

Weerstand heeft hij zijn hele leven opgeroepen, wil hij maar zeggen. Bij de Icesave-affaire, die in 2009 leidde tot zijn vertrek als gedeputeerde, was dat niet anders. Namens de provincie poogde hij de 87 miljoen euro die onder zijn leiding was belegd bij de IJslandse bank terug te halen. Daarbij botste hij hard met minister van Financiën Wouter Bos, die het geld met diplomatiek overleg probeerde terug te halen. „Terwijl ik beslag had laten leggen op een deel van hun bezittingen om echt iets af te dwingen.” Een besluit dat door het kabinet werd vernietigd, tot grote ergernis van Hooijmaijers. „Ik zei: sodeflikker op met die Bos. Ik doe tenminste mijn best dat geld terug te halen.”

Niet onbelangrijk, zegt Hooijmaijers, is dat hij al op slechte voet stond met Bos. „We woonden in dezelfde studentenflat in Amstelveen. Hij was uitgesproken links en daar ging ik natuurlijk vol tegenin.” Zijn onconventionele optreden in de Icesave-affaire verslechterde de relatie, zegt Hooijmaijers. „Bos heeft letterlijk tegen zijn ambtenaren gezegd: dat is die vent met die grote muil.”

Het huisbankieren en Icesave zijn volgens Hooijmaijers slechts twee van de vier omstreden besluiten waarbij hij op hooggeplaatste tenen is gaan staan, maar ze zijn exemplarisch voor de weerstand die hij naar eigen zeggen opriep. Het was volgens hem dan ook „bepaald geen toeval” dat er eind 2008 een onderzoek naar hem werd gestart toen er een anonieme aangifte binnenkwam bij Justitie dat hij zich „suf declareerde.” „Het is een politieke afrekening.”

Verklaar u nader.

„Omdat ik politicus was, had het functioneel pakket instemming nodig van de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken: oftewel Ernst Hirsch Ballin en PvdA’er Guusje ter Horst, met wie ik sinds mijn tijd als wethouder in Amsterdam een niet al te beste relatie heb. En Wouter Bos was vicepremier. Nou, precies dat gremium moest beslissen of ik moest worden vervolgd.”

Nu zinspeelt u op een complot.

„Natuurlijk is het speculatie, want ik kan het niet bewijzen. Maar ik weet hoe het gaat bij vermeende integriteitsschendingen, want zo ging het ook op het provinciehuis. Als je iemand niet mocht, werd er onderzoek gedaan. Anders niet. ”

Volgens de rechtbank is er wettig en overtuigend bewijs tegen u gevonden.

„Willen jullie nou zeggen dat ik naïef ben?” Doe nou rustig Ton, maant zijn advocaat.

Dit complot klinkt weinig aannemelijk.

„Er was behoefte aan een vette casus om het Functioneel Parket weer profiel te geven. Nou, als dan Hooijmaijers en Jos van Rey [de van corruptie verdachte VVD-politicus uit Roermond, red.] met hun grote bek voorbij komen, liggen er kansen want die zijn allebei uitgekakt in hun eigen politieke omgeving.”

Wie regisseert dit complot?

„Het is een samenloop van omstandigheden waarbij machthebbers die mij verachten samen optrokken om me ten val te brengen. Net als bij Edwin de Roy van Zuydewijn.”

Berustend: „Ik begrijp dat niemand me gelooft, want het is geen prettige gedachte. Het is de ongemakkelijke waarheid.”

Hooijmaijers’ wereld verandert als de politie op 31 maart 2010 huiszoeking bij hem doet. Van de weelde waarin het gezin jaren leefde, blijft in de jaren die volgen op de beslaglegging niets over. „Ik heb zowat alles wat in huis stond, verkocht: stoelen, apparatuur, spullen; ik kan overal geld van maken.”

Uitgaven worden tot het minimum beperkt, zijn verjaardag viert hij niet meer. Met gebroken stem: „Wie zou er moeten komen?” Dan herpakt hij zich. „Maar mijn kinderen probeer ik niets te onthouden.” Met zijn vrouw grijpt hij alles aan om het hoofd boven water te houden, vertelt hij. „Ik kook voor iedereen, bijvoorbeeld voor kerkgenootschappen, en verzorg in kokskostuum kinderfeestjes. Een enkele keer herkennen ze me. ‘Ik had u hier niet verwacht’, wordt er dan gezegd. ‘Nee, ik ook niet’, zeg ik dan.”

Hij hoopt dat mensen hem weer weten te vinden. De aanschaf van een keuken of een geschil met de overheid; Hooijmaijers is beschikbaar. „Ik fiks het geheid en ben niet duur.”

U ziet overal handel in?

„Ja. Mijn glazenwasser bijvoorbeeld, rekent twintig euro per woning. Ik heb tegen mensen gezegd: kan ik die ramen niet voor minder wassen? Ik ben werkloos en platzak. Dat was oké.”

Ritselen. Hooijmaijers zal het altijd blijven doen. Het is zijn aard. „Neem mijn advocaat. Die koopt een nieuwe auto waar hij veel te veel voor betaalt. Dat zag ik meteen. Ik zeg: Frits, laat mij dezelfde bak voor je regelen. Het verschil delen we.” Tevreden: „Gelukt. Dezelfde Peugeot,maar 2.000 euro goedkoper.”